De financiële problemen bij de Surinaamsche Waterleiding Maatschappij (SWM) mogen niet worden behandeld alsof er plotseling iets is misgegaan bij één staatsbedrijf.
SWM heeft volgens directeur Clifton Lienga ongeveer SRD 700 miljoen aan schulden bij crediteuren. Tegelijkertijd heeft het bedrijf circa SRD 300 miljoen aan openstaande vorderingen. Daarvan zou ongeveer SRD 100 miljoen door de overheid zelf moeten worden betaald.
Maar wie alleen naar SWM kijkt, mist het grotere probleem.
Want dit verhaal kennen we inmiddels. We zien het bij SWM. We zien het bij de Energiebedrijven Suriname (EBS). We zien het bij de Surinaamse Luchtvaart Maatschappij (SLM). En we zien het ook bij ziekenhuizen en andere parastatale instellingen.
Steeds opnieuw komt dezelfde vraag terug: hoeveel geld moet de Staat nog in bedrijven en instellingen stoppen voordat eindelijk wordt erkend dat subsidie zonder hervorming geen duurzaam beleid is?
De overheid is zelf wanbetaler
Dat de overheid zelf voor ongeveer SRD 100 miljoen aan rekeningen bij SWM zou hebben openstaan, is veelzeggend. Dezelfde overheid die van burgers en ondernemers verwacht dat zij hun verplichtingen nakomen, betaalt haar eigen rekeningen niet altijd op tijd.
Hoe moet een staatsbedrijf financieel gezond functioneren wanneer een van zijn grootste klanten, de overheid, zelf betalingsachterstanden laat ontstaan?
Met openstaande rekeningen kunnen geen leidingen worden vervangen. Daarmee worden geen pompen onderhouden en geen noodzakelijke investeringen gefinancierd. Vervolgens vragen we ons af waarom er problemen ontstaan met de waterdruk, verkleurd water en verouderde infrastructuur.
Water kost meer dan de consument betaalt
Volgens de SWM-directeur ligt de kostprijs van een kubieke meter drinkwater rond SRD 90, terwijl het huidige tarief ongeveer SRD 41 bedraagt.
Dat verschil moet ergens vandaan komen.
Een regering kan er bewust voor kiezen dat burgers niet de volledige kostprijs hoeven te betalen. Dat kan een sociale keuze zijn. Maar dan moet er wel een duidelijk plan bestaan.
Wie betaalt het verschil? Hoeveel kost die subsidie jaarlijks? Voor welke groepen is de ondersteuning bedoeld? Hoe lang blijft het systeem bestaan? En welk bedrag blijft ondertussen beschikbaar voor onderhoud en investeringen?
Wanneer jarenlang geen duidelijk antwoord op deze vragen bestaat, wordt het probleem niet opgelost, maar doorgeschoven.
EBS: hetzelfde patroon
Ook bij de Energiebedrijven Suriname zien we wat er gebeurt wanneer tarieven, investeringen en werkelijke kosten jarenlang niet goed met elkaar in balans worden gebracht.
Elektriciteit moet betaalbaar blijven. Dat uitgangspunt is begrijpelijk. Maar productiecapaciteit kost geld. Onderhoud kost geld. Brandstof kost geld. Generatoren, centrales en uitbreiding van het netwerk kosten geld.
Suriname heeft recent opnieuw ervaren wat een tekort aan beschikbare productiecapaciteit betekent: loadshedding, uren zonder stroom en onzekerheid voor huishoudens en bedrijven. Ook deze problemen komen niet uit de lucht vallen.
Wanneer noodzakelijke investeringen worden uitgesteld en tarieven voornamelijk vanuit politieke overwegingen worden vastgesteld, in plaats van economisch én sociaal verantwoord te worden opgebouwd, komt uiteindelijk het moment waarop het systeem kraakt.
Dan wordt noodvermogen gezocht. Dan worden miljoeneninvesteringen aangekondigd. Dan moet de Staat opnieuw bijspringen.
Waarom begint beleid in Suriname zo vaak pas wanneer de crisis al is uitgebroken?
SLM: miljoenen beschikbaar, maar waar is de verantwoording?
Bij de Surinaamse Luchtvaart Maatschappij is de situatie misschien nog duidelijker.
De Staat stelt momenteel ongeveer USD 2 miljoen per maand beschikbaar voor de ondersteuning van SLM. Tegelijkertijd bestaat al jarenlang discussie over het ontbreken van actuele openbare jaarverslagen en volledige financiële transparantie.
Dat gebrek aan financiële verantwoording mag niet worden genormaliseerd.
Iedere ondernemer weet dat je niet eindeloos geld in een bedrijf kunt blijven steken zonder exact te weten wat er binnenkomt, wat eruit gaat, hoe hoog de schulden zijn, welke verliezen worden geleden en wanneer het bedrijf financieel op eigen benen moet kunnen staan.
Bij een staatsbedrijf zou die controle juist nog strenger moeten zijn. Het gaat namelijk niet om privégeld. Het gaat om geld van de samenleving.
