De onrust in Koffiekamp legt een oude realiteit bloot: illegale goudwinning is in Suriname geen verrassing, maar het gevolg van jarenlang gedogen en wegkijken. De rekening bestaat uit natuurvernietiging, criminaliteit en geschonden rechten van lokale gemeenschappen — terwijl echte verantwoordelijkheid uitblijft.
De situatie in Koffiekamp met de goudzoekers legt opnieuw een pijnlijke waarheid bloot: Suriname voert al tientallen jaren een bewust gedoogbeleid ten aanzien van illegale goudwinning. Niet uit onwetendheid, maar door structureel wegkijken.
Er zijn nauwelijks concrete stappen gezet, nauwelijks samenhangend beleid ontwikkeld en waarschuwingen zijn jaar na jaar genegeerd.
In 2011 leek er even hoop. Met de oprichting van de Ordening Goudsector werd voor het eerst gepoogd orde te scheppen in een sector die al volledig ontspoord was. De autoriteit kreeg meerdere taken: reguleren, illegaliteit terugdringen, milieu en volksgezondheid beschermen, goudzoekers registreren en verantwoorde mijnbouw bevorderen.
Een gemiste kans die duur blijft
Er werd een directeur benoemd, een kantoor geopend en materiaal aangeschaft. Het zou eindelijk gebeuren. Maar het gebeurde niet. Sterker nog: de illegale praktijken namen alleen maar toe.
De natuur betaalt de rekening
De vernietiging van onze natuur versnelde. Bossen werden op grote schaal gekapt en kwik bleef ongeremd onze rivieren vervuilen. Er werd nauwelijks geïnplementeerd op communicatie, nauwelijks op handhaving en al helemaal niet op alternatieven voor mensen die afhankelijk zijn gemaakt van deze sector.
En nu doen we verbaasd. Nu spreken we over een complexe zaak. Alsof dat nooit duidelijk is geweest. De reactie? “We gaan kijken hoe we het gaan oplossen”. Waar gaan we kijken? Naar de andere kant? Bij een waarzegger?
De tijd van kijken is allang voorbij. Dit probleem is jarenlang gevoed door nalatigheid en politieke onwil. Is er ooit serieus gesproken met Surinamers wier woon- en leefgebied wordt leeggeroofd? Met gemeenschappen die al jaren aan de alarmbel trekken, zonder gehoor?
Dit is geen onmacht, dit is onwil
Dit is geen onmacht. Dit is onwil. Zoals het Surinaamse gezegde het treffend verwoordt:
Te yu kweki wan sneki o tro wan aboma.
Wie een kleine slang in huis negeert, eindigt met een aboma die niet meer te doden is.
Rechten op papier, druk in de praktijk
Internationale uitspraken van het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens verplichten de staat om collectieve grondenrechten van inheemse en tribale volken wettelijk te erkennen en het principe van Free, Prior and Informed Consent (FPIC) toe te passen. Ondanks enkele stappen, zoals dialoogtrajecten en conceptwetgeving, is er tot op heden geen volledige wettelijke verankering van deze rechten.
Concessies voor mijnbouw en houtkap worden nog steeds uitgegeven in traditionele gebieden, waardoor de uitvoering van internationale vonnissen volgens velen tekortschiet.
Niemand verantwoordelijk, iedereen kijkt
Het probleem is inmiddels vele malen groter geworden. Criminele netwerken hebben zich genesteld, de schade is diep en structureel, en toch wordt niemand — maar dan ook niemand — ter verantwoording geroepen.
Dit is wanbeleid op hoog niveau, jarenlang volgehouden, door opeenvolgende regeringen. En ook DNA-leden hebben geslapen en kijken nog steeds wat ze moeten doen.
Nu zitten we met de aboma. En wat doen wij? Wij kijken nog.







