NDP-fractieleider Rabin Parmessar wil dat het Openbaar Ministerie onderzoekt onder welke omstandigheden mennonieten naar Suriname zijn gekomen. Hij vermoedt dat gezinnen mogelijk zijn misleid en vraagt ook duidelijkheid over grondgebruik, houtkap en verdere vestiging in het binnenland.
Mennonieten in Suriname zijn opnieuw onderwerp van politiek en juridisch debat, nadat Parmessar samen met NDP-parlementariër Jennifer Vreedzaam en milieuactivist Erlan Sleur een locatie in het Tibitigebied bezocht. Volgens Parmessar verblijven daar ten minste drie Mennonietengezinnen. Op het terrein zijn woningen, opslagruimten en andere voorzieningen gebouwd en is een deel van het bos vrijgemaakt. Verdere werkzaamheden zouden voorlopig zijn stilgelegd. De discussie over mennonieten in Suriname draait daarmee steeds nadrukkelijker om de vraag welke afspraken werkelijk zijn gemaakt.
Tijdens het bezoek spraken de bezoekers met bewoners over de omstandigheden waaronder zij naar Suriname zijn gekomen. Volgens Parmessar vertelde een van de gezinnen dat het vanuit Belize is verhuisd in de verwachting per gezin twintig hectare landbouwgrond te kunnen gebruiken. De betrokkenen zouden hun bezittingen in Belize hebben verkocht en landbouwmachines hebben meegenomen om in Suriname een nieuw bestaan in de landbouw op te bouwen.
Parmessar zegt dat de gezinnen later zouden hebben vernomen dat voor de grond betaald moet worden en dat uitbreiding niet zonder meer mogelijk is. Hij stelt dat zij onvoldoende op de hoogte waren van hun juridische positie en de voorwaarden die in Suriname gelden. Op basis daarvan spreekt hij van mogelijke misleiding. Dat is een kwalificatie van Parmessar en geen vaststelling van een opsporingsinstantie of rechter.
Mennonieten in Suriname en mogelijke misleiding
De NDP-fractieleider wil dat het Openbaar Ministerie bekijkt of er aanleiding is voor een strafrechtelijk onderzoek. Hij noemt daarbij de mogelijkheid van mensenhandel. Of de omstandigheden juridisch onder mensenhandel vallen, staat niet vast en zal, indien er een onderzoek komt, door de bevoegde autoriteiten moeten worden beoordeeld. Parmessar vindt dat vooral moet worden nagegaan wie de gezinnen heeft benaderd, welke toezeggingen zijn gedaan en welke documenten daarbij zijn gebruikt.
De oproep komt terwijl al langer onduidelijkheid bestaat over de juridische basis voor verschillende projecten waarbij Mennonieten in Suriname betrokken zijn. De regering maakte in augustus bekend dat bewoners op drie locaties in het binnenland op 20 juli 2026 via een deurwaardersexploot waren aangemaand om activiteiten te staken en te vertrekken. Volgens het ministerie van Grondbeleid en Bosbeheer ontbraken voor die vestigingen en bepaalde werkzaamheden de vereiste toestemmingen. De officiële mededeling maakte duidelijk dat verdere maatregelen niet werden uitgesloten.
Regering had eerder vertrek aangezegd
Key News berichtte eerder dat het onder meer gaat om Bantipasi, Albergapasi en Masoniakreek. Minister Stanley Soeropawiro van Grondbeleid en Bosbeheer zei toen dat de regering verdere maatregelen zou treffen als geen gevolg werd gegeven aan de aanmaning. De regering koppelt de kwestie aan bredere ordening van het achterland, controle op grondgebruik en bescherming van bosgebieden. Daarmee is de discussie over mennonieten in Suriname onderdeel geworden van een groter debat over de inrichting van het binnenland.
Tegenover die lezing staat de positie van Braganza Marketing Group. Het bedrijf heeft eerder gesteld dat de mennonieten die aan zijn landbouwprojecten deelnemen legaal in Suriname verblijven en dat de projecten voortkomen uit afspraken die met de overheid zijn gemaakt. Braganza stelde tevens dat voor projecten in Tibiti en Kabalebo gebruiksrechten zouden bestaan voor in totaal 34.185 hectare. Die claims zijn onderwerp van discussie met de huidige regering en zijn niet hetzelfde als een onvoorwaardelijke toestemming voor alle werkzaamheden.
Eerst moet duidelijk zijn welke afspraken zijn gemaakt en welke rechten daadwerkelijk zijn verleend.
