De eerste schooldag van het nieuwe schooljaar 2026/2027 is donderdag niet op alle scholen hetzelfde verlopen. Minister Dirk Currie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur zegt dat op drie van de zes scholen die hij bezocht voornamelijk leerkrachten aanwezig waren, terwijl op drie andere scholen zowel leerkrachten als leerlingen op grote schaal waren opgekomen.
De wisselende opkomst volgde op tegenstrijdige berichten over de start van het schooljaar. Terwijl het ministerie vasthield aan 1 oktober als officiële startdatum, riepen de gezamenlijke onderwijsvakbonden ouders en verzorgers op hun kinderen thuis te houden. Leerkrachten werden wel gevraagd zich op hun scholen te melden.
Currie is vooral kritisch op het deel van de vakbondsoproep dat aan de ouders was gericht. Volgens hem lag daar niet de bevoegdheid van de bonden.
“De bond is totaal buiten haar bevoegdheden getreden om de ouders op te roepen de leerlingen niet naar school te laten gaan”, zei de minister. Hij kondigde aan dat de bonden hierover nog schriftelijk van hem zullen vernemen.
Volgens Currie hadden scholen waar de schoolleiding vooraf goed contact had onderhouden met ouders een betere start. Ouders die twijfelden, zouden rechtstreeks contact hebben gezocht met de schoolleiding en te horen hebben gekregen dat de school gereed was om de leerlingen op te vangen.
Overleg met bonden gaat door
De minister benadrukte dat er voorafgaand aan de schoolstart uitvoerig overleg is geweest met de onderwijsbonden. Dinsdag zat hij volgens eigen zeggen van ongeveer 10.00 uur tot 13.30 uur met de bonden aan tafel.
Daarbij werd onder meer gekeken naar afspraken die in juni waren gemaakt en naar achterstanden die nog moeten worden weggewerkt. Afgesproken is om twee zogenoemde restlijsten op te stellen. Zaken die tot en met december 2025 hadden moeten worden uitgevoerd, worden als achterstanden aangemerkt. Daarnaast komt er een overzicht van actuele zaken over de periode januari tot en met juni 2026.
Volgende week moeten partijen opnieuw bijeenkomen om vast te stellen wie verantwoordelijk wordt voor de uitvoering van de verschillende punten en binnen welke termijn dat moet gebeuren.
Tijdens het overleg hadden de bonden volgens Currie ook gevraagd om leerlingen niet op 1 oktober te laten starten. Na discussie besloot de minister toch vast te houden aan de officiële openingsdatum. Daarom zegt hij verrast te zijn geweest door de latere oproep aan ouders.
Tekort aan leerkrachten
Currie erkent dat het tekort aan leerkrachten een serieus probleem is, maar wil vooralsnog niet spreken van een onderwijskrisis. Eerst moet volgens hem duidelijk worden hoe groot het daadwerkelijke tekort per school is.
Alle schooldirecteuren moeten daarom rapporteren hoeveel leerkrachten donderdag zijn verschenen ten opzichte van de behoefte van de school. Ook de opkomst van leerlingen moet worden geïnventariseerd.
De minister roept ouders op hun kinderen vanaf vrijdag gewoon naar school te sturen.
Om het tekort aan vakleerkrachten gedeeltelijk op te vangen, heeft Currie collega-ministers gevraagd na te gaan welke bevoegde leerkrachten momenteel op andere ministeries werkzaam zijn. Zij zouden gebruik kunnen maken van een bestaande regeling om enkele uren per week les te geven.
Voor bepaalde vakken wordt daarnaast gekeken naar digitaal onderwijs. Voor het basisonderwijs wil het ministerie die oplossing niet als vervanging voor de klassenleerkracht gebruiken. “Daar willen we echt een leerkracht voor de klas hebben”, aldus Currie.
Bussen voor ongeveer 800 leerlingen
Ook de plaatsing en het vervoer van leerlingen blijven een uitdaging. Door een tekort aan capaciteit kunnen sommige kinderen niet terecht op een school dicht bij hun woonomgeving.
Volgens Currie gaat het om ongeveer 800 leerlingen die tijdelijk op grotere afstand naar school moeten. Voor deze groep moeten pendelbussen en ander bustransport worden ingezet.
De minister kon niet direct bevestigen dat alle afgesproken bussen donderdag daadwerkelijk waren ingezet en zei dit te zullen verifiëren.
Het vervoer over langere afstanden moet volgens hem een tijdelijke maatregel zijn. Het ministerie werkt aan de bouw van 100 nieuwe leslokalen, die volgens de planning eind december moeten worden afgerond. Eerder bevestigde het ministerie eveneens dat het bezig is met de bouw van 100 lokalen als onderdeel van de voorbereidingen op het nieuwe schooljaar.
Wanneer voldoende nieuwe en gerenoveerde lokalen beschikbaar zijn, moeten de ongeveer 800 leerlingen weer dichter bij hun woonomgeving kunnen worden geplaatst.
Currie zegt dat het ministerie zoveel mogelijk wil voorkomen dat leerlingen structureel slechts drie dagen per week naar school gaan, omdat dit volgens hem negatieve gevolgen heeft voor de onderwijsresultaten.
Voor een afzonderlijke groep van ongeveer 230 jonge kinderen die nog niet volledig kan worden geplaatst, wordt mogelijk wel tijdelijk voor een driedaagse schoolweek gekozen. Het ministerie heeft ook gekeken naar tijdelijke lokalen in containers, maar volgens Currie zijn de kosten daarvan te hoog voor een oplossing die slechts voor één kwartaal nodig zou zijn.
De verwachting is dat ook voor deze groep de situatie verbetert zodra de nieuwe lokalen aan het einde van het jaar beschikbaar komen.








