Tijdens het Nationaal Compliance Congres ging het onder andere over regels, toezicht, integriteit en de internationale positie van Suriname.
Maar achter al die technische onderwerpen ligt een veel grotere vraag: wat voor land willen we bouwen?
Regels op papier zijn niet voldoende. Wetten kunnen worden aangenomen, instituten kunnen worden opgericht en internationale aanbevelingen kunnen worden afgevinkt. Maar als de mensen die ermee moeten werken onvoldoende zijn opgeleid, als toezicht niet effectief is en als leiders integriteit missen, blijft compliance vooral een papieren werkelijkheid.
Investeren in mensen
Een bijdrage die dat bredere vraagstuk goed naar voren bracht, kwam van Irma Mentzer. Zij heeft meer dan dertig jaar internationale ervaring als executive en business strategist en is al jarenlang verbonden aan de Wereldbank.
Daar vervulde zij verschillende leidinggevende functies en was zij onder meer betrokken bij het opzetten van de IT-operatie en het Global Business Center in Sofia, Bulgarije.
Vanuit die internationale ervaring legde Mentzer tijdens het congres nadrukkelijk de koppeling tussen compliance, onderwijs, leiderschap en human capital.
Een van haar vragen was of Surinaamse jongeren voldoende voorbereid zijn op de wereld waarin zij straks moeten functioneren. Verlaten zij het onderwijs met de kennis en vaardigheden die nodig zijn, of nemen zij structurele achterstanden mee die later moeilijk zijn in te halen?
Die vraag is des te belangrijker nu Suriname aan de vooravond staat van een nieuwe olie- en gasperiode.
Er wordt veel gesproken over miljarden, local content en economische groei. Maar zijn onze mensen daar ook op voorbereid?
Mentzer vroeg zich af of Suriname voldoende compliance officers heeft die begrijpen hoe zij in een mondiale markt moeten functioneren. Ze noemde ook data scientists en procurement-specialisten. Welke expertise heeft Suriname straks nodig en op welke gebieden hebben we vandaag nog onvoldoende capaciteit?
Dat zijn vragen die nu moeten worden gesteld. Niet wanneer de olie-inkomsten al binnenstromen.
De les van Zuid-Korea
Mentzer gebruikte Zuid-Korea als voorbeeld. Een land dat nauwelijks natuurlijke hulpbronnen had en na de Koreaanse Oorlog nog met grote armoede kampte, maar vervolgens fors investeerde in human capital.
Het resultaat is zichtbaar. Zuid-Korea wist zich in enkele decennia te ontwikkelen tot een sterke en technologisch geavanceerde economie. Suriname bevindt zich bijna in de tegenovergestelde positie.Wij beschikken al decennialang over natuurlijke rijkdommen: bauxiet, goud, hout en straks op veel grotere schaal olie en gas.Toch heeft die rijkdom niet automatisch geleid tot duurzame ontwikkeling. Daar zit een belangrijke les in. Een land wordt niet werkelijk rijk omdat er olie onder de grond zit. Een land wordt rijk wanneer het in staat is natuurlijke rijkdom om te zetten in human capital, goed onderwijs, sterke instituten en kansen voor volgende generaties.
Integriteit wordt getest wanneer je macht krijgt
Daar hoort ook integriteit bij.
Mentzer sprak open over de verleidingen die gepaard kunnen gaan met macht. Het is eenvoudig om vanaf de zijlijn naar leiders te wijzen en corruptie te veroordelen. De werkelijke test ontstaat wanneer iemand zelf in een machtspositie terechtkomt en wordt geconfronteerd met geld, invloed en persoonlijke voordelen.
Dan blijkt hoe stevig het morele kompas werkelijk is.
Integriteit begint daarom niet op de dag dat iemand minister, directeur, parlementariër of president wordt. Dat fundament moet er al zijn.
Hetzelfde geldt voor leiderschap.
Mentzer vertelde over haar eigen ervaring tijdens het uitbreken van COVID-19, toen zij in Sofia verantwoordelijk was voor een operatie van de Wereldbank. Terwijl vanuit Washington nog geen toestemming was gegeven, besloot zij het kantoor te sluiten, omdat zij het leven en de gezondheid van medewerkers niet in gevaar wilde brengen.
Ze kreeg kritiek omdat zij niet op het protocol had gewacht.
Maar voor haar was de keuze duidelijk: een leider moet soms de moed hebben een beslissing te nemen wanneer het volgen van een procedure grotere risico’s oplevert. Een dag later werden ook de kantoren in Washington gesloten.
Dat voorbeeld zegt veel over leiderschap.
Het gaat niet alleen om regels kennen en procedures volgen. Het gaat ook om verantwoordelijkheid nemen, besluiten durven nemen en bereid zijn de gevolgen daarvan te dragen.
Compliance gaat uiteindelijk over cultuur
Daarmee gaat compliance uiteindelijk over veel meer dan financiële regelgeving.
Het gaat over cultuur.
Over hoe wij met regels omgaan wanneer niemand kijkt. Over hoe serieus toezichthouders hun verantwoordelijkheid nemen. Over hoe bestuurders omgaan met macht. En over de vraag of onze instituten sterk genoeg zijn om te functioneren zonder afhankelijk te zijn van één persoon.
De komende olie- en gasperiode biedt Suriname een historische kans.
Maar olie raakt op. Geld kan worden uitgegeven. Fondsen kunnen worden leeggehaald. Gebouwen kunnen vervallen.
Human capital en sterke instituten kunnen veel langer waarde creëren.
Daarom was het slot van Mentzers bijdrage misschien wel haar belangrijkste boodschap: laat deze generatie niet alleen herinnerd worden als de generatie die olie en gas tot ontwikkeling bracht.
Laat ons herinnerd worden als de generatie die structuren heeft neergezet en geen structurele gaten heeft achtergelaten voor de volgende generatie.
Als de generatie die de rijkdom onder de grond heeft gebruikt om te investeren in de rijkdom die veel belangrijker is: onze mensen.
En als we daarin slagen, met eerlijkheid, integriteit en courage of conviction, dan heeft Suriname straks veel meer gewonnen dan alleen olie-inkomsten.
Tra Fas’ De
In Tra Fas’ De deelt auteur Gloria Bottse haar visie op maatschappelijke, politieke en bestuurlijke vraagstukken in Suriname. De rubriek biedt ruimte voor kritische duiding, reflectie en opinie, met als doel verdieping te brengen in onderwerpen die de samenleving raken.






