DNA-voorzitter Michael Ashwin Adhin vindt dat De Nationale Assemblée het komende jaar niet alleen vaker moet vergaderen, maar vooral duidelijker moet aantonen wat het parlementaire werk concreet oplevert. Volgens hem ligt de echte toets niet in het aantal keren dat de voorzittershamer klinkt, maar in het aantal wetten dat daadwerkelijk wordt afgerond en de mate waarin aangekondigde hervormingen worden uitgevoerd.
Adhin blikt terug op zijn eerste jaar als voorzitter van De Nationale Assemblée. Hij stelt dat hij bij zijn aantreden één duidelijke belofte deed: de lat binnen het parlement moest omhoog. Dat betekent volgens hem onder meer dat de vergaderorde strikter moet worden teruggebracht naar het Reglement van Orde. In de praktijk blijkt dat echter niet eenvoudig, omdat volgens hem gegroeide conventies de orde soms eerder vertroebelen dan versterken.
“Discipline herstellen is, kortom, zelf een strijd”, stelt Adhin.
Volgens de parlementsvoorzitter staat Suriname aan de vooravond van belangrijke inkomsten uit de olie- en gassector. De centrale vraag is volgens hem niet alleen hoe groot de reserves zijn, maar vooral of de Surinaamse instituties sterk genoeg zijn om die inkomsten om te zetten in brede welvaart en niet in verspilling.
In dat verband pleit hij opnieuw voor een Nationaal Productiviteits- en Diversificatieplan en een Parlementair Forum voor Economische Transitie. Zo’n forum moet volgens Adhin een vaste overlegtafel worden waar parlement, regering, bedrijfsleven en wetenschap wetgeving voorbereiden rond olie, gas, energiebeheer en local content.
Local content mag volgens hem geen losse term blijven, maar moet worden vertaald naar meetbare verplichtingen. Investeerders en ondernemers moeten daarbij structureel worden betrokken richting de verwachte eerste olie in 2028. Ook kijkt het parlement uit naar het Ontwikkelingsplan 2027-2031 dat de regering in oktober samen met de begroting voor 2027 moet indienen.
Adhin benadrukt dat het parlement in dit traject een belangrijke controlerende rol heeft. “Het parlement controleert immers de regering, zeker in het traject naar 2028, en bewaakt de begrotingen; het is de eerste verdedigingslinie tegen verspilling.”
In het afgelopen jaar hield het parlement volgens Adhin ruim veertig openbare vergaderingen en meer dan 130 commissievergaderingen. Zes wetten werden aangenomen, waaronder de Staatsbegroting 2025, het Staatsschuldenplan, de wijziging van de Wet Arbeidsadviescollege en aanpassingen van de Rijwet, de Wet Brandweer Suriname en de Begrafeniswet. De Staatsbegroting 2026 bevindt zich volgens hem in de afrondende fase.
Daarnaast wordt in commissieverband gewerkt aan zwaardere wetgeving, waaronder de Comptabiliteitswet, modernisering van de Rechterlijke Macht, de Arbeidsomstandighedenwet, de Wet Openbaarheid van Bestuur en de Wet Centrum voor Innovatie en Productiviteit.
Volgens Adhin heeft het parlement ook zijn controlerende taak opgepakt. Hij verwijst onder meer naar de zaak rond het Staatsziekenfonds en het afdwingen van meer transparantie over dringende maatschappelijke en bestuurlijke vraagstukken.
Naast wetgeving en toezicht wordt volgens hem ook gewerkt aan de versterking van het parlement als instituut. Daarbij noemt hij een Meerjarig Parlementair Programma, organisatorische en institutionele modernisering van De Nationale Assemblée en plannen voor extra parkeerruimte rond het parlement. Ook is begonnen met het digitaliseren van alle wetgeving sinds 1900. Dat moet uiteindelijk de basis vormen voor een AI-instrument waarmee onder meer rechters, officieren van justitie, advocaten, notarissen, deurwaarders en rechtenstudenten sneller toegang krijgen tot wetgeving.
Verder kondigt Adhin aan dat er een vaste commissie Nationale Veiligheid komt.
Op internationaal vlak was het parlement volgens de voorzitter eveneens actief. In het jaar van het gouden onafhankelijkheidsjubileum ontving De Nationale Assemblée onder anderen het Nederlandse koningspaar en buitenlandse gasten, waaronder de Asantehene van het Ashanti-koninkrijk. Ook waren er contacten met de Tweede Kamer der Staten-Generaal, India, de Verenigde Staten, Cuba en Saoedi-Arabië. Parlementaire delegaties namen daarnaast deel aan internationale fora, waaronder de Inter-Parlementaire Unie.
Adhin erkent tegelijkertijd dat niet alles is afgerond. Het nieuwe Reglement van Orde, dat het niveau en de orde binnen het parlement moet versterken, is nog in voorbereiding. Ook de quorumdiscipline blijft volgens hem een aandachtspunt, al is er sprake van verbetering.
Om het parlementaire werk beter te kunnen beoordelen, wil Adhin voortaan cijfers bijhouden over onder meer het quorum, het aantal vergaderingen dat doorgang vindt, het aantal aangenomen wetten en de voortgang van institutionele hervormingen.
Voor het komende jaar verbindt de parlementsvoorzitter zich aan drie concrete doelen: een vernieuwd Reglement van Orde binnen deze zittingsperiode, een vast openbaar halfjaarverslag over het parlementaire werk en afronding van wetten die burgers direct raken, met name op het gebied van economische transitie.
Volgens Adhin is zijn oordeel over het eerste jaar tweeledig. Enerzijds heeft het parlement veel vergaderd en zijn resultaten op het gebied van wet- en regelgeving geboekt. Anderzijds is de organisatorische transformatie nog in volle gang. De opbrengst daarvan moet volgens hem nu begrijpelijk en aantoonbaar worden gemaakt voor de samenleving.










