Het conflict tussen Faizal David Abdoelgafoer en Bennie Miranda krijgt een juridisch vervolg. Uit een officiële oproep in kort geding blijkt dat Miranda op donderdag 15 oktober 2026 voor de kantonrechter moet verschijnen in een zaak die door Abdoelgafoer is aangespannen. De kwestie lijkt voort te vloeien uit eerdere uitlatingen van Miranda over een persoon die hij in zijn online-uitzendingen aanduidde als “een zekere Faizal”.
De zaak staat geregistreerd onder CIVAR-nummer 202603804 en wordt behandeld bij het Kantongerecht in het Eerste Kanton. De openbare zitting begint om 08.30 uur. Abdoelgafoer wordt in de procedure vertegenwoordigd door advocaat mr. M.M. Ankoessie.
De oproep is openbaar gepubliceerd omdat Miranda volgens het document momenteel geen bekende woon- of verblijfplaats in of buiten Suriname heeft. Hij wordt opgeroepen om persoonlijk of via een gemachtigde bij de behandeling van het kort geding aanwezig te zijn.
Uitlatingen over ‘een zekere Faizal’
Aan het juridische conflict gingen verschillende openbare uitlatingen van Miranda vooraf. Hij sprak in online-uitzendingen kritisch over iemand die hij omschreef als “een zekere Faizal” en legde daarbij een verband met ontwikkelingen rond het Kabinet van de President en de NDP.
Volgens Miranda waren zijn opmerkingen aanvankelijk gebaseerd op berichten die hij naar eigen zeggen had ontvangen. Daarin zou onder meer zijn meegedeeld dat bepaalde zaken van hem “on hold” zouden worden gezet. Miranda verklaarde later dat hij dacht het nummer waarvan de berichten afkomstig waren te herkennen.
Nadat vanuit het Kabinet van de President contact met hem was opgenomen, zou Miranda te horen hebben gekregen dat de persoon die hij met de berichten in verband bracht ontkende deze te hebben verzonden. Miranda zei daarop dat het mogelijk om valse of misleidende berichten ging.
Miranda bood excuses aan
Miranda bood vervolgens publiekelijk excuses aan voor zijn eerdere uitlatingen. Tegelijkertijd hield hij eraan vast dat hij de volledige naam van Abdoelgafoer naar eigen zeggen niet had genoemd.
Toen de kwestie later bij de rechter terechtkwam, stelde Miranda zich daarom publiekelijk op het standpunt dat duidelijk moet worden gemaakt waarom zijn opmerkingen juridisch aan Abdoelgafoer worden gekoppeld.
Dat Miranda de volledige naam niet zou hebben uitgesproken, betekent overigens niet automatisch dat een rechter zal oordelen dat de uitspraken niet op een bepaalde persoon betrekking konden hebben. Bij dergelijke zaken kan onder meer van belang zijn of voor het publiek uit de context voldoende duidelijk was over wie werd gesproken. Het is uiteindelijk aan de rechter om daarover te oordelen.
Zaak ondanks excuses voortgezet
Ondanks de eerdere excuses heeft Abdoelgafoer ervoor gekozen het geschil aan de kortgedingrechter voor te leggen.
Wat Abdoelgafoer precies van de rechter verlangt, blijkt niet uit de openbare oproep die Key News heeft ingezien. Het document vermeldt uitsluitend dat Miranda in kort geding wordt opgeroepen en wanneer de zaak wordt behandeld.
Daaruit kan dus nog niet worden vastgesteld of Abdoelgafoer bijvoorbeeld een rectificatie, verwijdering van bepaalde uitlatingen, een verbod op verdere publicaties, een dwangsom of een andere voorziening vraagt.
Ook kan op basis van het openbare document niet worden geconcludeerd dat het geschil over een financiële kwestie gaat.
Rechter krijgt nu het woord
De zaak komt op 15 oktober voor de rechter. Daarbij zal naar verwachting duidelijker worden welke specifieke uitspraken Abdoelgafoer aan Miranda verwijt, waarom hij stelt daardoor in zijn belangen te zijn geraakt en welke voorziening hij precies vraagt. Miranda zal op zijn beurt de gelegenheid krijgen zich tegen de vordering te verweren.









