De Nationale Partij Suriname (NPS) vindt dat de rechtsgang haar beloop moet krijgen in de zaken tegen drie gewezen ministers. Tijdens de behandeling in De Nationale Assemblee stelde NPS-vertegenwoordiger Jerrel Pawiroredjo dat het parlement niet moet optreden als rechtbank, maar slechts moet beoordelen of de weg naar de rechter kan worden vrijgemaakt.
De vorderingen zijn ingediend door de procureur-generaal en hebben betrekking op de mogelijke vervolging van drie gewezen politieke ambtsdragers. Volgens Pawiroredjo is het “buitengewoon jammer” dat het parlement zich opnieuw moet buigen over een onderwerp waarbij het Openbaar Ministerie aanleiding ziet om rechtsvervolging mogelijk te maken.
Hij wees erop dat artikel 140 van de Grondwet bepaalt dat politieke ambtsdragers voor ambtsmisdrijven pas kunnen worden vervolgd nadat De Nationale Assemblee hen in staat van beschuldiging heeft gesteld. Die procedure is verder geregeld in de Wet in beschuldigingstelling politieke ambtsdragers, de WIPA.
Volgens Pawiroredjo is die regeling destijds ingevoerd om politieke ambtsdragers te beschermen tegen lichtvaardige of politiek gemotiveerde vervolging. Tegelijkertijd benadrukte hij dat de wet niet bedoeld is om politici boven de wet te plaatsen.
“De achtergrond van de wet is niet om politici en ambtsdragers onschendbaar te maken voor opsporing, vervolging en berechting. Dat zou een onaanvaardbaar privilege zijn ten opzichte van gewone burgers,” stelde Pawiroredjo.
Parlement moet rechterlijke macht faciliteren
De NPS’er maakte duidelijk dat DNA niet moet beoordelen of de procureur-generaal inhoudelijk gelijk heeft met de vorderingen. Volgens hem kan en mag het parlement die rol niet overnemen.
“Het parlement is geen rechtbank, maar een politiek platform. In een rechtsstaat is het naleven van de wet en het toepassen van het strafrecht juist niet een taak van het parlement,” zei Pawiroredjo.
Volgens hem is het de taak van de rechterlijke macht om uiteindelijk te bepalen of er sprake is van strafbare feiten en of de betrokkenen daarvoor verantwoordelijk kunnen worden gehouden. De rol van DNA is volgens hem beperkt tot het mogelijk maken van die rechtsgang, wanneer er door de procureur-generaal redelijke gronden zijn aangegeven.
“Het is wel onze taak om de functie van de rechterlijke macht te faciliteren,” aldus Pawiroredjo.
Waarschuwing tegen politieke bescherming
De NPS-fractie waarschuwt ook voor de keerzijde van de WIPA. Hoewel de wet bedoeld is om lichtvaardige vervolging te voorkomen, mag die volgens Pawiroredjo niet leiden tot politieke bescherming of afscherming van ambtsdragers.
“De bedoeling van de WIPA is om lichtvaardige vervolging te voorkomen. Echter, de dreigende keerzijde, lichtvaardige afscherming voor de wet en politieke bescherming, is evenzo schadelijk voor de rechtsstaat,” stelde hij.
Pawiroredjo zei dat de NPS afwijzend staat tegenover elk systeem waarin coalitiegenoten elkaar zouden kunnen beschermen, terwijl politieke tegenstanders mogelijk worden blootgesteld aan politieke afrekeningen. Juist daarom zijn onafhankelijke rechtsinstituten en een goed functionerend rechtssysteem volgens hem van groot belang.
Hij verwees daarbij ook naar ontwikkelingen in Nederland, waar wordt gekeken naar aanpassing van vergelijkbare grondwettelijke bepalingen rond de vervolging van politieke ambtsdragers. Volgens Pawiroredjo toont dat aan dat het recht voortdurend in beweging is.
‘Verdenking is nog geen eindoordeel’
De NPS stelt dat gelijke behandeling voor de wet essentieel is voor het vertrouwen in de rechtsstaat en de democratie. Volgens Pawiroredjo kan ongelijke behandeling bij vermoedelijke strafbare feiten het maatschappelijk vertrouwen ernstig schaden.
Daarom zal de NPS-fractie vóór de vorderingen stemmen, zodat de zaken verder kunnen worden onderzocht en beoordeeld door de onafhankelijke rechter.
“Verdenking is nog geen eindoordeel. Maar het recht dat geldt voor één, moet het recht zijn dat geldt voor allen,” besloot Pawiroredjo.