Het probleem heet niet SWM
Daarom moeten we ervoor waken dat de huidige discussie wordt teruggebracht tot slechts één conclusie: SWM hanteert te lage tarieven.
Het probleem is veel groter.
Het gaat om een bestuurscultuur waarin opeenvolgende regeringen moeilijke beslissingen te lang hebben uitgesteld. Te vaak hebben politieke kortetermijnbelangen zwaarder gewogen dan duurzame financiële planning en het landsbelang.
Tarieven worden kunstmatig laag gehouden. Verliezen worden aangevuld. Schulden stapelen zich op. Investeringen worden uitgesteld. Onderhoud loopt achter. Politieke benoemingen, onvoldoende toetsing op deskundigheid en zwak toezicht maken de problemen soms alleen maar groter.
En wanneer het financieel niet meer gaat, wordt opnieuw naar de staatskas gekeken.
Dat is geen incident. Dat is een systeem.
Jarenlang wanbeleid heeft een prijs
Het is gemakkelijk om vandaag te zeggen dat water duurder moet worden, elektriciteit kostendekkender moet worden of dat SLM efficiënter moet functioneren.
Maar we moeten ook durven te benoemen hoe we hier zijn beland.
Dit is niet in één jaar ontstaan. Het is het resultaat van jarenlang uitstel, politieke bemoeienis, onvoldoende toezicht, gebrekkige financiële discipline en te weinig structurele hervormingen.
Niet slechts één regering draagt daarvoor verantwoordelijkheid. Dit probleem is onder verschillende regeringen gegroeid.
Iedere nieuwe regering heeft de verantwoordelijkheid om die problemen niet opnieuw door te schuiven naar de volgende. Anders blijven we hetzelfde rondje lopen.
Subsidie is niet hetzelfde als beleid
Er is niets mis met subsidie wanneer die gericht en noodzakelijk is.
Een laag inkomen mag er niet toe leiden dat iemand geen toegang heeft tot schoon drinkwater. Een kwetsbaar gezin mag niet zonder elektriciteit komen te zitten omdat het de volledige kostprijs niet kan betalen.
Maar subsidie moet terechtkomen bij de mensen die de ondersteuning daadwerkelijk nodig hebben.
Er kan bijvoorbeeld worden gewerkt met sociale basistarieven voor kwetsbare huishoudens en hogere tarieven voor grootverbruikers. Ondersteuning kan worden gekoppeld aan het inkomen. Staatsbedrijven kunnen worden verplicht jaarlijks actuele financiële cijfers openbaar te maken. Aan het management kunnen concrete prestatie- en hervormingsdoelen worden gesteld voordat opnieuw staatssteun wordt verstrekt.
En vooral: publiek geld mag niet eindeloos worden overgemaakt zonder duidelijke voorwaarden en controle.
Eerst transparantie, daarna de rekening naar de burger
Wanneer SWM stelt dat de kostprijs ongeveer SRD 90 per kubieke meter bedraagt, moet de samenleving kunnen zien hoe die kostprijs is opgebouwd.
Hoeveel gaat naar personeel? Hoeveel naar energie? Hoeveel naar onderhoud? Hoeveel naar chemicaliën en afschrijvingen? Hoe groot zijn de verliezen in het netwerk? Hoeveel geproduceerd water wordt uiteindelijk niet betaald?
Hetzelfde geldt voor EBS. En zeker voor SLM.
De burger kan niet iedere keer het eindstation zijn van jarenlang bestuurlijk falen.
Voordat tarieven verder worden verhoogd of opnieuw miljoenen uit de staatskas worden gehaald, moet er maximale transparantie zijn over de cijfers, de oorzaken van de tekorten en de maatregelen die worden genomen om herhaling te voorkomen.
De rekening verdwijnt nooit
Suriname heeft te lang geprobeerd moeilijke keuzes uit te stellen door te subsidiëren, tekorten aan te vullen en problemen door te schuiven.
Maar een rekening die vandaag niet wordt betaald, verdwijnt niet.
Ze wordt groter.
Bij SWM zien we nu ongeveer SRD 700 miljoen aan schulden. Bij EBS zien we hoe achterstanden in capaciteit en investeringen uiteindelijk gevolgen hebben voor de stroomvoorziening. Bij SLM zien we hoe de Staat miljoenen beschikbaar blijft stellen, terwijl actuele financiële verantwoording en openbare jaarverslagen ontbreken.
Dat zijn geen drie afzonderlijke verhalen.
Het is één verhaal.
Het verhaal van een land waarin te vaak pas wordt ingegrepen wanneer jarenlang wanbeleid zijn rekening presenteert.
En die rekening komt uiteindelijk vrijwel altijd bij dezelfde persoon terecht:
De burger.
Tra Fas’ De
In Tra Fas’ De deelt auteur Gloria Bottse haar visie op maatschappelijke, politieke en bestuurlijke vraagstukken in Suriname. De rubriek biedt ruimte voor kritische duiding, reflectie en opinie, met als doel verdieping te brengen in onderwerpen die de samenleving raken.







