Stijgende productiekosten, geopolitieke conflicten, klimaatrampen en verstoringen van de internationale handel maken de landbouwsector in Noord-, Midden- en Zuid-Amerika steeds kwetsbaarder.
Landbouwautoriteiten uit de regio vinden daarom dat landen intensiever moeten samenwerken, meer moeten investeren in innovatie en de handel open en transparant moeten houden. Dat kwam naar voren tijdens een bijeenkomst van het Uitvoerend Comité van het Inter-Amerikaans Instituut voor Samenwerking op Landbouwgebied (IICA) in San José, Costa Rica. Ministers, viceministers en landbouwdeskundigen spraken daar over maatregelen om de voedselproductie en landbouwketens beter bestand te maken tegen internationale crises.
Volgens de deelnemers worden landen geconfronteerd met hoge prijzen voor onder meer energie, kunstmest en andere productiemiddelen. Tegelijkertijd blijven de prijzen die boeren voor hun producten ontvangen relatief laag. Ook klimaatrisico’s, grensoverschrijdende dier- en plantenziekten, handelsbeperkingen en geopolitieke spanningen zetten de voedselvoorziening onder druk. De gesprekken vonden plaats tijdens het forum ‘Resilient Agrifood Systems of the Americas: Reducing Vulnerabilities to External Shocks’. Het forum was onderdeel van de jaarlijkse vergadering van het Uitvoerend Comité van IICA, een van de bestuursorganen van de regionale landbouworganisatie.
Boeren onder financiële druk
Seth Meyer, directeur van het Food and Agricultural Policy Research Institute van de Universiteit van Missouri, stelde dat de recente onzekerheid op de internationale landbouwmarkten wordt veroorzaakt door verschillende ontwikkelingen die tegelijkertijd plaatsvinden. Hij wees onder meer op tegenvallende oogsten, handelsbeperkingen, geopolitieke conflicten en hogere kosten voor energie en kunstmest. Volgens Meyer zorgt de combinatie van hoge productiekosten en lage opbrengstprijzen ervoor dat de winstmarges van landbouwproducenten wereldwijd steeds verder onder druk komen te staan.
Hoewel de internationale voedselvoorziening volgens hem momenteel redelijk stabiel is, moeten landen zich beter voorbereiden op toekomstige verstoringen. Innovatie, aanpassingsvermogen en open en transparante handelskanalen zijn volgens hem essentieel. Meyer benadrukte dat handel binnen de Amerika’s en met landen buiten het continent belangrijk blijft voor de voedselzekerheid. De landbouwproductie in zowel het noordelijk als het zuidelijk halfrond zorgt ervoor dat er gedurende het hele jaar grote oogsten beschikbaar kunnen zijn.
Duidelijke handelsregels
Michelle Bekkering, plaatsvervangend onderminister voor internationale handel en landbouwzaken bij het Amerikaanse ministerie van Landbouw, zei dat landen niet iedere internationale verstoring kunnen voorkomen. Zij kunnen zich volgens haar beter voorbereiden, informatie delen en gezamenlijk werken aan sterkere bevoorradingsketens.
Bekkering wees erop dat ook de Verenigde Staten te maken hebben met hoge prijzen en tekorten aan landbouwinputs. Haar land heeft vanwege zorgen over de beschikbaarheid van kunstmest maatregelen getroffen om de binnenlandse productie te stimuleren en de samenwerking met het bedrijfsleven te vergroten.
De Verenigde Staten zetten daarnaast in op biotechnologie, voedselveiligheid, diergezondheid en de beheersing van biologische risico’s. Volgens Bekkering kan IICA een leidende rol spelen bij het delen van kennis en het coördineren van gezamenlijke maatregelen tegen ziekten en andere bedreigingen voor de landbouwsector.
Ook de Paraguayaanse ambassadeur in Costa Rica, Julio Duarte Van Humbeck, pleitte voor open markten en nauwere samenwerking. Hij waarschuwde dat vooral ontwikkelingslanden en landen zonder directe toegang tot zee hard worden getroffen door stijgende productiekosten en handelsbarrières.
