Wat steeds duidelijker wordt, is dat Suriname nog lang niet klaar is voor wat vanaf 2028 op ons afkomt met de ontwikkeling van de olie- en gassector. Dat zeg ik niet alleen; ook internationale instituten, economen en deskundigen die dagelijks met deze materie bezig zijn, waarschuwen hiervoor.
Het IMF waarschuwt. Karel Eckhorst waarschuwt. Jim Bousaid waarschuwt.
Zij waarschuwen vooral voor het gebrek aan urgentiebesef. Suriname moet dringend werken aan zijn absorptieve capaciteit, institutionele versterking en local content. Juist daar ligt misschien wel onze grootste zwakte.
Want local content betekent niet alleen hoeveel Surinamers straks een baan krijgen op een olieplatform. Het betekent dat je als land je eigen mensen, bedrijven, kennisinstellingen en gemeenschappen zodanig voorbereidt dat de rijkdom niet wegvloeit naar buitenlandse bedrijven en een kleine elite, maar breed terechtkomt in de samenleving.
Daarom geef ik Karel Eckhorst volledig gelijk wanneer hij stelt dat iedereen betrokken moet worden. Maar hoe doe je dat? Door kerken, moskeeën, buurtorganisaties, maatschappelijke groepen, scholen, vakbonden, jongerenorganisaties en ondernemers actief te betrekken.
Ontwikkeling bouw je immers niet alleen in ministerskantoren. Ontwikkeling bouw je in de samenleving zelf.
Mensen moeten voorbereid worden. Mensen moeten begrijpen wat eraan komt. Mensen moeten worden opgeleid. Mensen moeten kansen krijgen om mee te doen. En precies daar loopt het mis.
Want er is nog steeds geen breed nationaal plan dat helder aangeeft welke sectoren ontwikkeld moeten worden, hoeveel arbeidskrachten nodig zijn, welke opleidingen versneld moeten worden opgezet, hoe lokale ondernemers toegang krijgen, hoe corruptie wordt voorkomen, hoe transparantie wordt gegarandeerd en hoe gewone burgers beschermd zullen worden tegen de negatieve effecten van een olie-economie.
Transparantie blijft daarbij een gevoelig punt. Hoe bereid je een samenleving voor op ingrijpende economische veranderingen wanneer cruciale ministers nauwelijks zichtbaar zijn in het publieke debat?
Het ministerie van Financiën draagt in deze periode een enorme verantwoordelijkheid. Het gaat om IMF-afspraken, subsidiehervormingen, belastingen, staatsuitgaven, schulden, koopkracht en straks ook de financiële structuur rond oil & gas. Juist daarom verwachten burgers uitleg, communicatie en publieke verantwoording.
Mensen voelen dagelijks de economische druk: hogere prijzen, stijgende lasten, onzekerheid over hun toekomst en verlies aan koopkracht. Dan mag de samenleving toch verwachten dat de minister die deze financiële koers mede bewaakt, zichtbaar communiceert met het volk?
Oil & gas vraagt namelijk niet alleen technische voorbereiding. Het vraagt ook vertrouwen.
En vertrouwen bouw je niet alleen met rapporten, cijfers en persberichten. Vertrouwen bouw je met openheid, aanwezigheid en communicatie richting de samenleving.
Laten we kijken naar Guyana. Guyana zwemt vandaag letterlijk in de olie. Maar we horen ook verhalen van burgers die nauwelijks kunnen rondkomen. Huizenprijzen zijn explosief gestegen. Huren zijn voor velen onbetaalbaar geworden. Inflatie heeft de samenleving hard geraakt. Sommige gezinnen moeten zelfs basisproducten op krediet kopen.
Waarom? Omdat het land in veel opzichten werd overvallen door de snelheid en omvang van de olieontwikkeling.
Maar Suriname heeft dat excuus niet. Wij weten al jaren dat deze ontwikkeling eraan komt. Wij weten al jaren dat er enorme olievoorraden zijn ontdekt. Wij weten al jaren dat de economie drastisch zal veranderen.
De vraag is dus allang niet meer of wij weten wat eraan komt, maar waarom wij nog steeds handelen alsof wij alle tijd van de wereld hebben.
Wat houdt ons tegen om eindelijk harde keuzes te maken? Wat houdt ons tegen om competentie boven politieke loyaliteit te plaatsen? Wat houdt ons tegen om transparantie centraal te zetten? Wat houdt ons tegen om eindelijk serieus werk te maken van onderwijs, vaktraining, woningbeleid, prijsbeheersing, infrastructuur en institutionele versterking?
Want olie op zichzelf ontwikkelt geen land.
Als de bevolking niet voorbereid wordt, profiteert uiteindelijk slechts een kleine groep. Dan krijg je economische groei op papier, maar sociale achteruitgang in de praktijk.
Precies daarom is dit moment zo cruciaal.
2028 mag geen startpunt van chaos worden. Geen periode waarin burgers plotseling geconfronteerd worden met torenhoge prijzen, woningnood en groeiende ongelijkheid. Geen situatie waarin buitenlandse bedrijven alle expertise binnenhalen, terwijl Surinamers aan de zijlijn blijven staan.
Dit is hét moment om te investeren in mensen. In kennis. In vakmanschap. In transparantie. In local content.
Want uiteindelijk zal niet de hoeveelheid olie bepalen of Suriname succesvol wordt, maar de mate waarin wij onze eigen bevolking hebben voorbereid op wat komt.
Tra Fas’ De
In Tra Fas’ De deelt auteur Gloria Bottse haar visie op maatschappelijke, politieke en bestuurlijke vraagstukken in Suriname. De rubriek biedt ruimte voor kritische duiding, reflectie en opinie, met als doel verdieping te brengen in onderwerpen die de samenleving raken.





