De discussie over de aanwezigheid van mennonitische landbouwgroepen in Suriname blijft aanhouden. Minister Mike Noersalim van Landbouw, Veeteelt en Visserij zegt dat zijn ministerie geen afzonderlijke overeenkomst met de mennonieten heeft gesloten, maar wel afspraken aantrof rond landbouwprojecten.
Minister Mike Noersalim zegt dat er bij het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij geen afzonderlijke overeenkomst bestaat met de mennonieten in Suriname. Volgens hem heeft hij bij zijn aantreden wel documenten en besluiten van de vorige regering aangetroffen die betrekking hebben op de komst en activiteiten van de groep, maar geen volledig dossier waarin een rechtstreekse overeenkomst tussen LVV en de mennonieten is opgenomen. Daarmee probeert de bewindsman duidelijkheid te geven in een dossier dat de afgelopen periode veel vragen heeft opgeroepen.
De kwestie kreeg opnieuw aandacht nadat de Communicatie Dienst Suriname op dinsdag 1 september een vraaggesprek met Noersalim publiceerde. Daarin ging de minister onder meer in op de relatie tussen LVV en Braganza Marketing Group. Volgens Noersalim zijn er afspraken gemaakt met dit Surinaamse bedrijf over het beschikbaar stellen van landbouwgrond voor de productie van soja en maïs. Het bedrijf zou zich daarbij tegenover het ministerie niet hebben gepresenteerd als vertegenwoordiger van de mennonieten.
Dat onderscheid is volgens de minister van belang, omdat LVV landbouwprojecten kan faciliteren zonder zelf verantwoordelijk te zijn voor de formele uitgifte van grond. De bevoegdheid om grond uit te geven ligt bij het ministerie van Grondbeleid en Bosbeheer. LVV kan volgens Noersalim wel arealen aanwijzen of beschikbaar stellen voor landbouwdoeleinden, maar daarbij moeten de geldende procedures worden gevolgd en blijven andere overheidsinstanties verantwoordelijk voor hun eigen wettelijke taken.
Mennonieten moeten aan voorwaarden voor landbouw voldoen
Voor grootschalige landbouw gelden volgens Noersalim verschillende voorwaarden. Projectontwikkelaars kunnen niet zonder meer gebieden ontginnen of activiteiten starten. Milieustudies en goedkeuringen zijn vereist voordat werkzaamheden kunnen beginnen. Ook moet worden bekeken welke gevolgen een project heeft voor natuur, waterhuishouding en bestaande gemeenschappen. De minister benadrukt daarnaast dat activiteiten in primair bos niet zijn toegestaan binnen de voorwaarden die de regering voor dergelijke landbouwinitiatieven hanteert.
Ook de positie van buitenlandse arbeidskrachten speelt een belangrijke rol. Personen die voor landbouwprojecten naar Suriname worden gehaald, moeten volgens de minister legaal in het land verblijven en over de juiste documenten beschikken. Noersalim zegt dat buitenlandse arbeidskrachten welkom kunnen zijn wanneer zij bijdragen aan de ontwikkeling van de sector, maar dat dit uitsluitend binnen de Surinaamse wetgeving kan gebeuren. Een project of investeerder krijgt volgens hem geen uitzondering op de regels.
Meerdere instanties betrokken bij controle
Naast LVV en Grondbeleid en Bosbeheer zijn volgens de minister meerdere instanties betrokken bij toezicht en controle. Hij noemt onder meer de Nationale Milieu Autoriteit en de Stichting Bosbeheer en Bostoezicht. Ook de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor justitie en verblijf hebben een rol. Daarmee wil Noersalim benadrukken dat besluiten over grote landbouwprojecten niet uitsluitend door één ministerie kunnen worden genomen en dat verschillende vergunningen en controles nodig kunnen zijn voordat een project volledig kan worden uitgevoerd.
De minister verwerpt de gedachte dat er een sluiproute bestaat waarmee bedrijven of groepen buiten de normale procedures om grond of toestemming kunnen krijgen. Volgens hem moet iedereen dezelfde wettelijke stappen doorlopen. Dat standpunt is relevant, omdat de aanwezigheid van mennonieten en hun mogelijke betrokkenheid bij landbouwprojecten tot bezorgdheid heeft geleid over gronduitgifte, ontbossing, verblijfsstatus en de positie van inheemse en tribale gemeenschappen.
“Er is volgens Noersalim geen sluiproute. Iedereen moet zich aan dezelfde regels houden.”
