“Waarom zijn de bonden niet terug gegaan bij de leden”, zegt een leerkracht nadat er akkoord werd bereikt tussen de onderwijsbonden, die maandag en dinsdag in actie waren en de regering.
De aardrijkskunde leerkracht, die les geeft op een V.O. school, is niet tevreden met de manier, waarop zaken zijn verlopen. Volgens hem moesten de bondsleiders niet meteen het akkoord tekenen, maar met de punten naar hun leden gaan. De leden zouden moeten bepalen of het akkoord getekend moest worden of niet. “Ik heb niets aan de verhoging van de bril toelage, zo ook de andere duizenden leerkrachten die niet brillen”, zegt hij geïrriteerd. Hij is tevreden dat door de verhoging van deze toelage haar brildragers veel geholpen zullen worden. “Maar what about de leerkrachten, die niet brillen?”, vraagt hij retorisch. Hij meent dat met een behoorlijke en efficiënte loonaanpassing elke leerkracht tevreden en geholpen zou zijn.
Een wiskundedocent is ook niet tevreden met dit akkoord en schrijft op sociaal media: “De kosten van levensonderhoud blijven stijgen. Boodschappen, nutsvoorzieningen, brandstof en andere dagelijkse uitgaven worden steeds duurder. Een eenmalige of specifieke toelage biedt slechts tijdelijke verlichting, terwijl een structurele salarisverhoging elke maand merkbaar zou zijn. Uiteindelijk betaal je je rekeningen met je salaris, niet met incidentele toelagen”. Hij is ook niet tevreden met een eenmalige kledingtoelage. Volgens hem klinkt de SRD 5.000 per jaar aantrekkelijk, maar uitgespreid over twaalf maanden komt dat neer op ongeveer SRD 417 per maand. “Dit bedrag maakt nauwelijks verschil in het dagelijks leven”.
De docent meent dat de kern van het probleem blijft bestaan, want veel onderwijsgevenden ervaren dat hun koopkracht jaar na jaar afneemt. “Zonder een substantiële salarisverhoging blijft de financiële druk bestaan, ongeacht hoeveel nieuwe toelagen worden ingevoerd”. Hij maakt zich ook enorm zorgen om de werkdruk, die momenteel is op leerkrachten en docenten door de brain drain. “Hoe zal dit opgelost worden op korte termijn?”
Een geschiedenisleerkracht, die les geeft op een mulo school, is wel tevreden met de behaalde resultaten. “Tenminste heeft deze regering een luisterend oor naar de leerkrachten toe, want tijdens de vorige regering werden we niet eens ontvangen”. Zij heeft goede hoop, dat het op korte termijn beter zal gaan met de leerkrachten.











