De Commissie van Rapporteurs (CvR), die is belast met het horen van (gewezen) politieke ambtsdragers, heeft woensdag 3 juni 2026 teruggeblikt op het traject dat is doorlopen richting de openbare vergadering van De Nationale Assemblée op donderdag 4 juni. Tijdens de vergadering werd het proces geëvalueerd en is stilgestaan bij de verschillende fasen die aan de behandeling vooraf zijn gegaan.
Volgens de commissie is het traject procedureel correct en volgens de geldende regels verlopen. De leden namen tijdens de bijeenkomst het volledige proces door, vanaf de voorbereidende fase tot en met de gehouden hoorzittingen. Daarbij werd ook van gedachten gewisseld over de wijze waarop de verschillende onderdelen van het traject zijn uitgevoerd.
De evaluatie had niet alleen tot doel om het proces formeel af te sluiten, maar ook om kritisch te reflecteren op enkele aspecten die tijdens het traject naar voren zijn gekomen. De commissie benadrukt daarmee het belang van zorgvuldigheid, transparantie en een correcte parlementaire behandeling.
Eindverslag naar openbare vergadering
De commissie zal haar eindverslag uitbrengen in verband met het verzoek van de procureur-generaal om de gewezen politieke ambtsdragers Riad Nurmohamed, Gillmore Hoefdraad en Bronto Somohardjo in staat van beschuldiging te stellen. Nurmohamed was minister van Openbare Werken, Hoefdraad minister van Financiën en Somohardjo minister van Binnenlandse Zaken.
De openbare vergadering van donderdag 4 juni moet duidelijkheid geven over de verdere parlementaire behandeling van het verzoek. Het horen van de betrokken gewezen ambtsdragers vormt een belangrijk onderdeel van het proces dat voorafgaat aan eventuele verdere stappen.
Aanwezige leden
Bij de vergadering waren aanwezig commissievoorzitter Rabindre Parmessar, Dew Sharman, Xiaobao Zheng, Jennifer Vreedzaam, Mahinderkoemar Jogi, Ivanildo Plein en Ebu Jones. De leden Raymond Sapoen, Annie Sadi, Aziez Salarbaks, Ameraani Jarbandhan en Asiskumar Gajadien woonden de vergadering als toehoorder bij.
Met de evaluatie rondt de commissie een belangrijke fase af in een politiek en juridisch gevoelig traject, waarbij de beoordeling van het verzoek van de procureur-generaal centraal staat.













