Tijdens de emotionele dankdienst voor wijlen president Chandrikapersad Santokhi heeft Arnold ‘Kadensi’ Boekoeroe een diepe inkijk gegeven in de persoonlijke band die hij met de overleden leider deelde. Waar de politieke arena vaak wordt gekenmerkt door harde zakelijkheid, schetste Kadensi een beeld van een vriendschap gebaseerd op loyaliteit, bescherming en wat hij noemt: “oprechte liefde”.
Kadensi nam geen blad voor de mond toen hij zijn ervaringen met Santokhi vergeleek met eerdere politieke teleurstellingen. Hij sprak openhartig over de waardering die hij ontving van de oud-president, een ervaring die in schril contrast stond met zijn verleden. “Toen mijn eigen mensen aan de macht kwamen, raakte ik mijn baan kwijt. Maar Chan gaf me juist een baan en hield van me,” hield hij de aanwezigen voor. Volgens de artiest annex politicus is dat precies de essentie van het verschil tussen liefde en afgunst.
Een rots in de branding tijdens zwaar weer
De loyaliteit van Santokhi aan Kadensi werd het meest op de proef gesteld tijdens een turbulente periode in zijn loopbaan. Terwijl Kadensi op de kandidatenlijst van de VHP stond, doken er berichten op over een Franse rechtszaak waarbij hij bij verstek was veroordeeld. De publieke opinie en politieke tegenstanders eisten destijds zijn vertrek, maar Santokhi weigerde te buigen voor de druk.
Met hoorbare ontroering haalde Kadensi de woorden terug die de partijvoorzitter toen tegen hem uitsprak: “Kadensi, je gaat nergens, je blijft vlak bij mij.” Voor Kadensi was dit het ultieme bewijs van een leider die zijn mensen niet laat vallen als het moeilijk wordt, maar hen juist letterlijk en figuurlijk vasthoudt.
Dankbaarheid en de toekomst
Naast zijn eerbetoon aan Santokhi uitte Kadensi zijn dank aan figuren als oud-minister Parmanand Sewdien en VHP-fractieleider Asiskumar Gajadien, de man die hem de partij binnenbracht. Deze cirkel van vertrouwen vormt voor hem de basis van waaruit hij de strijd nu voortzet.
De artiest sloot zijn bijdrage af met een felle belofte om de nagedachtenis van zijn leider te beschermen tegen critici en een oproep om de zoon van de overleden president met liefde te omarmen. Voor Kadensi blijft de politieke missie onveranderd, gedreven door de persoonlijke dankbaarheid voor een man die in hem bleef geloven toen anderen dat niet deden.


