Minister André Misiekaba van het ministerie van Volksgezondheid, Arbeid en Welzijn zegt dat de overheid op korte termijn wil starten met een landelijke en gestructureerde aanpak van dak- en thuislozen. Daarbij zal nauw worden samengewerkt met het Korps Politie Suriname (KPS) en het Openbaar Ministerie (OM).
Volgens de minister brengt de aanpak verschillende juridische en maatschappelijke uitdagingen met zich mee. Het van de straat halen van personen kan namelijk raken aan vraagstukken rond vrijheidsberoving en mensenrechten. Daarom moet zorgvuldig worden bekeken welke wettelijke mogelijkheden bestaan om dak- en thuislozen op te vangen, vooral in gevallen waarbij sprake is van mentale problematiek.
Misiekaba geeft aan dat meldingen over personen met duidelijke psychische problemen die bij het ministerie binnenkomen, direct worden opgepakt. Deze personen worden voorlopig ondergebracht bij het Psychiatrisch Centrum Suriname (PCS). Tegelijkertijd erkent de bewindsman dat de fysieke omstandigheden binnen de instelling dringend renovatie behoeven.
De minister zegt dat in de afgelopen weken al meerdere personen uit de binnenstad zijn verwijderd en opgevangen. Voor de uitvoering van het project zijn inmiddels middelen opgenomen op de begroting, die nog moet worden behandeld en goedgekeurd. Ondanks de beperkte capaciteit probeert de overheid volgens hem toch opvang en begeleiding te bieden aan de doelgroep.
Voor dak- en thuislozen zonder mentale problematiek wordt gewerkt aan een aparte opvanglocatie in de omgeving van Domburg. Op deze locatie moeten betrokkenen in een meer afgezonderde omgeving kunnen werken aan hun resocialisatie en begeleiding richting zelfstandigheid.
Misiekaba stelt dat de aanpak uiteindelijk moet leiden tot een betere samenwerking tussen alle betrokken instanties en organisaties. Het initiatief krijgt volgens hem de naam “Landlopersbrigade”.
De minister sprak daarnaast zijn waardering uit voor organisaties die zich al jarenlang inzetten voor dak- en thuislozen. Volgens hem hebben deze groepen zich vooral gericht op voedselvoorziening, basiszorg en ondersteuning.
“Op vaste momenten worden mensen gebaad, verzorgd en ondersteund,” aldus Misiekaba.
Om de problematiek beter in kaart te brengen heeft het ministerie inmiddels een werkgroep ingesteld. Deze groep heeft geïnventariseerd welke organisaties actief zijn binnen de opvangsector en welke ondersteuning momenteel al wordt geboden.
Tijdens de uitvoeringsfase zullen alle betrokken organisaties en instanties worden meegenomen, zodat iedere partij vanuit haar eigen expertise een bijdrage kan leveren. Ook zal worden gekeken naar aanvullende wet- en regelgeving om de aanpak juridisch goed te verankeren.
Daarnaast zegt Misiekaba dat er inmiddels twee vaste sponsors zijn die goederen doneren en bereid zijn de samenwerking met het ministerie voort te zetten.

