President commissaris Emanuel Scheek vindt dat president Jennifer Simons moet ingrijpen in de situatie bij de Telecommunicatie Autoriteit Suriname. Zes leden van de Raad van Commissarissen zijn door TAS directeur Wendy Jap A Joe voor de rechter gedaagd.
Het staatshoofd moet volgens president commissaris Emanuel Scheek ingrijpen in het TAS conflict, waarbij een rechtszaak is aangespannen tegen zes leden van de Raad van Commissarissen van de Telecommunicatie Autoriteit Suriname. Scheek veronderstelt dat president Jennifer Simons een rol kan spelen bij het oplossen van de ontstane situatie.
De leden van de RvC gaven donderdag tijdens een persmoment breedvoerig uitleg over de situatie bij de TAS. De persconferentie werd gehouden naar aanleiding van recente publieke uitlatingen en berichtgeving over de rechtszaak die TAS directeur Wendy Jap A Joe tegen zes leden van de raad heeft aangespannen.
De commissarissen stellen dat er al langere tijd problemen zijn met de informatievoorziening vanuit de directie. Volgens hen wordt bij sommige uitgaven van de TAS onvoldoende duidelijkheid gegeven. De leden zeggen dat zij vanuit hun toezichthoudende verantwoordelijkheid vragen hebben gesteld over de financiële situatie en verschillende uitgaven van de organisatie.
Scheek vraagt ingrijpen president in TAS conflict
Scheek zegt dat de president de mogelijkheid heeft om de Raad van Ministers bijeen te roepen om de kwestie verder te bespreken. “Ik veronderstel dat dit ook gebeurt”, zei de president commissaris. Volgens hem kunnen de maatregelen die nodig zijn om de situatie op te lossen op de agenda van de regering worden geplaatst.
“De maatregelen kunnen op agenda geplaatst worden, want het gaat om openbaarheid van bestuur”, aldus Scheek. Hij gaf ook aan dat hij zijn tijd liever nuttig besteedt dan voortdurend verwikkeld te zijn in een situatie waarin het werk van de RvC volgens hem moeilijk wordt gemaakt. Scheek zegt dat hij zijn positie zal heroverwegen als de situatie op deze manier blijft voortduren.
RvC wil eigen kant van zaak toelichten
De zes betrokken leden vinden het noodzakelijk om zelf de context van de zaak uiteen te zetten. Zij willen hun positie toelichten en reageren op recente publieke kwalificaties en beeldvorming rond de rechtszaak en de omstandigheden die daaraan voorafgingen.
RvC lid Orpheo La Main zegt dat de raad zich verantwoordelijk wil opstellen, vooral als het gaat om het beheer van middelen binnen de organisatie. “We hebben ons best gedaan om ons aan wetten en regels te houden”, zei La Main. “Geen moment hebben wij ons persoonlijk opgesteld of ons uitgelaten in de media over zaken die niet in lijn zijn met onze taak.”
“We hebben ons best gedaan om ons aan wetten en regels te houden.”
Vragen over financiële uitgaven TAS
RvC lid Joan Nibte zegt dat bepaalde financiële uitdraaien van de TAS volgens de raad hoge bedragen laten zien. Zij noemde tijdens het persmoment onder meer de reiskosten van de organisatie. Volgens Nibte zou over een periode van ongeveer één jaar een bedrag van rond de US$ 1 miljoen aan reiskosten in de administratie voorkomen. Het door Nibte genoemde bedrag is tijdens het persmoment door haar naar voren gebracht.
Conflict tussen RvC en directie duurt al langer
De huidige rechtszaak is een nieuwe ontwikkeling in het langer lopende TAS conflict tussen de directie en de Raad van Commissarissen. Key News berichtte eerder dat de RvC maatregelen tegen Jap A Joe wilde vanwege zorgen die de raad heeft geuit over haar functioneren, financiële verantwoording en de informatievoorziening binnen de organisatie.
De Raad van Ministers ging op 26 augustus niet akkoord met het verzoek om Jap A Joe te schorsen. Minister Raymond Landveld van Transport, Communicatie en Toerisme maakte daarna duidelijk dat de directeur in functie blijft en dat zowel de directie als de RvC hun werkzaamheden moeten voortzetten. Volgens Landveld moeten de twee partijen ondanks het conflict samenwerken. Key News berichtte eerder uitgebreid over de situatie bij de TAS.
Rechtszaak verhoogt spanning binnen TAS
Jap A Joe heeft inmiddels zes commissarissen in kort geding betrokken. Zij stelt onder meer dat bepaalde uitlatingen van de commissarissen haar eer, goede naam en professionele reputatie hebben aangetast. De betrokken RvC leden bestrijden dat en stellen dat hun handelen en vragen voortkomen uit hun verantwoordelijkheid als toezichthouder.
De zaak draait daardoor niet alleen om de persoonlijke verhoudingen binnen de TAS, maar ook om de vraag hoeveel ruimte een Raad van Commissarissen heeft om financiële en bestuurlijke informatie van een directie op te vragen en daar publiekelijk uitspraken over te doen. Uiteindelijk is het aan de rechter om zich uit te spreken over de vorderingen die in de rechtszaak zijn ingediend.
Regering koos eerder voor samenwerking
De oproep van Scheek aan president Simons komt op een moment waarop de regering juist heeft aangegeven dat beide partijen weer met elkaar aan het werk moeten. Minister Landveld heeft eerder bevestigd dat onderzoek moet helpen om duidelijkheid te krijgen over de beschuldigingen die binnen de organisatie zijn geuit.
Daarmee is het TAS conflict nog niet opgelost. De directie blijft aan, de RvC blijft belast met het toezicht en tegelijkertijd loopt de juridische procedure. De positie van Scheek als president commissaris dateert van 11 mei 2026, toen hij officieel werd benoemd. De overheid stelde bij zijn benoeming dat de TAS een belangrijke toezichthoudende rol heeft binnen de telecommunicatiesector. Meer informatie over zijn benoeming is te vinden via de officiële website van de Surinaamse overheid.
TAS conflict blijft regering bezighouden
Voor Scheek ligt een deel van de verantwoordelijkheid voor het doorbreken van de huidige situatie nu bij het staatshoofd en de regering. Zijn oproep betekent echter nog niet dat er een nieuw besluit is genomen over de positie van de directeur of de RvC. Vooralsnog blijven de eerder genomen besluiten van kracht en gaat de rechtszaak verder.
De komende periode moet blijken of president Simons of de Raad van Ministers opnieuw maatregelen bespreekt naar aanleiding van de uitspraken van de commissarissen. Ook moet blijken welke duidelijkheid de lopende juridische en bestuurlijke trajecten zullen geven over de financiële vragen die door de RvC naar voren zijn gebracht.








