President Jennifer Simons wil dat Suriname vanaf 2027 een flinke toename laat zien in het gebruik van zonne-energie, vooral bij bedrijven en huishoudens met een hoog elektriciteitsverbruik. Volgens het staatshoofd is het noodzakelijk om de afhankelijkheid van traditionele energiebronnen te verminderen en de energiezekerheid van het land te versterken. De regering wil daarom belemmeringen in de regelgeving wegnemen om investeringen in zonne-energie mogelijk te maken.
Dit kwam vrijdag 30 oktober 2026 naar voren tijdens een strategische rondetafeldiscussie over zonne-energie in de Congreshal. De bijeenkomst, georganiseerd op initiatief van het Kabinet van de President, stond in het teken van duurzame energie, energiezekerheid en investeringsmogelijkheden. De uitkomsten moeten ook bijdragen aan de Nationale Energie Roadmap 2026-2035.
Internationale bedrijven tonen belangstelling voor zonneparken
President Simons maakte tijdens de opening bekend dat zij het afgelopen jaar voorstellen heeft aangehoord van ten minste vier internationale bedrijven die gezamenlijk plannen hebben gepresenteerd voor de ontwikkeling van ruim 200 megawatt aan zonne-energiecapaciteit in Suriname.
Volgens het staatshoofd zouden dergelijke investeringen de overheid in de eerste fase niets hoeven te kosten. De opgewekte elektriciteit zou vervolgens aan de Energie Bedrijven Suriname (EBS) worden verkocht.
De uitvoering van deze plannen wordt echter bemoeilijkt door tekortkomingen in de regelgeving. Simons benadrukte dat zij zich persoonlijk wil inzetten om de noodzakelijke wettelijke en bestuurlijke voorwaarden op orde te krijgen.
“Maar zoals al gezegd, is de regelgeving niet in orde”, stelde de president.
Tekort aan elektriciteitsvermogen kan verder oplopen
De urgentie van investeringen in nieuwe energiebronnen werd onderstreept door Sergio Akiemboto, Chief of Staff van het Kabinet van de President.
Volgens Akiemboto kampt Suriname momenteel met een tekort aan beschikbaar elektriciteitsvermogen van ongeveer 80 megawatt. Indien uitbreiding van de productiecapaciteit uitblijft, kan dit tekort richting 2030 oplopen tot 120 à 140 megawatt.
“Dat zijn geen vrijblijvende cijfers die we kunnen bespreken. Het zijn geen prognoses, maar realiteit”, benadrukte Akiemboto.
Hij waarschuwde dat onvoldoende beschikbare elektriciteitscapaciteit gevolgen kan hebben voor investeringsbeslissingen, economische groei, productiekosten en uiteindelijk de welvaart van de bevolking.
Wetgeving vormt obstakel voor grootschalige investeringen
Akiemboto wees erop dat bijna tien jaar na de invoering van de Elektriciteitswet van 2016 nog altijd geen grootschalig zonne-energieproject is gerealiseerd via de wettelijk voorgeschreven openbare aanbestedingsprocedure.
Volgens hem zijn verschillende noodzakelijke uitvoeringsregelingen nog niet volledig vastgesteld. Ook ontbreken essentiële kaders voor aanbestedingen, vergunningverlening, aansluiting op het elektriciteitsnet en contractuele zekerheid voor investeerders.
Deze tekortkomingen moeten worden aangepakt om de ontwikkeling van grootschalige zonne-energieprojecten mogelijk te maken.
Overheid wil zonne-energie toegankelijker maken voor burgers
Naast grootschalige energieprojecten wil president Simons dat ook burgers en bedrijven vaker investeren in zonnepanelen.
Zij sprak haar waardering uit voor twee banken die volgens haar inmiddels financieringsmogelijkheden tegen redelijke rentetarieven aanbieden voor investeringen in zonne-energie.
De president vindt echter dat de overheid moet onderzoeken hoe de financiële drempel voor huishoudens verder kan worden verlaagd.
“Ik denk dat de overheid voor burgers toch nog misschien meer voorzieningen moet helpen treffen om die energiedrempel, die investeringsdrempel die er is voor zonne-energie, toch te verbeteren”, aldus Simons.
Zij wil in 2027 al een duidelijke groei zien in het gebruik van zonne-energie, met bijzondere aandacht voor bedrijven en huishoudens die grote hoeveelheden elektriciteit verbruiken.
Energiezekerheid belangrijk met komst olie- en gasindustrie
De president plaatste de plannen voor zonne-energie ook in het perspectief van de verwachte economische ontwikkelingen in de olie- en gassector.
Volgens haar moet Suriname voorkomen dat de toekomstige energievoorziening te sterk afhankelijk wordt van één energiebron. Zij wees daarbij op internationale ontwikkelingen die de olieprijzen beïnvloeden en benadrukte het belang van de Afobaka-waterkrachtcentrale voor de huidige elektriciteitsvoorziening.
“Wind, water, zon en andere vormen van renewables en nieuwe technologieën zijn dingen waar we naar moeten kijken”, zei Simons.
Tijdens de rondetafeldiscussie stonden de huidige situatie in de energiesector, investeringsmogelijkheden en samenwerking tussen overheid en private sector centraal. De regering wil de uitkomsten gebruiken bij de verdere uitwerking van het nationale energiebeleid voor de periode 2026-2035.