Discussie gaat verder dan overeenkomst met LVV
De discussie gaat daardoor niet alleen over de vraag of LVV zelf een contract met de mennonieten heeft gesloten. Ook de aard van de afspraken met Braganza, de locaties van de landbouwprojecten, de omvang van de betrokken arealen en de naleving van milieu- en verblijfsregels blijven onderwerp van publieke aandacht. In eerdere berichtgeving van Key News over Braganza en de mennonieten heeft het bedrijf zelf gesteld dat zijn landbouwprojecten voortkomen uit afspraken met de overheid.
Daartegenover staat dat de overheid benadrukt dat voor gronduitgifte, ontginning, verblijf en milieu afzonderlijke wettelijke voorwaarden gelden. Daardoor kan een zakelijke afspraak over landbouwproductie niet automatisch worden gezien als toestemming om grond te gebruiken, bos te verwijderen of buitenlandse werknemers zonder aanvullende procedures in te zetten. De uitleg van Noersalim komt erop neer dat verschillende besluiten en vergunningen naast elkaar moeten worden bekeken om te bepalen wat juridisch daadwerkelijk is toegestaan.
Landbouw kampt met tekort aan arbeidskrachten
Noersalim plaatst de discussie over de mennonieten ook in de bredere problemen van de Surinaamse landbouwsector. Volgens hem kampt de sector met een tekort aan arbeidskrachten en met vergrijzing. Dat maakt investeringen en nieuwe productiecapaciteit volgens de minister belangrijk. Buitenlandse kennis, kapitaal en arbeid kunnen daarbij een rol spelen, maar moeten volgens hem worden ingezet op een manier die binnen het nationale beleid en de wetgeving past.
De minister ziet daarnaast noodzaak voor een betere geografische spreiding van landbouwactiviteiten. Wanneer een groot deel van de productie zich in één gebied concentreert, kan de sector kwetsbaarder worden voor ziekten, plagen of andere verstoringen. Door landbouw over meerdere geschikte gebieden te verspreiden, kan volgens hem het risico voor de voedselproductie worden beperkt. Daarbij blijft de vraag welke gebieden daadwerkelijk geschikt en juridisch beschikbaar zijn van groot belang.
Mennonieten raken meerdere beleidsgebieden
Het dossier rond de mennonieten raakt daarom meerdere beleidsvelden tegelijk. Het gaat om landbouwontwikkeling, grondbeleid, bescherming van bos, arbeidsmigratie, verblijfsrecht en de rechten van gemeenschappen die in of nabij mogelijke projectgebieden wonen. Juist omdat verschillende ministeries en instanties bevoegdheden hebben, is transparantie over documenten, besluiten, vergunningen en verantwoordelijkheden nodig om te voorkomen dat verschillende lezingen naast elkaar blijven bestaan.
De officiële toelichting van de regering neemt volgens Noersalim één vraag weg: LVV heeft geen afzonderlijke overeenkomst rechtstreeks met de mennonieten. Tegelijkertijd blijven de afspraken met Braganza en de uitvoering van landbouwprojecten relevant voor het publieke debat. Voor burgers en betrokken gemeenschappen zal vooral belangrijk zijn welke documenten uiteindelijk rechtsgeldig zijn, waar projecten precies mogen plaatsvinden en welke voorwaarden door de overheid worden gehandhaafd.
Meer duidelijkheid over documenten blijft nodig
De uitleg van Noersalim betekent ook dat onderscheid moet worden gemaakt tussen een overeenkomst over landbouwproductie en de vergunningen die nodig zijn om die productie daadwerkelijk te realiseren. Een bedrijf kan afspraken hebben over soja of maïs, terwijl daarnaast procedures moeten worden doorlopen voor grond, milieu, arbeidskrachten en andere activiteiten. Juist die verschillende onderdelen hebben in het dossier rond de mennonieten voor onduidelijkheid en discussie gezorgd.
De komende periode zal moeten blijken hoe de regering de afspraken met Braganza verder beoordeelt en hoe de betrokken instanties toezien op naleving van de voorwaarden. Openbaarmaking van duidelijke informatie over toegewezen arealen, milieuonderzoeken, verblijfsdocumenten en vergunningen kan meer helderheid brengen in een dossier dat maatschappelijk gevoelig blijft en waarin verschillende partijen hun eigen uitleg geven over gemaakte afspraken.







