Braganza Marketing Group bevestigt dat het afzonderlijke afspraken heeft met Mennonieten die aan drie landbouwprojecten zijn verbonden. Het bedrijf ontkent tegelijk grondverkoop, illegale activiteiten en mensenhandel en reageert daarmee op de groeiende maatschappelijke en politieke discussie.
Braganza en Mennonieten hebben volgens het bedrijf wel degelijk onderlinge afspraken over de uitvoering van grootschalige landbouwprojecten in Suriname. Braganza Marketing Group stelt in een verklaring van 18 september dat er documenten over de werkrelatie en raamovereenkomsten zijn gesloten. Daarmee bevestigt het bedrijf dat de Mennonieten via Braganza bij de projecten zijn betrokken.
Volgens Braganza werden op 13 januari 2026 drie overeenkomsten gesloten met het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij. Die zouden betrekking hebben op gebruiksrechten in drie gebieden langs de Weg naar West Suriname, met een gezamenlijke oppervlakte van 34.185 hectare. Het bedrijf benadrukt dat de overeenkomsten met LVV zijn gesloten en niet rechtstreeks met de Mennonieten.
Die uitleg sluit aan op de eerdere verklaring van minister Mike Noersalim dat LVV geen afzonderlijke overeenkomst met Mennonieten heeft. De minister zei wel dat er afspraken met Braganza bestaan over landbouwproductie. Volgens de officiële uitleg van de regering kan LVV onder voorwaarden gebieden beschikbaar stellen voor landbouw, terwijl formele gronduitgifte een aangelegenheid is van het ministerie van Grondbeleid en Bosbeheer.
Braganza en Mennonieten: afspraken over samenwerking
Directeur Lionel Blokland stelt dat de samenwerking is gericht op drie grootschalige landbouwprojecten. Braganza heeft volgens hem het voortouw bij de ontwikkeling, terwijl de Mennonieten kennis, ervaring, arbeidskracht en managementcapaciteit zouden inbrengen. Het bedrijf verwacht dat de gezamenlijke productie uiteindelijk een waarde van ongeveer US$ 78 miljoen per jaar kan bereiken.
Over de verblijfsstatus stelt Braganza dat de betrokken Mennonieten legaal in Suriname zijn. Mexicanen zouden met een visum zijn binnengekomen en voor een deel zouden aanvragen voor verblijf zijn ingediend. Voor Mennonieten uit Belize verwijst het bedrijf naar de CARICOM status van dat land. Officiële overheidsinformatie vermeldt dat burgers van andere CARICOM lidlanden niet visumplichtig zijn, maar voor vestiging en werk gelden afzonderlijke regels en procedures. Braganza zegt dat registratieprocedures zijn gestart. Het bedrijf heeft bij de verklaring geen individuele verblijfsdocumenten openbaar gemaakt.
Twist over activiteiten en grondgebruik
Braganza weerspreekt verder dat op de projectlocaties activiteiten worden uitgevoerd die niet zijn toegestaan. Volgens het bedrijf is met LVV afgesproken dat kampen mogen worden aangelegd, grenzen kunnen worden afgebakend en andere voorbereidende werkzaamheden mogen worden verricht. Braganza stelt dat het zich aan die afspraken houdt.
Ook ontkent het bedrijf dat landbouwgrond aan Mennonieten wordt verkocht. In de publieke discussie is een bedrag van US$ 150 per hectare genoemd. Braganza zegt dat dit geen verkoopprijs is en dat er geen koopovereenkomsten voor grond bestaan. Eventuele financiële bijdragen die Mennonitische families onderling regelen, vallen volgens het bedrijf buiten de afspraken met Braganza.
Braganza zegt dat er samenwerking en investeringen zijn, maar geen verkoop van landbouwgrond.
Reactie op vragen over mensenhandel
De verklaring volgt kort nadat NDP fractieleider Rabin Parmessar het Openbaar Ministerie opriep onderzoek te doen naar de omstandigheden waaronder Mennonieten naar Suriname zijn gekomen. Parmessar zei na een bezoek aan het Tibitigebied dat moet worden nagegaan of gezinnen mogelijk onder valse voorwendselen zijn binnengebracht. Key News berichtte eerder over die oproep.
Braganza verwerpt de suggestie dat bij zijn projecten sprake zou zijn van mensenhandel. Volgens het bedrijf gaat het om internationale landbouwpartners die bewust deelnemen aan de projecten. De onderneming stelt dat duidelijke afspraken zijn gemaakt met leiders van de betrokken groepen over werkzaamheden, kennis, management en investeringen. De verklaring van Braganza geeft daarmee het standpunt van het bedrijf weer en vormt op zichzelf geen onafhankelijk juridisch oordeel over de kwestie.
Milieu en positie van gemeenschappen
Naast de juridische discussie zijn er vragen over mogelijke gevolgen voor bos en leefgebieden. Een collectief van acht Surinaamse milieuorganisaties waarschuwde eerder voor grootschalige ontbossing als meer dan 34.000 hectare voor landbouw wordt ontwikkeld. Key News schreef eerder over deze zorgen. Braganza stelt daartegenover dat de gronden waarop het gebruiksrecht betrekking heeft niet liggen op gebieden van inheemse of tribale gemeenschappen.
Het bedrijf zegt samenwerkingsovereenkomsten te hebben gesloten met gemeenschappen in onder meer Witagron, Apoera en Washabo. Die afspraken zouden volgens Braganza gericht zijn op werkgelegenheid en gezamenlijk onderhoud van infrastructuur. In de verklaring worden geen volledige overeenkomsten of kaarten gepubliceerd waarmee de exacte grenzen van de projectgebieden en de verhouding tot woon en leefgebieden zelfstandig kunnen worden gecontroleerd.
Financiering en verwachte belastingopbrengsten
Braganza zegt dat de financiering van de landbouwprojecten inmiddels is verzekerd en dat eerdere twijfels gebaseerd zijn op een ouder bedrijfsplan. Volgens een financiële prognose van het bedrijf en zijn administratiekantoor zou bij volledige uitvoering jaarlijks ongeveer US$ 13 miljoen aan belastingen worden afgedragen. Ook deze bedragen zijn prognoses van Braganza en zijn niet gepresenteerd als gerealiseerde inkomsten.
Het bedrijf zegt daarnaast geen aanmaningen of deurwaardersexploten te hebben ontvangen waarin het of de betrokken Mennonieten wordt opgedragen de gebieden te verlaten. Braganza stelt dat het dergelijke stukken niet heeft gezien. Het bedrijf zegt de gebruiksrechten voor twintig jaar te hebben verkregen, met een mogelijkheid tot verlenging.
Verdere duidelijkheid over projecten
De verklaring van Braganza maakt duidelijk hoe het bedrijf zelf de samenwerking met de Mennonieten en de afspraken met LVV uitlegt. Tegelijk blijven verschillende punten onderwerp van publiek debat, waaronder de precieze juridische status van de gebruiksrechten, de verblijfs en werkprocedures voor buitenlandse deelnemers, milieutoestemmingen en de gevolgen voor bos en lokale gemeenschappen. Verdere openbaarmaking van overeenkomsten, vergunningen en officiële besluiten kan meer duidelijkheid geven over de feitelijke en juridische positie van de projecten.








