De landbouwministers van Argentinië, Bolivia, Brazilië, Chili, Paraguay en Uruguay hebben zich uitgesproken tegen eenzijdige handelsmaatregelen die niet op wetenschappelijk onderzoek zijn gebaseerd. Volgens de ministers worden dergelijke regels soms gepresenteerd als milieubeleid, terwijl zij in de praktijk kunnen uitpakken als beperkingen voor de internationale handel in voedsel en landbouwproducten.
De bewindslieden kwamen bijeen tijdens de 52ste reguliere vergadering van de Zuidelijke Landbouwraad, bekend als de Consejo Agropecuario del Sur (CAS), in Santa Cruz de la Sierra in Bolivia. Het samenwerkingsverband dient als overlegplatform voor de afstemming van het landbouwbeleid van de zes Zuid-Amerikaanse landen.
Tijdens de bijeenkomst benadrukten de ministers dat milieudoelstellingen moeten worden gecombineerd met een open, voorspelbaar en op duidelijke regels gebaseerd internationaal handelssysteem. Zij waarschuwden dat nieuwe regelgeving niet mag leiden tot willekeurige of discriminerende handelsbelemmeringen.
Tevreden over besluit Europees Parlement
De ministers verwelkomden het besluit van het Europees Parlement om een voorgestelde maatregel tegen sojabonen af te wijzen. De Europese regel zou soja hebben aangemerkt als een grondstof met een hoog risico op indirecte veranderingen in landgebruik.
Bij goedkeuring zou het gebruik van biobrandstoffen op basis van soja binnen de Europese Unie worden beperkt of verboden als onderdeel van de Europese energietransitie. Dat zou volgens de CAS-landen grote gevolgen hebben gehad voor de Zuid-Amerikaanse regio, die tot de grootste producenten en exporteurs van soja en biodiesel ter wereld behoort.
De ministers stelden dat de voorgestelde maatregel niet werd ondersteund door een wetenschappelijk gevalideerde methode waarmee de werkelijke gevolgen nauwkeurig konden worden vastgesteld. De regel zou daarom volgens hen hebben geleid tot een willekeurige en discriminerende technische handelsbarrière.
De CAS-landen willen de strategische relatie met de Europese Unie verder versterken. Daarbij moet volgens de ministers meer technisch en politiek overleg plaatsvinden om milieudoelstellingen te verzoenen met eerlijke en voorspelbare handelsregels.
Zorgen over ontbossingsregels en bestrijdingsmiddelen
Tijdens de vergadering bespraken de ministers ook de Europese ontbossingsverordening, die betrekking heeft op producten die mogelijk bijdragen aan ontbossing. De invoering van deze regels werd in december voor de tweede keer uitgesteld.
Daarnaast werd gesproken over Europese voorstellen voor maximale residulimieten en importtoleranties voor gewasbeschermingsmiddelen. Deze onderwerpen zijn volgens de ministers van strategisch belang voor de handel in landbouw- en voedselproducten tussen Zuid-Amerika en de Europese Unie.
De CAS-landen benadrukten dat zij een belangrijke bijdrage leveren aan de wereldwijde voedselproductie en export. Daarbij wezen zij op de toepassing van duurzame productiemethoden, goede landbouwpraktijken en innovatieve technologieën.
Regionale verzekering tegen klimaatschade
Specialisten van de Wereldbank presenteerden tijdens de bijeenkomst de voortgang van een gezamenlijk verzekeringsproject voor klimaatrampen die de landbouwsector treffen. Het gaat niet om verzekeringen voor individuele landbouwers, maar om een verzekeringsregeling voor deelnemende landen.
Een regionale aanpak zou de kosten kunnen verlagen en vooral bescherming moeten bieden tegen schade door langdurige droogte. Droogte wordt beschouwd als een van de klimaatgebeurtenissen met de grootste economische gevolgen voor de landbouwsector.
Ook presenteerde de Boliviaanse onderneming voor de industrialisatie van koolwaterstoffen plannen voor een fabriek voor de productie van korrelmeststoffen in Cochabamba. Het regionale landbouwonderzoeksprogramma PROCISUR gaf daarnaast een toelichting op de klimaatvooruitzichten en de mogelijke gevolgen voor de landbouwproductie.
De Boliviaanse landbouwminister Óscar Mario Justiniano, die momenteel voorzitter is van de CAS, wees op het belang van regionale samenwerking. Het was volgens hem dertien jaar geleden dat het samenwerkingsverband voor het laatst in Bolivia bijeenkwam.
Het Inter-Amerikaans Instituut voor Samenwerking op Landbouwgebied verzorgt het technisch secretariaat van de CAS. De organisatie ondersteunt de zes landen al ruim twintig jaar bij het bepalen van gezamenlijke landbouwstandpunten en regionale beleidsprioriteiten.



