De krijgt volgens minister Patrick Brunings van Olie, Gas en Milieu te maken met strengere milieuregels en sterker toezicht. De bewindsman wil de sector laten voortbestaan, maar benadrukt dat de voorwaarden waaronder goudbedrijven opereren moeten worden aangescherpt.
“De goudindustrie zal niet gestopt worden, maar de spelregels moeten worden verscherpt”, zegt Brunings. De aangekondigde koers vraagt volgens hem om een sterkere Nationale Milieu Autoriteit (NMA) en betere samenwerking tussen de instanties die verantwoordelijk zijn voor milieutoezicht en handhaving.
Volgens de minister zijn inmiddels aanpassingen gedaan rond de verkoop van kwik. Het middel mag onder de nieuwe regels niet langer zonder meer over de toonbank worden verkocht, stelt hij. Daarnaast zal een expertiseonderzoek worden uitgevoerd om te bepalen welke verdere verbeteringen nodig zijn in het milieubeleid en de handhaving.
Meer capaciteit voor controles
Om het toezicht te versterken, zijn volgens Brunings financiële middelen beschikbaar gesteld voor de NMA. Die worden onder meer ingezet voor extra personeel, trainingen, technologie en vervoersmiddelen voor veldcontroles.
De NMA vervult volgens de bewindsman momenteel nog in belangrijke mate een adviserende rol. Hij wil de verdere opbouw van de organisatie versnellen, zodat zij haar bevoegdheden als milieuautoriteit beter kan uitoefenen. “Zaken zullen anders geschieden”, aldus Brunings.
Bij controles in het veld blijft samenwerking met andere overheidsinstanties noodzakelijk. De NMA kan volgens de minister bepaalde taken nog niet volledig zelfstandig uitvoeren. Hij benadrukt dat milieubescherming en handhaving ook tot de verantwoordelijkheid van andere autoriteiten behoren.
Organisatie nog in opbouw
Het ministerie werkt ondertussen aan de samenstelling van het directieteam van de NMA. Ook moeten nog verschillende plaatsen binnen de raad van toezicht worden ingevuld. Kandidaten zijn volgens Brunings inmiddels aan de regering voorgedragen.
Hoewel de taken en bevoegdheden van de NMA volgens hem in de Milieuraamwet zijn vastgelegd, moeten de bijbehorende regelingen verder worden uitgevoerd en waar nodig worden aangepast. Binnen de regering bestaat volgens de minister de politieke wil om de positie van de organisatie te versterken.
Ook de taakstelling van het ministerie van Olie, Gas en Milieu is nog niet volledig uitgewerkt. Brunings wil dat de resterende taken en bevoegdheden via presidentiële besluitvorming worden vastgelegd vóór de behandeling van de begroting.