Onduidelijkheid over afspraken en vergunningen
Minister Mike Noersalim van Landbouw, Veeteelt en Visserij verklaarde begin september dat zijn ministerie geen afzonderlijke overeenkomst met de mennonieten heeft aangetroffen. Volgens hem bestaan er wel documenten en besluiten uit de vorige regeringsperiode over landbouwprojecten. Hij benadrukte dat voor grootschalige landbouw milieustudies en goedkeuringen nodig zijn, buitenlandse arbeidskrachten legaal in Suriname moeten verblijven en activiteiten in primair bos niet zonder de vereiste procedures mogen plaatsvinden. Ook andere instanties zijn betrokken bij toezicht op bosgebruik en milieuvoorwaarden.
De huidige discussie bouwt voort op een dossier dat al enkele jaren speelt. In januari 2024 verklaarde de toenmalige regering dat geen grond aan mennonieten was uitgegeven en dat ook in Tibiti geen gronden aan de groep waren toegewezen. In 2026 kwamen echter nieuwe landbouwplannen en afspraken rond Braganza nadrukkelijker in beeld. Daardoor draait het debat over mennonieten in Suriname nu niet alleen om immigratie, maar ook om de vraag welke rechten daadwerkelijk zijn verleend, door welke instantie en onder welke voorwaarden.
Ook vragen over houtkap in Tibiti
Tijdens het recente bezoek aan Tibiti werden volgens Parmessar ook gekapte bomen en houtblokken aangetroffen. Hij zegt dat de Stichting voor Bosbeheer en Bostoezicht is geïnformeerd. De parlementariër wil dat wordt vastgesteld of voor de houtkap vergunningen of andere toestemmingen bestaan. Zolang daarover geen formele uitkomst is, kan niet worden geconcludeerd dat de aangetroffen houtkap illegaal was. De controle door de bevoegde instanties moet duidelijk maken wat wel en niet is toegestaan.
Parmessar waarschuwt daarnaast voor een mogelijke verdere toestroom van mennonieten in Suriname. Volgens hem zouden tientallen tot mogelijk honderden gezinnen in het buitenland belangstelling hebben om naar Suriname te komen. Hij vindt dat verdere vestiging in bosgebieden moet worden tegengehouden totdat de regering duidelijkheid heeft gegeven over grondgebruik, immigratiestatus, vergunningen en de gebieden die voor landbouw beschikbaar kunnen worden gesteld.
Kustvlakte genoemd als mogelijk alternatief
Voor de gezinnen die al aanwezig zijn, pleit hij voor een afzonderlijke beoordeling. Volgens Parmessar moet worden bekeken of zij onder voorwaarden kunnen blijven of dat landbouwgrond in de kustvlakte een alternatief kan zijn. De regering heeft eerder aangegeven dat zij grootschalige landbouw liever concentreert in gebieden die daarvoor geschikt zijn en dat primair bos en woon- en leefgebieden van Inheemse en tribale gemeenschappen beter moeten worden beschermd. Dat beleid raakt rechtstreeks aan de toekomst van mennonieten in Suriname die al investeringen hebben gedaan.
Daarmee raakt de zaak meerdere beleidsterreinen tegelijk. Het gaat om de bescherming van bossen, de rechtspositie van buitenlandse gezinnen, de bevoegdheden van ministeries, mogelijke overeenkomsten met private ondernemingen en de vraag hoe landbouwontwikkeling kan plaatsvinden zonder bestaande regels en rechten te doorkruisen. Voor mennonieten in Suriname zelf is vooral van belang dat helder wordt welke afspraken juridisch geldig zijn en welke verplichtingen daaruit voortvloeien.
OM kan duidelijkheid geven over strafrechtelijke kant
Parmessar noemt de situatie een voorbeeld van bredere problemen met ordening en handhaving in het binnenland. Zijn oproep aan het Openbaar Ministerie voegt daar een mogelijke strafrechtelijke dimensie aan toe. Vooralsnog zijn de door hem genoemde vermoedens geen vastgestelde strafbare feiten. Verdere duidelijkheid zal moeten komen van de regering, toezichthouders en eventueel het Openbaar Ministerie als dat besluit onderzoek te verrichten.
De officiële regeringsinformatie bevestigt de aanmaning van 20 juli 2026. LVV heeft daarnaast verklaard geen afzonderlijke overeenkomst met de Mennonieten te hebben aangetroffen, maar wel eerdere documenten en besluiten rond landbouwprojecten. Braganza heeft publiek een andere lezing gegeven over de juridische basis van de projecten.








