Na dertien jaar aan het roer te hebben gestaan van het EFS College COVAB, draagt Angele Wallerlei-Kumbangsila binnenkort het directeurschap over. Zij kiest voor een verdere internationale carrière. Onder haar leiding maakte COVAB een ingrijpende hervorming door, waarbij het instituut uitgroeide van een opleidingsinstelling tot een organisatie met de ambitie om zich verder te ontwikkelen als kennisinstituut.
Wallerlei-Kumbangsila trad in januari 2014 officieel aan als directeur van COVAB. Haar betrokkenheid bij de instelling begon echter al in 2013, toen zij door Martelise Eersel, destijds directeur van het ministerie van Volksgezondheid, werd benaderd om voorzitter te worden van het bestuur van COVAB. Op dat moment was Wallerlei-Kumbangsila actief als onafhankelijk consultant binnen de gezondheidszorg en voorzitter van de Vereniging van Verpleegkundigen in Suriname.
Niet lang daarna kwam ook de vraag om de leiding van het opleidingsinstituut over te nemen, omdat toenmalig directeur Yacintha Lieuw A Soe met pensioen zou gaan. Wallerlei-Kumbangsila wilde de benoeming echter niet via een rechtstreekse voordracht laten verlopen. Op haar verzoek werd een onafhankelijke sollicitatieprocedure opgestart, zodat meerdere kandidaten konden meedingen naar de functie.
“Ik vond dat het proces transparant moest zijn. Bovendien stond ik niet direct te springen om de functie te accepteren. Ik wist dat het zou betekenen dat ik mijn vrijheid als consultant moest opgeven en er financieel op achteruit zou gaan”, zegt zij. Uiteindelijk kwam zij als beste kandidaat uit de selectieprocedure naar voren.
De opdracht die zij van het ministerie van Volksgezondheid kreeg, was volgens haar duidelijk: COVAB moest meer, beter en sneller opleiden. Om die opdracht uit te voeren, werd onder haar leiding eerst gewerkt aan een gezamenlijke visie op de toekomst van het verpleegkundig onderwijs. Er werd een nationaal onderwijscongres georganiseerd met opleiders, verpleegkundige leiders, zorginstellingen, inspectie en beleidsmakers.
Uit dat traject ontstond een nationaal onderwijsplan dat de basis vormde voor de modernisering van het verpleegkundig onderwijs. Curricula werden vernieuwd, internationale standaarden werden geïntegreerd en de doorstroommogelijkheden tussen verschillende opleidingsniveaus werden verbeterd. Hierdoor konden studenten sneller doorgroeien binnen het verpleegkundig onderwijs.
Onder haar leiding werden ook nieuwe specialistische opleidingen ontwikkeld, waaronder kinderverpleegkunde en NICU-verpleegkunde. Daarnaast breidde COVAB het aanbod uit met opleidingen voor aanverwante beroepen, zoals health management. Ook werd sterker ingezet op bij- en nascholing voor zorgprofessionals.
Volgens Wallerlei-Kumbangsila richt COVAB zich inmiddels niet alleen meer op de gezondheidszorg, maar op de bredere samenleving. De instelling biedt ook trainingen en programma’s aan op het gebied van preventie, gezonde leefstijl en persoonlijke ontwikkeling. “De hele Surinaamse gemeenschap is onze klant. Preventie is minstens zo belangrijk als behandeling en daar willen wij als kennisinstituut een bijdrage aan leveren”, stelt zij.
Een belangrijk onderdeel van de hervorming was de invoering van een kwaliteitsmanagementsysteem volgens de ISO 9001-norm. Dat systeem vormt volgens haar nog steeds de basis voor de inrichting en aansturing van de organisatie. De kwaliteitsaanpak moest niet alleen bijdragen aan een efficiëntere bedrijfsvoering, maar ook aan de kwaliteit van het onderwijs. Volgens COVAB heeft dit mede bijgedragen aan de internationale erkenning van Surinaamse verpleegkundigen.
De groei van de instelling was fors. Bij haar aantreden telde COVAB ongeveer driehonderd studenten. Binnen drie jaar groeide dat aantal tot ruim twaalfhonderd. De verdere groei werd uiteindelijk niet beperkt door de capaciteit van de school, maar door het aantal beschikbare stageplaatsen binnen de zorgsector. Jaarlijks levert COVAB inmiddels tussen de 250 en 300 gediplomeerde zorgprofessionals af.
Tegelijkertijd blijft de uitstroom van zorgpersoneel naar het buitenland een grote uitdaging. “Je kan opleiden en opleiden, maar als een groot deel vertrekt, ben je eigenlijk een beetje aan het dweilen met de kraan open”, zegt Wallerlei-Kumbangsila.
Hoewel zij tevreden terugkijkt op de afgelopen jaren, was het volgens haar nooit de bedoeling om zo lang te blijven. “Ik had eigenlijk de intentie om hier maar vijf jaar te blijven. De opdracht bleek veel omvangrijker dan ik had gedacht.” De eerste jaren stonden vooral in het teken van hervorming en professionalisering. Daarna kwam de ambitie om COVAB verder te ontwikkelen van opleidingsinstituut naar kennisinstituut.
Die koers werd ongeveer drie jaar geleden vastgelegd in een strategisch transformatieplan. Volgens Wallerlei-Kumbangsila biedt die ontwikkeling meer ruimte om een bredere markt te bedienen. “Een kennisinstituut is breder en de markt die je bedient is ook breder. Je hebt geen beperkingen.”
Wallerlei-Kumbangsila stelt dat zij de opdracht die zij bij haar aantreden meekreeg op uitzonderlijke wijze heeft uitgevoerd. Naast de groei van het onderwijsaanbod en het aantal studenten, laat zij volgens eigen zeggen ook een financieel gezonde organisatie achter. “We hebben nul SRD aan schulden. De overheid draagt nog voor een deel bij via subsidie van de lonen van het vaste personeel, maar voor de rest verzorgen wij onze bedrijfsvoering zelf.”
Volgens haar is het streven dat COVAB binnen enkele jaren volledig op eigen kracht kan draaien, zonder dat de overheid nog salarissen voor het personeel hoeft te betalen. Daarbij wordt ingezet op eigen verdiencapaciteit en een efficiënte bedrijfsvoering.
Hoewel de transformatie naar een kennisinstituut nog niet volledig is afgerond, vindt Wallerlei-Kumbangsila dat de fundamenten zijn gelegd. Zij ziet haar vertrek daarom als een natuurlijk moment om het stokje over te dragen. Aan haar opvolger geeft zij mee om voort te bouwen op een organisatie die stevig verankerd is in de samenleving en klaarstaat voor de volgende ontwikkelingsfase.
Volgens haar liggen er, mede door de ontwikkelingen in Guyana en de groeiende regionale vraag naar zorgprofessionals, kansen die verder reiken dan die in Suriname. “COVAB heeft een stevige basis. De uitdaging voor de volgende fase is om die positie verder uit te bouwen en tegelijkertijd relevant te blijven voor de behoeften van de gezondheidszorg.”
Wallerlei-Kumbangsila zegt dankbaar terug te kijken op haar periode bij COVAB. “Ik ben erkentelijk voor de tijd die ik hier heb gehad en heb mogen bijdragen aan de ontwikkeling van verpleegkundig onderwijs en verpleegkundig leiderschap. Die betrokkenheid blijft bestaan, alleen vanuit een andere positie.”












