De rechter heeft maandag 26 oktober 2026 uitspraak gedaan in drie kortgedingzaken rond het slepende bestuursconflict bij de Telecommunicatie Autoriteit Suriname (TAS). In alle drie de zaken zijn de vorderingen van Wendy Jap-A-Joe afgewezen.
De uitspraken hebben betrekking op de smaad- en lasterkwestie tegen de Raad van Commissarissen (RvC), de juridische status van Jap-A-Joe als directeur en de overdracht van de leiding en bedrijfsmiddelen van TAS aan de RvC. De vonnissen zijn uitvoerbaar bij voorraad.
Met de uitspraken komt er voorlopig juridische duidelijkheid in het conflict dat de afgelopen dagen tot grote spanningen binnen de telecomautoriteit heeft geleid. Jap-A-Joe heeft veertien dagen de gelegenheid om hoger beroep aan te tekenen.
Drie rechtszaken, drie uitspraken
De rechter behandelde drie afzonderlijke geschillen die voortvloeien uit de bestuurscrisis bij TAS.
De eerste zaak had betrekking op de beschuldigingen van smaad en laster die Jap-A-Joe tegen de Raad van Commissarissen had ingebracht. Haar vorderingen werden afgewezen.
In de tweede zaak stond haar juridische positie binnen TAS centraal. Daarbij ging het om de vraag of Jap-A-Joe, ondanks het verstrijken van haar benoemingstermijn, nog aanspraak kon maken op de functie van directeur. Ook in deze procedure werden haar vorderingen afgewezen.

De derde zaak was aangespannen door de Raad van Commissarissen en had betrekking op de overdracht van de organisatie. De RvC had geëist dat Jap-A-Joe de bedrijfsmiddelen, documenten, informatie en overige eigendommen van TAS zou overdragen, zodat de raad daadwerkelijk het bestuur kon uitoefenen.
Ook in deze zaak viel de uitspraak uit in het nadeel van Jap-A-Joe. De exacte verplichtingen die uit het vonnis voortvloeien, moeten blijken uit de schriftelijke uitspraak.
Conflict escaleerde na verstrijken benoemingstermijn
Het conflict bij TAS ontstond nadat de benoemingstermijn van Jap-A-Joe als directeur op 20 oktober 2026 afliep. De Raad van Commissarissen stelde zich op het standpunt dat de raad vanaf dat moment belast was met de waarneming van het bestuur van de organisatie.
Jap-A-Joe verzette zich daartegen. Zij beriep zich onder meer op een arbeidsovereenkomst uit 2021 en stelde dat zij niet zonder meer uit haar functie kon worden gezet.
De situatie escaleerde toen leden van de RvC zich toegang tot het TAS-gebouw wilden verschaffen om de leiding over te nemen. Daarbij ontstonden confrontaties en spanningen. Volgens eerdere verklaringen vanuit de RvC werden raadsleden tijdens de gebeurtenissen mishandeld, waarna aangifte werd gedaan.
De voorgenomen overdracht van de organisatie kon daardoor niet plaatsvinden.
Ook politieke discussie over leiding TAS
De kwestie leidde niet alleen tot juridische procedures, maar ook tot politieke verdeeldheid.
Vicepresident Ronnie Brunswijk stelde eerder dat Jap-A-Joe niet zonder een formele resolutie uit haar functie kon worden gezet. Hij benadrukte dat zij haar werkzaamheden moest kunnen voortzetten zolang er geen rechterlijke duidelijkheid was.
Minister Raymond Landveld van Transport, Communicatie en Toerisme (TCT) verdedigde daarentegen het standpunt dat de Raad van Commissarissen na het verstrijken van de benoemingstermijn bevoegd was om de leiding van TAS waar te nemen.
Ook president Jennifer Simons liet zich over de kwestie uit. Vanuit het presidentschap werd benadrukt dat de geldende wet- en regelgeving leidend moet zijn bij het oplossen van het bestuursconflict.
Poging tot schikking mislukte
Tijdens de behandeling van de kortgedingzaken op zondag 25 oktober werd nog geprobeerd om tot een oplossing te komen. Een schikking tussen de betrokken partijen bleef echter uit.
De RvC hield vast aan het standpunt dat de raad bevoegd was de organisatie te besturen en daarvoor toegang moest krijgen tot alle noodzakelijke bedrijfsmiddelen en informatie.
Jap-A-Joe bleef haar juridische positie verdedigen. De rechter kondigde daarop aan maandag uitspraak te zullen doen.
Vonnissen direct uitvoerbaar
Van belang is dat de vonnissen uitvoerbaar bij voorraad zijn verklaard. Dit betekent dat de opgelegde verplichtingen in beginsel direct kunnen worden uitgevoerd, ook wanneer Jap-A-Joe besluit hoger beroep aan te tekenen.
Een eventueel hoger beroep schorst de uitvoering van de vonnissen dus niet automatisch.
Jap-A-Joe heeft veertien dagen om tegen de uitspraken in beroep te gaan.
Met de rechterlijke uitspraken lijkt een belangrijke juridische hindernis voor de overdracht van TAS te zijn weggenomen. Of de overdracht daadwerkelijk zonder verdere problemen zal plaatsvinden, moet de komende dagen blijken.
De uitspraak betekent voorlopig een belangrijke ontwikkeling in het bestuursconflict, dat zowel binnen TAS als op politiek niveau voor aanzienlijke onrust heeft gezorgd.







