DNA-lid Jeffrey Lau wil dat de regering strengere maatregelen treft om te voorkomen dat pluimvee dat door ziekte is gestorven, wordt geslacht en verkocht aan consumenten. Volgens de parlementariër is een integrale aanpak noodzakelijk om de samenleving te beschermen tegen de risico’s van vogelgriep.
Tijdens een recente vergadering van De Nationale Assemblée (DNA) wees Lau op de schade die vogelgriep heeft aangericht in de pluimveesector. Hij uitte daarbij zijn bezorgdheid over het gebrek aan controle op het slachten en verkopen van pluimvee.
Volgens Lau bestaat er een duidelijk verschil tussen de controle op de slacht van runderen en varkens en die op pluimvee. Terwijl het vlees van runderen en varkens door vleeskeurmeesters wordt gecontroleerd, ontbreekt volgens hem een vergelijkbaar controlesysteem voor pluimvee.
De parlementariër erkent dat toezicht op de pluimveesector een grote uitdaging vormt. Er zijn talrijke kleinschalige ondernemers die kippen, doksen en ander pluimvee slachten en verkopen. Daarnaast houden en slachten veel burgers pluimvee voor eigen gebruik.
Ondanks deze uitdagingen vindt Lau dat de overheid moet voorkomen dat dieren die door ziekte of andere oorzaken zijn gestorven, alsnog in de voedselketen terechtkomen. Hij dringt er daarom bij het verantwoordelijke ministerie op aan passende controlemaatregelen te treffen.
Lau beseft dat de uitvoering hiervan niet eenvoudig zal zijn, maar benadrukt dat de volksgezondheid voorop moet staan. “Om de samenleving te beschermen, zouden er geen dode kippen verkocht mogen worden aan de samenleving”, aldus de parlementariër.