Volgens hem kunnen publiek-private samenwerkingen en duidelijke handelsregels bijdragen aan sterkere landbouwsystemen en meer kansen voor producenten. Paraguay deelde tijdens de bijeenkomst ervaringen op het gebied van natuurbeschermende landbouw, lokale afzetkanalen, melkproductie en samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven.
Innovatie moet productie verhogen
De landbouwautoriteiten waren het erover eens dat technologische vernieuwing noodzakelijk is om de productiviteit te verhogen en de afhankelijkheid van kostbare inputs te verminderen. De Braziliaanse viceminister van Landbouw en Veeteelt, Cleber Soares, noemde onder meer koolstofarme landbouw, biologische landbouwmiddelen en samenwerking met het bedrijfsleven als belangrijke prioriteiten. Brazilië wil zijn kennis hierover delen met andere landen in de regio.
Volgens de Costa Ricaanse viceminister Fernando Vargas kunnen slimme landbouwtechnieken, sensoren, digitale platforms, data-analyse en biologische bestrijdings- en bemestingsmiddelen producenten helpen om meer te produceren tegen lagere kosten. Hij stelde dat technologische vernieuwing ook kan bijdragen aan het aantrekken van jongeren naar de landbouwsector. In verschillende landen kampt de sector met vergrijzing en een tekort aan nieuwe landbouwondernemers.
Ecuador presenteerde tijdens de bijeenkomst het landbouwbeleid ‘Manos al Campo’, dat met ondersteuning van IICA is ontwikkeld. Het programma richt zich onder meer op productiviteit, markttoegang, duurzaamheid, innovatie, familielandbouw, financiering en technische ondersteuning. De Ecuadoriaanse viceminister Raquel Solís benadrukte dat een veerkrachtig landbouw- en voedselsysteem niet alleen afhankelijk is van hogere productie. Ook sterke overheidsinstellingen, internationale samenwerking, betrouwbare fytosanitaire diensten en beleid gebaseerd op wetenschappelijk bewijs zijn volgens haar noodzakelijk.
Producenten centraal stellen
De deelnemers vinden verder dat boeren en andere voedselproducenten centraal moeten staan bij het ontwikkelen van landbouwbeleid. Zij moeten toegang krijgen tot grond, betaalbare inputs, financiering, kennis, technologie en afzetmarkten. De Canadese vertegenwoordiger Aleksandar Jotanovic stelde dat duidelijke regels en betere toegang tot informatie en technologie noodzakelijk zijn om boeren weerbaarder te maken. Wetenschap en innovatie moeten volgens hem worden ingezet om de voedselzekerheid te versterken en landbouwsystemen voor te bereiden op toekomstige crises.
José Francisco Ordoñez, onderminister van Landbouw van Honduras, zei dat landbouwbeleid moet leiden tot concrete resultaten, zoals hogere productiviteit, meer werkgelegenheid, betere irrigatievoorzieningen en verbeterde klimaatmonitoring. Mexico pleitte daarnaast voor gezamenlijke systemen waarmee landen sneller kunnen waarschuwen voor klimaatdreigingen, dier- en plantenziekten en problemen in internationale bevoorradingsketens.
Volgens de Mexicaanse vertegenwoordiger Víctor Manuel Vanegas Tapia moeten overheden, onderzoeksinstellingen, internationale organisaties en het bedrijfsleven nauwer samenwerken. Producenten moeten daarbij technische ondersteuning en begeleiding krijgen om risico’s op lokaal niveau beter te kunnen opvangen. De landbouwautoriteiten concludeerden dat regionale samenwerking, open handel, innovatie en goed onderbouwd overheidsbeleid noodzakelijk zijn om de voedselproductie in de Amerika’s te beschermen tegen toenemende internationale onzekerheid.








