Het ministerie van Regionale Ontwikkeling en de Caraïbische Ontwikkelingsbank onderzoeken samenwerking rond jongeren, sterke overheidsinstituten, klimaatbeleid en duurzame projecten voor Inheemse en Tribale gemeenschappen. Een oriëntatiebezoek aan rurale gebieden moet later dit jaar meer duidelijkheid geven.
Minister Miquella Huur van Regionale Ontwikkeling heeft op vrijdag 31 juli 2026 een kennismakingsgesprek gevoerd met Richardo Aiken en Kendra Butler van de Caraïbische Ontwikkelingsbank, afgekort CDB. De samenwerking RO en CDB stond centraal, waarbij de beleidsplannen van het ministerie en de strategische prioriteiten van de bank naast elkaar zijn gelegd.
Huur presenteerde de vier beleidsgebieden van het ministerie en gaf een toelichting op projecten die al worden uitgevoerd of nog in voorbereiding zijn. Zij benadrukte dat Regionale Ontwikkeling bij veel trajecten vooral een faciliterende rol heeft. Het ministerie brengt partijen bij elkaar, ondersteunt de voorbereiding en helpt voorwaarden te scheppen voor uitvoering in de districten en het binnenland.
Twee concrete prioriteiten zijn de digitalisering van het personeelsbestand en de bouw van een nieuw ministeriegebouw. Digitalisering moet volgens het ministerie bijdragen aan een beter overzicht van het personeel en een efficiëntere administratie. Een nieuw gebouw moet de organisatie daarnaast ondersteunen bij het verbeteren van de dienstverlening en de interne samenwerking.
RO en CDB zoeken aansluiting bij duurzame ontwikkeling
Een belangrijk deel van het gesprek ging over duurzame ontwikkelingsprojecten voor Inheemse en Tribale gemeenschappen. Het ministerie wil investeren in capaciteitsversterking, onder meer door trainingen aan te bieden waarmee bewoners en lokale organisaties hun kennis, ondernemerschap en projectvaardigheden kunnen vergroten.
Daarnaast wil Regionale Ontwikkeling helpen bij het creëren en versterken van afzetmarkten. Daarmee moeten producten en diensten uit de gemeenschappen beter hun weg vinden naar afnemers in Suriname en daarbuiten. Een dergelijke aanpak kan lokale inkomens ondersteunen, maar vraagt ook om goede infrastructuur, begeleiding, financiering en toegang tot betrouwbare marktinformatie.
Duurzame ontwikkeling vraagt om kennis, toegang tot markten en sterke lokale organisaties.
Strategie van CDB biedt drie duidelijke aanknopingspunten
De plannen sluiten aan bij de tienjarige strategie van de CDB voor 2026 tot en met 2035. De bank legt daarin extra nadruk op jongerenontwikkeling, institutionele versterking en versnelde klimaatactie. De samenwerking RO en CDB kan daardoor verschillende beleidsterreinen verbinden, van training en bestuurlijke capaciteit tot klimaatbestendige projecten in kwetsbare gebieden.
De CDB ondersteunt in het Caribisch gebied projecten die sociale, economische en ecologische weerbaarheid moeten vergroten. Voor Suriname is die benadering relevant, omdat veel rurale gemeenschappen te maken hebben met beperkte toegang tot diensten, economische kansen en infrastructuur. Klimaatverandering kan bestaande kwetsbaarheden verder vergroten, vooral in gebieden die gevoelig zijn voor overstromingen, droogte of problemen met bereikbaarheid.
Oriëntatiebezoek aan rurale gebieden
Aiken gaf aan dat de bank later in 2026 een oriëntatiebezoek wil brengen aan de rurale gebieden waar het ministerie projecten wil uitvoeren. Tijdens zo’n bezoek kan de CDB zich een beeld vormen van de lokale omstandigheden, de behoeften van gemeenschappen en de praktische haalbaarheid van mogelijke projecten.
Het bezoek kan ook helpen om te bepalen welke vorm van ondersteuning het meest passend is. Daarbij kan het gaan om technische expertise, institutionele versterking, trainingen, projectvoorbereiding of financiering. Concrete afspraken over budgetten, locaties en een uitvoeringsschema zijn tijdens het kennismakingsgesprek nog niet bekendgemaakt.
Lokale inspraak belangrijk voor samenwerking RO en CDB
Voor het ministerie is het van belang dat toekomstige projecten niet alleen vanuit Paramaribo worden ontworpen. Bij initiatieven voor Inheemse en Tribale gemeenschappen zijn inspraak, lokale kennis en duidelijke afspraken over de uitvoering noodzakelijk. Eerder begon RO al met de voorbereiding van een projectdocument over de grondenrechten van Inheemse en Tribale volken, waarbij consultatie en beleidsafstemming een belangrijke rol spelen.
Minister Huur omschreef het bezoek als een belangrijke eerste stap naar een constructieve samenwerking. De CDB sprak volgens het ministerie de bereidheid uit om de contacten verder te verdiepen. De samenwerking RO en CDB bevindt zich daarmee nog in een verkennende fase, maar beide partijen hebben beleidsterreinen aangewezen waarop verdere gesprekken mogelijk zijn.
Vervolg moet leiden tot concrete projecten
De komende periode zal moeten blijken welke voorstellen worden uitgewerkt en welke gemeenschappen als eerste in beeld komen. Ook moet duidelijk worden hoe jongerenontwikkeling, klimaatbestendigheid en economische versterking in één projectaanpak kunnen worden samengebracht.
Een zorgvuldig vervolgtraject kan bijdragen aan projecten die niet alleen tijdelijk ondersteuning bieden, maar ook lokale organisaties sterker maken en nieuwe inkomstenmogelijkheden creëren. Het aangekondigde oriëntatiebezoek wordt daarom een belangrijk moment om de plannen voor RO en CDB te toetsen aan de werkelijkheid in de rurale gebieden van Suriname.







