Met de scholenvoorstelling De opdracht van Afo Fransje zijn scholieren in verschillende delen van Suriname op een toegankelijke manier aan het denken gezet over geschiedenis, vrijheid, identiteit en de betekenis van Keti Koti. De productie legt daarbij nadrukkelijk de verbinding tussen het slavernijverleden en maatschappelijke vraagstukken waarmee jongeren vandaag worden geconfronteerd.
De voorstelling is een coproductie van Urban Myth en Creative Project Services. Het is de tweede samenwerking tussen beide organisaties, na een eerder verdiepend onderzoek naar de beleving van Keti Koti op Surinaamse scholen.
De inzichten uit dat onderzoek vormden de basis voor een nieuwe productie die speciaal werd ontwikkeld voor het Surinaamse onderwijs. Bij eerdere producties in Nederland werd samengewerkt met onder anderen de Surinaamse schrijvers Sharda Ganga, Idi Lemmers, Maggie Schmeitz en Darell Geldorp.
Voor De opdracht van Afo Fransje werd theatermaker Sharda Ganga aangetrokken als schrijver en regisseur. Zij werkte samen met Jörgen Tjon A Fong van Urban Myth, die als co-regisseur aan de productie verbonden was.
Veertien voorstellingen
De tour ging op 28 juli van start op de O.S. Helena Christina en deed vervolgens scholen aan in Wanica, Moengo/Albina, Paramaribo en Nickerie.
In totaal werd de voorstelling veertien keer opgevoerd. De laatste twee voorstellingen vonden op 14 en 15 augustus plaats bij Villa Zapakara in Ons Erf aan de Prins Hendrikstraat, midden in Heritage Month.
Daar waren onder meer scholieren uit het district Para aanwezig in het kader van het jeugd- en educatieproject Stuka Prisiri van de Rotary Clubs Paramaribo Residence en Paramaribo Quota.
Uit reacties van de jongeren bleek dat de voorstelling hen aan het denken zette over vertrouwen, discriminatie en saamhorigheid. Zo gaven scholieren aan te hebben geleerd dat mensen van elkaars cultuur kunnen leren en dat afkomst geen belemmering hoeft te zijn om gezamenlijk als Surinamers op te trekken.
Ook de onderlinge conflicten tussen de personages bleken voor verschillende jongeren herkenbaar. Vooral de ruzies tussen Asha, gespeeld door Selen Sariman, en Frida, vertolkt door Jomara Roletti, riepen herkenning op.
Twee vriendinnen vertelden lachend dat zij zelf soms op een soortgelijke manier met elkaar bekvechten en elkaar ‘bigi taki’ geven, maar het uiteindelijk weer goedmaken.
Hedendaagse problemen centraal
De voorstelling beperkt zich niet tot historische gebeurtenissen. Ook actuele problemen waarmee jongeren en gezinnen te maken kunnen krijgen, spelen een belangrijke rol.
Zo worstelt Frida met verhuizing en het gevoel van ontheemding. Bij Zaid, gespeeld door Gavin Lie-Atjam, verandert de situatie thuis nadat zijn moeder het land heeft verlaten en zijn opa door chikungunya wordt getroffen.
Volgens de organisatoren maakten deze verhaallijnen veel indruk op het publiek. Tijdens emotionele momenten was het stil onder de scholieren en werden ook bij begeleiders en andere aanwezigen tranen waargenomen.
Voor de nodige luchtigheid zorgde het personage Kodjo, ook wel KJ genoemd, gespeeld door Kymani Nelzon. Met zijn energieke en creatieve ideeën probeert hij invulling te geven aan een schoolopdracht voor het vak geschiedenis. Daarbij maakt hij gebruik van rap en muziekinstrumenten uit verschillende culturen die Suriname rijk is.
‘Waarom is samenwerken zo moeilijk?’
Volgens Ganga was het bewust niet de bedoeling om een traditionele historische voorstelling te maken waarin vooral klederdracht en gebeurtenissen uit het verleden centraal staan.
Zij wilde juist onderzoeken waarom samenwerken binnen de Surinaamse samenleving soms zo moeilijk blijkt en waar het onderlinge wantrouwen vandaan komt.
“Ik heb tijdens de tour vooral de ‘crowd’ geobserveerd en heb het gelach en gejoel, maar ook de traantjes gezien”, zegt Ganga.
Volgens haar herkenden leerkrachten veel van de situaties die in het stuk worden uitgebeeld uit verhalen die zij zelf van leerlingen horen.
De theatermaker wilde jongeren vooral meegeven dat problemen bespreekbaar moeten worden gemaakt om hulp te kunnen krijgen. Schaamte of angst om uitgelachen of bespot te worden, zou jongeren er volgens haar niet van moeten weerhouden om over moeilijke situaties te praten.
Ganga ziet ook een relatie met de geschiedenis van Suriname en de manier waarop mensen volgens haar hebben geleerd in afzonderlijke groepen te denken.
“Ik merkte dat de kinderen er vooral erg veel lol in hadden, dat de boodschap is aangekomen en dat ze dat dus zullen meenemen. Dat is alles wat je wilt als schrijver”, aldus Ganga.
Publiek dicht bij de spelers
Het decor van De opdracht van Afo Fransje stelde een deel van een klaslokaal voor, met vier tafels en vier stoelen. De productie was bewust eenvoudig en volledig draagbaar opgezet, zonder uitgebreide licht- of geluidsinstallatie.
Daardoor kon de voorstelling op korte afstand van de leerlingen worden gespeeld en konden de acteurs direct contact maken met hun publiek.
Na iedere voorstelling kregen de jongeren drie vragen voorgelegd: welk werk van Afo Fransje is volgens hen nog niet af, welke ‘ketting’ of ‘keten’ in Suriname nog moet worden verbroken en wat in het land zo belangrijk en waardevol is dat het nooit verloren mag gaan.
Videoregistratie voor scholen
Van het project wordt ook een videoregistratie gemaakt. Die moet in de toekomst worden gebruikt voor educatieve presentaties op scholen, met name rond de jaarlijkse Keti Koti-herdenkingen.
Met het project willen Urban Myth en Creative Project Services bijdragen aan een blijvende dialoog over het gedeelde slavernijverleden, bewustwording en de doorwerking van die geschiedenis in de hedendaagse Surinaamse samenleving.
De producenten van de scholenvoorstelling zijn Ann Hermelijn en Maureen Healy. De productieassistentie werd verzorgd door Moriah Leysner.
Het project werd mede mogelijk gemaakt door de Nederlandse Ambassade in Paramaribo, Fonds Podiumkunsten, Cultuurfonds Suriname, VSH Community Fund en Urban Myth.






