De Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB) heeft tijdens een kritische dialoogsessie ter ere van haar 76-jarig bestaan de noodklok geluid over de bestuurlijke kwaliteit in Suriname. Onder de titel “Suriname 2050 – Governance voor de volgende generatie” werd pijnlijk duidelijk dat niet de techniek of de olieprijs, maar falend leiderschap en corruptie de grootste obstakels vormen voor een welvarend Suriname.
In de Banquet Hall van Torarica hield keynote speaker Karel Eckhorst de aanwezigen een spiegel voor. Volgens de financieel expert heeft Suriname nog slechts 18 maanden om de institutionele basis te leggen voordat de grote olie-inkomsten binnenstromen. “Inkomsten uit een niet-duurzame sector moeten fungeren als katalysator voor de ontwikkeling van ons menselijk kapitaal,” aldus Eckhorst.
Hervormingen binnen handbereik
Eckhorst stelde dat cruciale hervormingen binnen zes tot twaalf maanden gerealiseerd kunnen worden, mits de politieke wil aanwezig is. Hij pleitte onder andere voor een online aanbestedingsportaal, integriteitstoetsen bij topbenoemingen en de publicatie van vermogensverklaringen van politici. “Veel van deze maatregelen kosten geen geld, alleen discipline en uitvoeringskracht,” benadrukte hij.
Scherp debat over politieke realiteit
Tijdens de paneldiscussie, geleid door Kamlesh Ganesh, werd dieper ingegaan op de structurele gebreken. Sharda Ganga plaatste een kritische kanttekening bij de hoop op politieke wil: “Wat als die wil er simpelweg niet is?” Zij riep op tot maatschappelijke druk vanuit vakbonden en het bedrijfsleven om verandering af te dwingen.
Antoon Karg pleitte voor het belang van rechtvaardigheid boven partijbelang en deed een opvallend voorstel: DNA-leden die het quorum niet halen, zouden de helft van hun salaris moeten inleveren. Daniela Herkul en Winston Ramautarsing sloten zich aan bij de roep om transparantie. Ramautarsing waarschuwde bovendien voor de ‘shock’ die de plotselinge inkomstenstijging vanaf 2028 teweeg zal brengen. Volgens hem moeten de prioriteiten op de begroting drastisch anders: “Als we meer uitgeven aan vuilophaal dan aan onderwijs, kloppen onze afwegingen niet.”
Vernietigend oordeel publiek
Dat het vertrouwen in het huidige bestuur een dieptepunt heeft bereikt, bleek uit een live-enquête onder de aanwezigen. Maar liefst 86% van de participanten beoordeelde de huidige governance als ‘zwak’ (44%) tot ‘zeer zwak’ (42%). Slechts 3% gaf het bestuur een voldoende.
Collectieve verantwoordelijkheid
De conclusie van de avond was helder: corruptie en wanbestuur zijn geen incidenten, maar symptomen van een falend systeem waarin benoemingen te vaak op vriendjespolitiek rusten. De VSB stelt dat de toekomst van Suriname niet afhangt van wetten op papier, maar van de morele daadkracht van overheid, bedrijfsleven en burger. De dialoog van 30 april markeert hiermee het startpunt van een noodzakelijke, maar moeizame weg naar een integer bestuur.



