Met miljarden aan olie-inkomsten staat Guyana voor de ultieme beproeving: hoe voorkomt het land dat het ten onder gaat aan de ‘vloek van het zwarte goud’? In dit vierde deel van onze serie over Guyana duiken we in de financiële zeggenschap, het milieutoezicht en de mechanismen om oliegeld ‘eerlijk’ te verdelen. Gesprekken met de top van de Environmental Protection Agency (EPA) en het bestuur van het Natural Resource Fund (NRF) maken duidelijk hoe ons buurland probeert milieurisico’s af te dekken en zeggenschap te structureren.
Met de spectaculaire groei van de offshore-oliewinning nemen ook de vragen over milieubescherming en financieel beheer toe. Twee instanties spelen een sleutelrol in het behouden van de balans: de milieuwachthond EPA en het bestuur van het staatsfonds.
Milieutoezicht: de uitdagingen van de EPA
De Guyanese Environmental Protection Agency (EPA) staat voor de zware taak om de immense olie-industrie op zee te controleren. Een belangrijk uitgangspunt in het beleid is de aansprakelijkheid bij calamiteiten. Oliebedrijven zijn verplicht een dekkende verzekering te hebben voor eventuele olielekkages. Mocht deze verzekering bij een grote ramp niet toereikend zijn, dan geldt de harde regel dat de moedermaatschappij (zoals ExxonMobil) financieel verantwoordelijk is voor de rest van de schade.
Toch kent het toezicht in de praktijk duidelijke grenzen:
- Geen verrassingsbezoeken: Vanwege de logistieke complexiteit op de Atlantische Oceaan vinden fysieke inspecties niet frequent plaats. Onverhoedse, onaangekondigde bezoeken op de boorplatforms zijn simpelweg niet mogelijk.
- Satellieten en klokkenluiders: Om dit op te vangen vertrouwt de EPA sterk op satellietbeelden om onregelmatigheden of olievlekken in het water snel te ontdekken, gecombineerd met informatie van betrouwbare interne bronnen binnen de sector.
Het Natural Resource Fund
Hoe de overheid omgaat met de miljardenopbrengsten, wordt bepaald in het Natural Resource Fund (NRF). De voorzitter van het fondsbestuur lichtte de unieke bestuurlijke verhoudingen toe.
Opvallend is dat het onafhankelijke bestuur van het fonds op bepaalde vlakken meer wettelijke bevoegdheden heeft dan de minister van Financiën. De minister dient weliswaar het verzoek in om geld uit het fonds op te nemen en moet elke cent verantwoorden in De Nationale Assemblée (DNA), maar het fondsbestuur ziet er strikt op toe dat het gebruik van de middelen exact aansluit bij de oprichtingsakte. Het bestuur controleert de minister echter niet inhoudelijk; dat blijft de expliciete taak van het parlement.
De spelregels van het oliefonds op een rij:
- Veilig weggezet: de middelen worden beheerd door de Centrale Bank van Guyana en staan op een speciale rekening bij de Federal Reserve Bank in New York, waarover een rente van 4% wordt ontvangen.
- Plafond voor de begroting: maximaal 40% van de nationale overheidsbegroting mag afkomstig zijn uit dit oliefonds, om overmatige afhankelijkheid te voorkomen.
- Dashboard voor de burger: een openbaar overheidsdashboard geeft transparant inzicht in alle inkomende en uitgaande oliemiddelen.
- Maatschappelijk toezicht: de Public Accountability and Oversight Committee (PAOC) – bestaande uit vertegenwoordigers van religieuze en inheemse gemeenschappen, de oppositie en het bedrijfsleven – brengt jaarlijks verslag uit en heeft de bevoegdheid om fysieke veldbezoeken af te leggen bij overheidsprojecten.
De voorzitter benadrukt dat het fonds zich nog in de opbouwfase bevindt. Guyana heeft tijd nodig om een stabiele buffer op te bouwen. De overheid heeft in deze beginfase dan ook ruimte nodig voor koerscorrecties en het herstellen van opgebouwde tekortkomingen uit het verleden.
Ondanks de miljarden gaat het nog niet goed in Guyana
De totale olie-inkomsten van Guyana sinds 2019 bedragen iets minder dan US$ 10 miljard. Ondanks de stroom van geld, de grote infrastructurele werken, nieuwe hotels en investeringen in het onderwijs, is niet alles rozengeur en maneschijn. Sinds de eerste oliedollars binnenkwamen, is de totale staatsschuld gestegen van ongeveer US$ 1,8 miljard naar bijna hetzelfde bedrag als wat er aan olie-inkomsten is ontvangen.
- Politieke inmenging en consumptief gedrag: critici en de oppositie wijzen erop dat de raad van bestuur van het NRF nauw verbonden is met de zittende regering (de PPP/C). Zij eisen een volledig onafhankelijk, technocratisch bestuur zonder politieke inmenging. Verder stellen zij dat Guyana meer geld in het fonds zou moeten sparen voor wanneer de olie opraakt, in plaats van te vervallen in het huidige consumptieve gedrag.
- Stijgende kosten van levensonderhoud: het leven is vele malen duurder geworden voor de gemiddelde Guyanees. Basisproducten op lokale markten zijn voor veel gezinnen onbetaalbaar geworden. De bevolking in de rurale gebieden en het binnenland blijft steken onder de nationale armoedegrens, zonder direct uitzicht op verbetering.
- Druk op de woningmarkt: door de enorme instroom van buitenlandse expats in de oliesector zijn de huur- en vastgoedprijzen in en rond de hoofdstad Georgetown drastisch gestegen. De middenklasse en lagere inkomens worden hierdoor steeds verder uit de woningmarkt gedrukt.
- Migratiedruk en culturele verandering: de toeloop van buitenlandse migranten – voornamelijk uit Spaanssprekende landen – legt een nog grotere druk op de werkgelegenheid en de beschikbare middelen voor de lokale bevolking. Daarnaast heeft deze instroom een merkbare impact op de nationale cultuur.
Wie profiteert er echt?
De economische voordelen concentreren zich momenteel vooral bij de politieke en zakelijke elite, buitenlandse aannemers en de kleine groep Guyanezen die direct werkzaam is in de oliesector of de hoogwaardige zakelijke dienstverlening. Voor de gemiddelde burger blijft de belofte van de welvaartssprong vooralsnog buiten bereik.
In het volgende en laatste artikel in deze serie kijken we naar de spiegel die ons buurland ons voorhoudt en stellen we de cruciale vraag: wat is de les van Guyana voor Suriname?
Professor Dr. Franklin S. Jabini
Disclaimer
Key News en The Key Network respecteren de vrijheid van meningsuiting zoals vastgelegd in de Grondwet van de Republiek Suriname. Ingezonden artikelen mogen echter niet worden gebruikt om personen te belasteren, ongefundeerde beschuldigingen te uiten, of de reputatie van individuen of Key News te schaden.
Artikelen die dergelijke inhoud bevatten, worden geweigerd. Key News kan op geen enkele wijze juridisch aansprakelijk worden gesteld voor de inhoud van ingezonden artikelen.
De volledige verantwoordelijkheid voor de inhoud van een ingezonden artikel ligt bij de auteur, en de inhoud weerspiegelt niet noodzakelijkerwijs de mening van Key News.








