“Als de regering de brandstofprijs niet zou subsidiëren, zou de prijs van diesel een liter SRD 64 zijn en unleaded SRD 62”, zei minister Adelien Wijnerman van Financiën en Planning vrijdag in het parlement tijdens de begrotingsbehandeling.
De minister zei dat door deze subsidie de regering nu minder government take int, wat bijzonder zwaar drukt op de begroting van de staat. Volgens haar zal de regering de brandstofprijs niet door kunnen subsidiëren. “De regering zal zich op korte termijn buigen over een besluit met betrekking tot deze subsidie.” Zij raadt de regering aan om de subsidie geleidelijk af te bouwen en er niet abrupt mee te stoppen. Hierdoor zal de samenleving de druk niet meteen voelen.
President Jennifer Geerlings-Simons zei onlangs tijdens een persconferentie dat de brandstofsubsidie verder niet gegarandeerd is. Het staatshoofd zei dat de hele wereld de effecten van de oorlog tussen de Verenigde Staten van Amerika en Iran voelt. De effecten voor de Surinaamse samenleving zijn tot nu toe miniem, maar in het vervolg kan dit ergere vormen aannemen.
De regering heeft samen met Staatsolie bepaalde stappen ondernomen om de samenleving te beschermen tegen enorme stijging van de brandstofprijzen. Hierbij subsidieert de regering maandelijks SRD 300 miljoen. “Wat men nu aan de pomp betaalt, is niet de prijs van de brandstof”, zei het staatshoofd. Verder is er een financiële verhoging gegeven aan de ambtenaren en aan hun gelijkgestelden, wat meer druk legt op de regering.
De president zei verder dat de enorme stijging van de brandstofprijs de productie- en transportsector heel zwaar zou raken. Daarom koos de regering ervoor de brandstofprijs te subsidiëren. “Maar ik kan niet garanderen dat we dit gaan blijven doen. Zolang we het kunnen, zullen we het doen en we blijven praten met Staatsolie.”















