VHP-assembleelid Dew Sharman noemt het positief dat de regering en de gezamenlijke onderwijsbonden na twee dagen van acties alsnog tot overeenstemming zijn gekomen. Volgens hem is daarmee voorkomen dat vooral leerlingen nog langer de dupe zouden worden van de ontstane situatie in het onderwijs.
Sharman deed zijn uitspraken in het programma TBN Prime Alert. Hij zei dat de onderwijsbonden hun verantwoordelijkheid kennen, maar stelde ook dat kinderen geen partij zijn in het conflict tussen de overheid en de bonden. “Wanneer scholen gesloten blijven, zijn het uiteindelijk de leerlingen die de zwaarste prijs betalen”, gaf hij aan.
Hoewel Sharman tevreden is dat partijen elkaar relatief snel hebben gevonden, plaatst hij kanttekeningen bij de inhoud van de gemaakte afspraken. Volgens hem bestaat een deel van het bereikte resultaat vooral uit toezeggingen. De verhoging van de brillentoelage noemt hij een concreet punt, maar daarmee zijn de structurele problemen binnen het onderwijs volgens hem nog niet opgelost.
Duidelijke tijdlijn nodig
De parlementariër vindt dat de regering de gemaakte afspraken moet koppelen aan een duidelijke tijdslijn. Alleen op die manier kan worden voorkomen dat de overeenkomst blijft steken in beloften. Volgens Sharman moet de regering aantonen dat zij de afspraken daadwerkelijk zal uitvoeren en dat de onderwijssector op korte termijn verbetering zal merken.
Hij wijst erop dat Suriname al jaren kampt met het vertrek van leerkrachten naar het buitenland. Dit probleem speelt volgens hem niet alleen in het onderwijs, maar ook in de zorgsector. Om deze beroepsgroepen voor Suriname te behouden, is volgens Sharman niet alleen financiële waardering nodig, maar ook betere materiële ondersteuning en duidelijke toekomstperspectieven.
Samenwerking bonden belangrijk
Sharman zegt verder dat de samenwerking tussen de verschillende onderwijsbonden een belangrijke rol heeft gespeeld bij het bereikte resultaat. Volgens hem heeft de bundeling van krachten de regering duidelijk gemaakt dat er sprake was van een vrijwel volledige stillegging van het onderwijs.
Hij is daarom voorstander van meer samenwerking tussen bonden binnen dezelfde sector, vooral wanneer zij met vergelijkbare problemen te maken hebben. Een gezamenlijke aanpak vergroot volgens hem de onderhandelingskracht en dwingt beleidsmakers sneller tot actie.
Zorgsector volgt ontwikkelingen
Over de combinatie van vakbondswerk en het lidmaatschap van De Nationale Assemblee (DNA) zegt Sharman dat hij daar zelf niet voor zou kiezen. Volgens hem kunnen de belangen van een vakbond en die van een volksvertegenwoordiger soms met elkaar botsen, waardoor tegenstrijdige situaties kunnen ontstaan. Daarnaast waarschuwt hij dat het akkoord met de onderwijsbonden mogelijk ook andere beroepsgroepen zal inspireren om hun belangen sterker op te eisen. Vooral werknemers in de zorgsector zouden volgens hem de ontwikkelingen nauwlettend volgen.
Volgens Sharman ligt er nu een duidelijke verantwoordelijkheid bij de regering om te bewijzen dat de gemaakte afspraken geen tijdelijke oplossing zijn, maar onderdeel vormen van een bredere aanpak om het onderwijs duurzaam te versterken.












