Een delegatie van de Nederlandse Tweede Kamer heeft maandag 6 juli een beleefdheidsbezoek gebracht aan president Jennifer Simons. De ontmoeting vond plaats op het Kabinet van de President en stond in het teken van het verder versterken van de samenwerking tussen Suriname en Nederland.
De Nederlandse afvaardiging stond onder leiding van D66-Tweede Kamerlid Johanna van der Werf. Volgens haar maakt het bezoek deel uit van het rapporteurschap voor Suriname. Van der Werf en Jan Struijs van 50PLUS zijn door de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken in de Tweede Kamer aangesteld als rapporteurs voor Suriname. Zij moeten de kansen en uitdagingen voor verdere samenwerking tussen beide landen in kaart brengen.
“Het is eigenlijk geboren uit een hele brede belangstelling voor de band tussen onze beide landen. En die wil Nederland heel graag versterken”, zei Van der Werf tegenover de Communicatie Dienst Suriname. Volgens haar is de relatie tussen Suriname en Nederland goed, maar liggen er nog veel mogelijkheden om de samenwerking verder uit te bouwen.
Daarbij verwees zij onder meer naar het Makandra-programma, een structureel samenwerkings- en kennisuitwisselingsprogramma tussen Nederland en Suriname. Dit programma is gericht op technische ondersteuning van de Surinaamse overheid en instituten, en op het versterken van de institutionele capaciteit. Volgens Van der Werf functioneert het programma als belangrijk instrument, maar zijn er nog verbeteringen mogelijk.
Tijdens het gesprek met president Simons is ook stilgestaan bij het belang van goed beroepsonderwijs. Volgens de delegatieleider is het van belang dat jongeren en werkenden in Suriname beter worden voorbereid op de economische ontwikkelingen die het land te wachten staan, met name in de olie- en gassector.
Van der Werf gaf aan dat Nederland mogelijk een bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van kennis en vaardigheden die nodig zijn om optimaal te profiteren van toekomstige inkomsten uit de olie- en gasindustrie. “Tegen de tijd dat de opbrengsten zullen binnenstromen, is het belangrijk dat er voldoende handen zijn om daar wat mee te kunnen doen”, aldus het Tweede Kamerlid.
Volgens haar moeten Suriname en Nederland gezamenlijk bekijken welke stappen nodig zijn om het onderwijs te versterken en ervoor te zorgen dat mensen in Suriname goed opgeleide arbeidskrachten worden, met uitzicht op een degelijk inkomen. Ook benadrukte zij het belang van een solide economie, zodat Suriname beter kan profiteren van de kansen die de komende economische ontwikkelingen bieden.











