Suriname staat aan de vooravond van een mogelijk ingrijpende economische verandering door de verwachte start van offshore olieproductie in 2028. Die ontwikkeling kan volgens het Internationaal Monetair Fonds (IMF) grote kansen bieden voor economische groei en armoedevermindering, maar brengt tegelijk aanzienlijke risico’s met zich mee voor het begrotingsbeleid en de financiële stabiliteit van het land.
Dat blijkt uit een technisch assistentierapport van het IMF, getiteld Strengthening the Fiscal Framework Ahead of the Anticipated Oil Boom. Het rapport werd in mei 2026 uitgebracht en is opgesteld naar aanleiding van een verzoek van de Surinaamse regering om ondersteuning bij het versterken van het begrotingskader in aanloop naar de verwachte olie-inkomsten.
Volgens het IMF heeft Suriname de afgelopen periode belangrijke juridische vooruitgang geboekt. Daarbij wijst het fonds onder meer op de Public Financial Management Law van 2024 en de hervorming van het Savings and Stabilization Fund Suriname, het fonds dat bedoeld is om inkomsten uit natuurlijke hulpbronnen op te vangen, te stabiliseren en deels te sparen voor de toekomst. Het IMF stelt dat Suriname beschikt over een stevige wettelijke basis, maar dat de praktische uitvoering daarvan nog niet op orde is.
“Suriname has made significant legal advances by adopting a robust Public Financial Management Law in 2024 and revamping the Savings and Stabilization Fund Suriname,” schrijft het IMF in het rapport. Tegelijkertijd merkt het fonds op dat de uitvoering onvolledig blijft door institutionele beperkingen, vertraging bij aanvullende regelgeving en beperkte politieke betrokkenheid.
Wetten bestaan, uitvoering blijft achter
Het IMF is vooral kritisch over het verschil tussen het wettelijk kader en de operationele realiteit. De regering heeft volgens het fonds wel belangrijke regels aangenomen om begrotingsdiscipline af te dwingen, maar veel onderdelen die nodig zijn om deze regels daadwerkelijk te laten werken, ontbreken nog.
Zo moeten er nog uitvoeringsbesluiten worden afgerond. Ook moeten bestuursorganen worden ingesteld en moet er voldoende technische capaciteit worden opgebouwd om de regels toe te passen en te controleren. Het IMF noemt onder meer de noodzaak om fiscale regels, het oliefonds, meerjarige begrotingsplanning en het Budget Strategy Paper beter op elkaar af te stemmen.
In het rapport staat dat “operationalization of these frameworks remains incomplete due to institutional capacity constraints, delayed secondary legislation, and limited political engagement.” Daarmee maakt het IMF duidelijk dat het probleem niet zozeer ligt bij de wetten zelf, maar bij de uitvoering ervan.
Olie-inkomsten vragen strenge begrotingsdiscipline
De verwachte olie-inkomsten kunnen Suriname in een veel sterkere financiële positie brengen, maar het IMF waarschuwt dat landen met grote inkomsten uit natuurlijke hulpbronnen kwetsbaar zijn voor verkeerd beleid. Wanneer uitgaven te snel stijgen, kunnen overheidsfinanciën onder druk komen te staan zodra olieprijzen dalen of inkomsten lager uitvallen dan verwacht.
Daarom benadrukt het IMF dat Suriname moet voorkomen dat de olieboom leidt tot onverantwoord hoge overheidsuitgaven. Het land moet volgens het fonds juist werken aan een geloofwaardig, transparant en duurzaam begrotingskader.
Het IMF schrijft dat het belangrijk is om “volatile resource revenues prudently” te beheren, procyclische uitgaven te vermijden en ervoor te zorgen dat ook toekomstige generaties profiteren van de olie-inkomsten. Met andere woorden: de regering moet voorkomen dat olie-inkomsten vooral op korte termijn worden uitgegeven, terwijl er onvoldoende wordt gespaard of geïnvesteerd voor de lange termijn.
