In Groningen, Saramacca, is zaterdag 20 juni 2026 stilgestaan bij 181 jaar Nederlandse boerenvestiging in Suriname. Op deze dag in 1845 zette de eerste groep Nederlandse kolonisten voet aan wal bij Voorzorg, tegenover Groningen aan de Saramaccarivier.
Ter gelegenheid van de herdenking legde districtscommissaris Aniel Ramautar, op uitnodiging van de Stichting Sranan Boeroe, samen met de voorzitter van de stichting een krans bij het Monument van de Boeroes op het monumentenplein in Groningen. Ook werd eer bewezen bij het monument voor de boerenkolonisatie in Suriname, dat zich bevindt op de algemene begraafplaats van Groningen.
De herdenking staat in het teken van een belangrijk, maar ook zwaar hoofdstuk uit de Surinaamse geschiedenis. Wat in 1845 begon als een koloniaal landbouwexperiment, groeide ondanks grote tegenslagen uit tot een blijvende aanwezigheid van de Boeroes in de Surinaamse samenleving. De Boeroes zijn nakomelingen van Nederlandse boerenfamilies die in de negentiende eeuw naar Suriname kwamen om zich als landbouwers te vestigen.
De kolonisatie vond plaats in een periode waarin het koloniaal bestuur zocht naar nieuwe vormen van landbouwontwikkeling. De Nederlandse boeren, afkomstig uit onder meer Overijssel, Gelderland en Utrecht, werden naar Suriname gebracht met de verwachting dat zij een bestaan konden opbouwen als vrije landbouwers. Onder leiding van dominee Arend van den Brandhof vestigden zij zich aan de Saramaccarivier, in de omgeving van Voorzorg en Groningen.
De werkelijkheid bleek echter veel zwaarder dan vooraf was voorgesteld. De kolonisten kwamen terecht in een moeilijk toegankelijk gebied, waar de voorzieningen beperkt waren en de leefomstandigheden zwaar waren. Ziekten, het tropische klimaat, slechte voorbereiding en gebrekkige infrastructuur maakten het project vanaf het begin uiterst kwetsbaar. Vooral epidemieën eisten een zware tol van de pas aangekomen families.
In totaal kwamen 398 kolonisten uit Nederland naar Suriname. Daarnaast werden in Suriname nog 68 kinderen geboren. Toen het kolonisatieproject in 1853 officieel werd beëindigd, waren er na de epidemieën nog 223 personen in leven. Een deel van de overlevenden keerde terug naar Nederland, terwijl 167 personen in Suriname achterbleven. Deze groep wordt gezien als de voorouders van de hedendaagse Boeroes.
Na het mislukken van het oorspronkelijke kolonisatieproject verspreidden de overgebleven families zich later ook naar andere gebieden, waaronder de omgeving van Paramaribo, Uitvlugt en Kwatta. Daar zetten zij hun landbouwactiviteiten voort en leverden zij een bijdrage aan de ontwikkeling van de Surinaamse agrarische sector. Familienamen, boerderijen, irrigatiewerken en landbouwkundige kennis herinneren tot op vandaag aan hun aanwezigheid.
Hoewel de Boeroes een relatief kleine bevolkingsgroep vormen, maken zij al generaties lang deel uit van de multiculturele samenleving van Suriname. Hun geschiedenis wordt jaarlijks herdacht, niet alleen als herinnering aan de vestiging van Nederlandse boeren in 1845, maar ook als erkenning van de offers, het doorzettingsvermogen en de bijdrage van hun nazaten aan het land.
Districtcommissaris Ramautar, zijn staf en het personeel van het commissariaat Saramacca feliciteren de totale gemeenschap met deze herdenkingsdag. In het bijzonder feliciteren zij de leden van de Stichting Hollandse Boeren in Suriname en de Boeroe-gemeenschap met 181 jaar aanwezigheid in Suriname.












