De regering stelt dat ongeveer USD 185 miljoen uit de uitbreiding van de staatsobligatie uitsluitend mag worden besteed aan vooraf vastgestelde sociale projecten. Een speciaal controlesysteem, aanbestedingsregels en jaarlijkse externe audits moeten voorkomen dat het geld voor andere doeleinden wordt gebruikt.
De middelen voor sociale projecten uit de staatsobligatie kunnen volgens minister Adelien Wijnerman van Financiën en Planning niet vrij door de regering worden besteed. De bewindsvrouw benadrukte vrijdag 21 augustus tijdens een persconferentie dat duidelijke afspraken met de internationale investeerders zijn gemaakt over het gebruik en de controle van het geld.
De regering breidde op 26 februari 2026 de bestaande obligatie met een looptijd tot 2035 uit met USD 265 miljoen. De obligatie draagt een rente van 8,5 procent. Van de opbrengsten is volgens Wijnerman ongeveer USD 185 miljoen beschikbaar voor sociale en economische projecten. De middelen zijn ondergebracht op een afzonderlijke rekening en zijn gekoppeld aan vooraf bepaalde investeringen.
Volgens de minister speelt daarbij een belangrijke rol dat het geleend geld betreft. “Het zijn investeerders die geld hebben gegeven, dus zij hebben er wel voor gezorgd dat alles goed is vastgelegd”, zei Wijnerman. De regering moet daardoor kunnen aantonen waarvoor het geld wordt gebruikt en of bij projecten de afgesproken procedures zijn gevolgd.
Strenge voorwaarden voor sociale projecten
Voor ieder project dat met deze middelen wordt gefinancierd, gelden volgens Wijnerman specifieke voorwaarden. Zo moet er een correcte procurementprocedure worden gevolgd voordat toestemming kan worden gegeven voor uitvoering. Projecten kunnen hierdoor niet zonder voorafgaande toetsing uit de beschikbare middelen worden betaald.
Voor de controle is een speciale board ingesteld. Daarin zijn onder meer het ministerie van Financiën en Planning, vertegenwoordigers van de ministeries die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van projecten en een monitoringsteam vanuit de private sector vertegenwoordigd. De bedoeling is dat deze structuur toezicht houdt vanaf de voorbereiding tot de daadwerkelijke uitvoering.
Het geld mag alleen worden gebruikt voor projecten waarvoor het vooraf beschikbaar is gesteld.
Wijnerman zegt dat geen enkel project buiten deze controleprocedure mag worden uitgevoerd. “Alle projecten die uitgevoerd worden, moeten lopen via zo een board en controleren en als alles goed verlopen, dan pas kunnen we tekenen voor de uitvoering van zo een project”, aldus de minister.
Ook externe accountant controleert besteding
Naast de controle tijdens de uitvoering komt er jaarlijks een afzonderlijke financiële controle. Aan het einde van ieder jaar moet een externe accountant nagaan of de middelen volgens de voorgeschreven procedures zijn besteed. Daarbij worden de projecten en bijbehorende financiële transacties gecontroleerd.
Deze controle is ook van belang tegenover de investeerders. Bij de uitgifte van de obligatie is vastgelegd dat een deel van de opbrengsten wordt gebruikt voor specifieke sociale uitgaven. Het Internationaal Monetair Fonds meldde eerder dat ongeveer USD 186 miljoen van de aanvullende uitgifte bij de Centrale Bank van Suriname wordt aangehouden voor sociale uitgaven.
De regering maakte bij de uitbreiding van de obligatie duidelijk dat het geld onder meer bedoeld is voor investeringen in gezondheidszorg, onderwijs, digitalisering, energie en basisvoorzieningen, landbouw en voedselzekerheid, midden en kleinbedrijf, woningbouw en jeugdontwikkeling.
Ruim USD 3 miljoen inmiddels uitgegeven
Volgens Wijnerman is op dit moment ongeveer USD 3,1 miljoen betaald voor projecten die al in uitvoering zijn. Daarnaast is ongeveer 30 procent van het beschikbare bedrag inmiddels toegewezen. Voor verschillende projecten zijn volgens haar al contracten gesloten.
Projecten waarvoor financiering beschikbaar is gesteld vallen onder verschillende ministeries. Het gaat onder andere om onderwijs, gezondheidszorg, jeugd en sport en het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij. Een deel van de investeringen moet uiteindelijk direct zichtbaar worden in voorzieningen waarvan burgers gebruikmaken.
De overheid heeft inmiddels ook aanbestedingstrajecten gestart binnen het Priority Social Projects Program. Een van de onderdelen richt zich op renovatie van scholen. Daarbij gelden voorwaarden voor onder meer technische capaciteit, financiële draagkracht, prijs, uitvoering en naleving van de aanbestedingsregels.
Staatsobligatie vergroot ook schuldenlast
De uitbreiding van de obligatie betekent tegelijkertijd dat Suriname extra schuld is aangegaan. De bestaande 2035 obligatie werd met USD 265 miljoen verhoogd en heeft een rente van 8,5 procent. De regering moet daardoor niet alleen verantwoorden hoe de middelen voor sociale projecten worden gebruikt, maar in de komende jaren ook rekening houden met de rente en uiteindelijke terugbetaling.
Key News berichtte eerder uitgebreid over de uitbreiding van de 2035 obligatie met USD 265 miljoen. Destijds stelde de regering dat de operatie noodzakelijk was om financiële stabiliteit te behouden en tegelijkertijd investeringsruimte te creëren.
De controle op de sociale projecten wordt daarmee een belangrijk onderdeel van de verantwoording over de nieuwe staatsschuld. Niet alleen de hoogte van de investeringen, maar vooral de uitvoering, aanbesteding en uiteindelijke maatschappelijke resultaten zullen bepalen in hoeverre de geleende middelen daadwerkelijk terechtkomen bij de doelen waarvoor ze zijn aangetrokken.







