Het Directoraat Internationale Samenwerking (DIS) heeft dinsdag 8 september een nationale workshop gehouden over duurzame afvalverwerking en compostering. De bijeenkomst stond in het teken van SDG 15 dat gericht is op de bescherming en het duurzaam gebruik van ecosystemen op het land.
De workshop vond plaats in de Royal Ballroom van Torarica en werd georganiseerd door het ministerie van Buitenlandse Zaken, Internationale Handel en Samenwerking. DIS-directeur Elizabeth Bradley verrichtte namens minister Melvin Bouva de officiële opening.
Bradley benadrukte dat de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen, beter bekend als de SDG’s, een internationaal kader vormen dat landen richting geeft bij het realiseren van duurzame ontwikkeling.
“Ontwikkeling heeft pas betekenis wanneer deze op lange termijn ten goede komt aan mensen en niemand wordt achtergelaten”, zei Bradley.
Volgens haar blijkt uit de mondiale evaluatie van de SDG’s dat slechts 36 procent van de doelstellingen wereldwijd op schema ligt. Klimaatschokken, economische instabiliteit en conflicten bemoeilijken de uitvoering. Daarom moet de toepassing van de ontwikkelingsdoelen vooral op lokaal niveau worden versneld.
Compostering ondersteunt duurzame landbouw
Tijdens de workshop werd bijzondere aandacht besteed aan compostering en het duurzaam verwerken van afval. Compostering draagt volgens het ministerie bij aan gezonde bodems, duurzaam landgebruik en het tegengaan van landdegradatie.
Gezonde bodems zijn beter bestand tegen erosie en uitputting en vormen een belangrijke basis voor duurzame landbouw. Door organisch huishoudelijk afval te composteren, kunnen bruikbare grondstoffen bovendien opnieuw worden ingezet.
Bradley wees erop dat deze aanpak aansluit bij het regeringsbeleid om de landbouwsector verder te ontwikkelen.
Aandacht voor stroperij en illegale handel
Ook andere onderdelen van SDG 15 kwamen aan de orde, waaronder de aanpak van stroperij en de illegale handel in beschermde planten en dieren. Deze onderwerpen zijn volgens Bradley vooral relevant voor de districten Marowijne, Brokopondo en Sipaliwini. Zij stelde dat hierover afzonderlijke sessies nodig zijn.
De DIS-directeur riep districtscommissarissen en andere deelnemers op om de opgedane kennis in hun districten, gemeenschappen en organisaties toe te passen. Volgens haar vormen zij een belangrijke schakel tussen het nationale beleid en de lokale uitvoering.
Bradley benadrukte dat het beleidsmatige denkwerk rond de SDG-agenda grotendeels is verricht. De nadruk moet nu liggen op de praktische toepassing van de doelstellingen in lokale gemeenschappen.