Zwakke punten in begrotingsplanning
Het rapport wijst ook op tekortkomingen in de meerjarige begrotingsplanning. Het Medium-Term Fiscal Framework, dat belangrijk is om fiscale regels te koppelen aan de begrotingsvoorbereiding, is volgens het IMF nog onvoldoende ontwikkeld. Het model mist onder meer onderdelen voor financiering en schuldontwikkeling. Ook zijn er beperkingen in de beschikbare data, vooral over de olie- en goudsector.
Daarnaast is de samenwerking tussen instellingen zwak. Er wordt onvoldoende informatie gedeeld tussen belangrijke overheidsinstanties, terwijl de macro-fiscale capaciteit binnen de overheid onderbezet en onvoldoende uitgerust is. Dit maakt het moeilijk om betrouwbare ramingen te maken en tijdig beleid bij te sturen.
Het IMF concludeert dat de belangrijkste uitdagingen liggen bij “operational readiness, sequencing, and capacity constraints.” Zonder snelle actie loopt Suriname volgens het fonds het risico dat de olieboom niet duurzaam en voorzichtig wordt benut.
Budget Strategy Paper voldoet nog niet
Ook het Budget Strategy Paper, dat bedoeld is als belangrijk beleidsanker voor de middellange termijn, voldoet volgens het IMF nog niet aan zijn rol. Het document voor 2026 bestrijkt slechts één jaar, bevat geen duidelijke cijfermatige doelen voor de fiscale regels en is niet formeel besproken of goedgekeurd door de Raad van Ministers.
Volgens het IMF moet dit document worden uitgebreid naar een periode van vijf jaar. Verder moeten er duidelijke begrotingsdoelen, een hoofdstuk over het macro-fiscale kader, een strategie voor publieke investeringen en een analyse van begrotingsrisico’s in worden opgenomen.
Daarmee wil het fonds dat het Budget Strategy Paper niet alleen een technisch document is, maar ook een geloofwaardig instrument waarmee de regering haar begrotingsbeleid uitlegt en vastlegt.
IMF dringt aan op snelle maatregelen
Het IMF adviseert Suriname om de uitvoering van het fiscale kader te versnellen. Daarbij noemt het fonds onder meer het afronden van het Decreet Duurzame Overheidsfinanciën, het instellen van een hoogwaardig sturingscomité en het bepalen van het startjaar voor het eerste vijfjarig financieel plan.
Verder moeten de fiscale regels en het oliefonds via aanvullende regelgeving operationeel worden gemaakt, zonder de kernwetten opnieuw open te breken. Ook moet het bestuur van het oliefonds worden ingesteld, evenals een investeringsadviescommissie. Daarnaast moet er een investeringsstrategie worden opgesteld en goedgekeurd.
Het IMF adviseert ook om het parlement sterker te betrekken. Het vijfjarig financieel plan met uitgavenplafonds moet aan De Nationale Assemblée worden voorgelegd, terwijl parlementariërs training zouden moeten krijgen om hun toezichthoudende rol beter te kunnen vervullen.
Kans én risico voor Suriname
De toon van het IMF-rapport is duidelijk: Suriname heeft een stevige juridische basis gelegd, maar moet nu haast maken met uitvoering. De olie-inkomsten die vanaf 2028 worden verwacht, kunnen het land economisch versterken, maar alleen als de overheid beschikt over duidelijke regels, sterke instellingen, betrouwbare cijfers en politieke discipline.
Het fonds waarschuwt dat Suriname zonder snelle stappen het risico loopt dat de olieboom onvoldoende wordt benut voor duurzame ontwikkeling. Volgens het IMF moeten de bestaande wetten daarom zo snel mogelijk worden omgezet in een werkend systeem dat begrotingsdiscipline, transparantie en langetermijnplanning garandeert.





