De Confederatie voor Organisatie van landsdienaren (COL) eisen loonaanpassing van 50 procent, maar koppelt die eis nadrukkelijk aan prijsbeheersing, pensioen, medische voorzieningen en andere sociale maatregelen. Voorzitter Hugo Blanker zegt dat de COL niet instemt met afspraken van andere vakorganisaties.
De loonaanpassing landsdienaren moet volgens COL-voorzitter Hugo Blanker niet worden teruggebracht tot alleen een percentage. Tijdens een persconferentie vrijdag zei hij dat de vakcentrale vasthoudt aan de inzet die al in 2024 op tafel lag: 50 procent loonaanpassing, gecombineerd met maatregelen om prijsstijgingen te beheersen.
Blanker stelt dat een hogere beloning weinig betekenis heeft wanneer prijzen in winkels direct verder oplopen. Volgens hem kan een werknemer op papier meer verdienen, maar in de praktijk alsnog koopkracht verliezen wanneer basisgoederen, diensten en andere noodzakelijke uitgaven sneller duurder worden.
De COL zegt daarom sinds het aantreden van de huidige regering te hebben aangedrongen op hervatting van de onderhandelingen uit 2024. Blanker benadrukte dat prijsbeheersing toen al een onlosmakelijk onderdeel was van de inzet van de vakcentrale en dat dit volgens hem nu nog steeds moet gelden.
Prijsbeheersing centraal bij loonaanpassing landsdienaren
Om het probleem van stijgende kosten te illustreren, verwees Blanker naar de prijs van een gasfles. Hij zei onlangs meerdere plaatsen te hebben bezocht voordat hij een gasfles voor SRD 515 kon vinden. Volgens hem laat dit zien dat de dagelijkse werkelijkheid van veel landsdienaren niet alleen wordt bepaald door hun salaris, maar ook door wat zij met dat salaris daadwerkelijk kunnen kopen.
De vakbondsleider vindt daarom dat bij onderhandelingen niet uitsluitend moet worden gekeken naar de hoogte van een looncorrectie. De ontwikkeling van de koopkracht, prijzen van basisgoederen, ziektekosten, pensioenvoorzieningen en sociale zekerheid moeten volgens de COL gelijktijdig worden besproken.
Een loonaanpassing heeft weinig waarde als prijzen sneller stijgen dan het inkomen.
COL niet gebonden aan akkoord van andere bonden
De regering maakte donderdag 27 augustus bekend dat met vertegenwoordigers van verschillende vakorganisaties overeenstemming is bereikt over een algemene salarisverhoging van 15 procent voor landsdienaren en gelijkgestelden. Volgens de officiële mededeling van de Surinaamse regering gaat de verhoging eind september 2026 in. Tegelijk wordt een gemengde werkgroep ingesteld die binnen drie maanden voorstellen moet uitwerken voor verdere arbeidsvoorwaarden en het financiële kader.
De COL benadrukt echter dat zij deze afspraken niet heeft ondertekend en daarom haar eigen eisenpakket blijft verdedigen. Blanker zegt dat de vakcentrale bereid is met de regering te onderhandelen, maar dat die gesprekken over het volledige COL-pakket moeten gaan. Key News meldde eerder vrijdag dat de COL niet deelnam aan een vervolgsessie van het loonoverleg, omdat zij bezwaren heeft tegen de samenstelling en aanpak van het overleg.

Eis van 50 procent komt uit 2024
Volgens Blanker moet de huidige discussie over 15 procent niet simpelweg worden afgezet tegen de eis van 50 procent. Hij benadrukt dat de 50 procent voortkomt uit de situatie in 2024 en dat sindsdien rekening moet worden gehouden met prijsontwikkelingen en een mogelijke achterstand in de koopkracht van werknemers.
De voorzitter verwees daarnaast naar een motie uit 2020. Wanneer de regering bereid is ook die uitgangspunten opnieuw te bespreken, wil de COL volgens hem een veel bredere benadering van de arbeidsvoorwaarden. Blanker sprak in dat verband over een “nuloptie”, waarbij niet alleen het salaris, maar het totale pakket opnieuw tegen het licht wordt gehouden.
Pensioen en medische voorzieningen op tafel
Dat bredere pakket omvat volgens de COL onder meer pensioen, ziektekosten, medische voorzieningen, sociale ondersteuning en structurele verbeteringen voor verschillende groepen landsdienaren. Blanker noemde daarnaast de mogelijkheid van een dertiende maand, in elk geval voor gepensioneerden.
Ook bestaan er volgens de vakcentrale achterstanden bij groepen binnen de overheid die al geruime tijd wachten op aanpassingen van hun loonstructuur of arbeidsvoorwaarden. Blanker noemde onder anderen onderwijsinspecteurs en werknemers binnen de arbeidsinspectie, milieubeheer en natuurlijke hulpbronnen. Volgens hem zijn eerder gesprekken gevoerd en voorstellen voorbereid, maar is de afhandeling niet overal naar tevredenheid afgerond.
Iedere landsdienaar moet erop vooruitgaan
De COL zegt te willen voorkomen dat een verbetering voor de ene groep ten koste gaat van een andere groep. Volgens Blanker moet een akkoord uiteindelijk leiden tot een structurele versterking van de positie van alle landsdienaren, inclusief werknemers die niet rechtstreeks vertegenwoordigd waren bij recente afspraken.
Hij wees ook op verschillen tussen organisaties die vroeger binnen de COL-structuur vielen en groepen die inmiddels een eigen traject hebben gevolgd. Sommige van die organisaties zouden volgens hem betere voorzieningen hebben bereikt. De COL vindt dat dergelijke verschillen eveneens moeten worden meegewogen bij een nieuwe ronde van onderhandelingen.
COL wil eigen pakket verder onderhandelen
De centrale boodschap van Blanker is dat de loonaanpassing landsdienaren volgens de COL onderdeel moet zijn van een integraal pakket. De vakcentrale blijft bereid om met de regering aan tafel te gaan, maar wil daarbij uitgaan van haar eigen inzet uit 2024 en de bredere uitgangspunten uit 2020. Daarmee blijft naast het aangekondigde percentage van 15 procent ruimte bestaan voor een afzonderlijk onderhandelingstraject met de COL.









