De Surinaamse dollar is in april en mei relatief stabiel gebleven ten opzichte van de Amerikaanse dollar en de euro. Toch betekent die koersrust nog niet dat de druk op de prijzen is verdwenen. Dat blijkt uit het 29ste bulletin van de Suriname Economic Oversight Board (SEOB), waarin de organisatie waarschuwt dat Suriname nog altijd met tweecijferige inflatie kampt.
Volgens de SEOB bleef de USD-koers in april nagenoeg stabiel op SRD 37,7. In mei bleef de koers verder rond SRD 37,5. Ook tegenover de euro was er sprake van relatieve stabiliteit. De EUR-koers daalde in maart naar SRD 43,7, liep in april licht op naar SRD 44,1 en kwam in mei uit op SRD 43,8.
De economische monitor concludeert dat de cijfers voor mei wijzen op een betrekkelijk rustige wisselkoersontwikkeling. “Per saldo wijzen de cijfers voor mei op een relatief stabiele wisselkoersontwikkeling, zowel tegenover de Amerikaanse dollar als de euro”, aldus de SEOB.
Toch blijft de economie kwetsbaar. De stabielere koers heeft de inflatie nog niet teruggebracht naar een veilig niveau. In april liep de jaar-op-jaar inflatie licht op naar 10,9 procent, na 10,8 procent in maart. Ook op maandbasis nam de prijsdruk toe. De prijzen stegen in april met 0,8 procent, tegenover 0,4 procent in maart en 0,2 procent in februari.
Volgens de SEOB bevestigt dit dat Suriname nog altijd te maken heeft met verhoogde prijsdruk. De organisatie schrijft dat het land “sinds juli 2025 opnieuw in een fase van tweecijferige inflatie is beland” en dat “de prijsdruk in april opnieuw is toegenomen”.
Dat heeft directe gevolgen voor burgers en bedrijven. Huishoudens merken de aanhoudende inflatie in hun koopkracht, terwijl ondernemers geconfronteerd worden met hogere kosten. Ook spaarders worden geraakt, omdat de waarde van geld onder druk blijft staan wanneer prijzen blijven stijgen.
“De koopkracht van huishoudens wordt sneller uitgehold, de kosten voor bedrijven nemen toe, sparen wordt minder waard en de onzekerheid in de economie neemt toe”, stelt de SEOB in het bulletin. Volgens de organisatie is dat ongunstig, omdat Suriname juist werkte aan een terugkeer naar eencijferige inflatie als teken van verder economisch herstel en prijsstabiliteit.
De SEOB noemt verschillende factoren die de aanhoudende inflatiedruk kunnen verklaren. Het gaat onder meer om de vertraagde doorwerking van eerdere kostenstijgingen, importinflatie, binnenlandse kostenfactoren en groei van kredietverlening. Daardoor kan de inflatie blijven doorwerken, ook wanneer de wisselkoers tijdelijk stabiel blijft.
De organisatie waarschuwt bovendien dat de wisselkoers gevoelig blijft voor externe en binnenlandse ontwikkelingen. Hoewel de recente cijfers enige stabilisatie laten zien, blijft de koers volgens de SEOB afhankelijk van internationale valutabewegingen, externe schokken en het binnenlandse macro-economische beleid.
“Voor Suriname onderstreept dit dat blijvende prijsstabiliteit nog niet is bereikt en dat consistent monetair en fiscaal beleid noodzakelijk blijft”, aldus de SEOB.
De economische monitor benadrukt daarom dat de overheid en monetaire autoriteiten scherp moeten blijven op begrotingsdiscipline, geldgroei en kredietontwikkeling. Volgens de SEOB is afstemming tussen begrotings- en monetair beleid essentieel om inflatoire druk te beperken en de SRD stabiel te houden.
Hoewel de economie in het eerste kwartaal van 2026 verder aantrok, noemt de SEOB het herstel nog kwetsbaar. De economische groei versnelt, maar de combinatie van inflatie, hoge staatsschuld en druk op de overheidsfinanciën blijft een risico voor duurzame stabiliteit.













