Na ongeveer acht maanden regeren klinkt er kritiek op het uitblijven van een concreet productiebeleid van de regering onder leiding van president Jennifer Simons. Volgens de Vereniging van Economisten in Suriname (VES) ontbreekt het nog steeds aan duidelijke maatregelen om de productie te verhogen en de verdiencapaciteit van Suriname duurzaam te versterken.
Hoewel de regering herhaaldelijk heeft aangegeven dat sectoren als toerisme en landbouw prioriteit genieten, wordt gesteld dat de voortgang beperkt blijft. Zo zijn er voor beide sectoren presidentiële commissies ingesteld die plannen moeten uitwerken. Volgens de kritiek leidt dit echter tot vertraging, omdat eerder opgestelde rapporten en bestaande lokale expertise onvoldoende worden benut.
Onzekerheid in agrarische sector
Met name binnen de agrarische sector wordt het ontbreken van richting als problematisch ervaren. Het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) zou nog geen beleidsnota hebben gepresenteerd, terwijl ook structurele invulling op sleutelposities ontbreekt. Dit bemoeilijkt volgens betrokkenen de ontwikkeling van een samenhangend landbouwbeleid.
Daarnaast wordt gewezen op zorgen over de rijstsector. Deskundigen signaleren dat het ingezaaide areaal voor het voorjaarsseizoen 2026 aanzienlijk lager ligt dan gebruikelijk. Waar normaal circa 20.000 hectare wordt ingezaaid, zou dit nu tussen de 9.000 en 12.000 hectare liggen. Ook de opbrengst per hectare staat onder druk, onder meer door de kwaliteit van het zaaizaad. Indien deze trend aanhoudt, bestaat de vrees dat Suriname zijn positie als rijstexporteur kan verliezen.
Rol van ‘local content’ en sectorontwikkeling
Volgens critici moet het zogenoemde ‘local content’-beleid onderdeel zijn van een breder productiebeleid, waarbij duidelijk wordt vastgelegd welke sectoren prioriteit krijgen en binnen welk tijdspad. Daarbij zouden ministeries zoals LVV, Economische Zaken, Transport, Communicatie en Toerisme (TCT) en Financiën een leidende rol moeten vervullen. Tot nu toe wordt hun betrokkenheid als onvoldoende zichtbaar omschreven.
Onzekerheid over toekomstige inkomsten
Verder wordt gewezen op het ontbreken van een strategisch plan voor toekomstige inkomsten, onder meer uit het Gran Morgu-project. Verwacht wordt dat Suriname vanaf medio 2028 aanzienlijke financiële middelen zal ontvangen uit de olie-industrie. Critici stellen dat het nog onduidelijk is hoe deze middelen zullen worden ingezet voor economische diversificatie en versterking van de productiecapaciteit.
De oproep aan de regering is om op korte termijn met een concreet en uitvoerbaar productiebeleid te komen, waarin duidelijke prioriteiten, budgetten en verantwoordelijkheden worden vastgelegd.




