De beelden uit Colombia grijpen je aan. Mensen die in paniek de straat op rennen. Gezinnen die niet weten of hun dierbaren veilig zijn. De angst voor nieuwe schokken. De wanhoop wanneer je huis, je bezit of misschien zelfs een geliefde in enkele seconden wordt weggenomen.
Dat is de verschrikking van een natuurramp.
Een aardbeving kondigt zich niet netjes aan. De grond begint te bewegen en plotseling is niets meer vanzelfsprekend. Mensen staan machteloos tegenover de kracht van de natuur.
Suriname kent gelukkig nauwelijks dit soort zware natuurrampen. Geen verwoestende aardbevingen zoals elders in de regio, geen vulkaanuitbarstingen en geen orkanen die in enkele uren complete gebieden wegvagen.
Wij zijn gezegend.
Maar misschien is dat precies waarom we onvoldoende beseffen wat we aan het doen zijn met dat prachtige land dat ons is gegeven.
Want onze ramp komt waarschijnlijk niet in één klap.
Onze ramp komt langzaam.
Een rivier die steeds verder wordt vervuild. Een beetje meer kwik in het milieu. Weer een stuk bos dat verdwijnt. Een kreek waarin afval terechtkomt. Rook waarin mensen dagelijks moeten leven. Goudwinning die steeds dieper het binnenland binnendringt. Bewoners die waarschuwen, maar niet of nauwelijks worden gehoord.
Vandaag lijkt het misschien nog geen ramp.
Morgen misschien ook niet.
Maar tel al die jaren van vervuiling, ontbossing, gebrekkig toezicht en onvoldoende handhaving bij elkaar op en er ontstaat een ramp die net zo werkelijk is. Alleen zien we haar niet in één schokkend televisiebeeld.
Wij bouwen onze ramp stukje bij beetje zelf op.
En dat al decennialang.
Het pijnlijke is dat wij niet kunnen zeggen dat we niets konden doen.
Colombia kan niet besluiten dat er morgen geen aardbeving meer komt. Een bevolking kan een breuklijn niet verbieden te bewegen.
Wij kunnen wél besluiten onze rivieren niet verder te vergiftigen.
Wij kunnen wél optreden tegen onverantwoorde goudwinning. We kunnen bedrijven verplichten zich aan milieuregels te houden. We kunnen stoppen met het behandelen van onze bossen alsof ze onuitputtelijk zijn.
We kunnen bewoners serieus nemen wanneer zij zeggen dat hun water, lucht of leefomgeving wordt bedreigd.
Suriname beschikt over rijkdommen waar veel landen jaloers op zijn: zoetwater, enorme bossen, biodiversiteit, vruchtbare grond, rivieren en natuurlijke hulpbronnen.
Maar rijkdom die je niet beschermt, kun je verliezen.
En dat is het gevaarlijkste aan onze eigen ramp: ze komt zo langzaam dat we eraan wennen.
Een beetje vervuiling wordt normaal.
Een beetje ontbossing wordt normaal.
Een vervuilde kreek wordt normaal.
Kwik in onze leefomgeving wordt onderdeel van het gesprek. Bewoners die jarenlang moeten wachten op onderzoek of optreden, raken eraan gewend dat ze zelf moeten blijven roepen.
Totdat we op een dag terugkijken en ontdekken hoeveel we zijn kwijtgeraakt.
Dan kunnen we niet zeggen dat de natuur ons heeft overvallen.
We zagen het gebeuren.
We stonden erbij.
En jarenlang maakten we keuzes waardoor het kon doorgaan.
De mensen in Colombia ervaren nu de angst en wanhoop van een ramp die plotseling toeslaat. Dat verdient ons medeleven.
Maar hun verdriet zou ons tegelijkertijd wakker moeten schudden.
Wij hebben de bijzondere luxe dat veel van onze grootste milieuproblemen nog kunnen worden voorkomen of beperkt.
Daarvoor moeten we wel ophouden ons gezegende land te behandelen alsof het zichzelf altijd zal herstellen.
Onze ramp komt misschien niet met één harde klap. Geen schuddende aarde, geen ingestorte stad in enkele seconden.
Onze ramp sluipt langzaam binnen.
Jaar na jaar.
Rivier na rivier.
Hectare na hectare.
En als we niet ingrijpen, zullen toekomstige generaties uiteindelijk moeten leven met de gevolgen van een ramp die niet door de natuur werd veroorzaakt.
Maar door onszelf.
Tra Fas’ De
In Tra Fas’ De deelt auteur Gloria Bottse haar visie op maatschappelijke, politieke en bestuurlijke vraagstukken in Suriname. De rubriek biedt ruimte voor kritische duiding, reflectie en opinie, met als doel verdieping te brengen in onderwerpen die de samenleving raken.







