Volgens het OM blijkt uit het strafdossier dat de politie op 2 mei 2023 betrokken raakte bij een achtervolging van meerdere verdachten.
Tijdens die achtervolging zou vanuit het voertuig van de latere slachtoffers op de politie zijn geschoten. De politie zou het vuur hebben beantwoord, waarna een vuurgevecht ontstond.
Uit het politioneel onderzoek zou vervolgens zijn gebleken dat, nadat de slachtoffers waren overmeesterd, de noodzaak om te schieten niet langer aanwezig was. Desondanks zouden er alsnog schoten op de slachtoffers zijn gelost.
Dood niet alleen door schoten
Een patholoog-anatoom heeft volgens het OM vastgesteld dat de slachtoffers niet zijn overleden door schoten die tijdens de vlucht zijn gelost. Het overlijden zou mede het gevolg zijn geweest van het uitblijven van tijdige medische hulp. Het OM stelt desondanks dat er is gehandeld in strijd met de geldende geweldsinstructies.
OM: norm stellen, context meewegen
Bij het bepalen van de strafeis heeft het OM meegewogen dat de verdachten niet eerder met justitie in aanraking zijn gekomen. Ook is rekening gehouden met de omstandigheden waaronder zij moesten optreden: een gevaarlijke en stressvolle situatie waarin daadwerkelijk op de politie zou zijn geschoten. Het OM wijst er daarnaast op dat door het politieoptreden circa 27 gegijzelde personen zijn bevrijd.
De eis van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf moet volgens het OM een duidelijke norm stellen over het gebruik van geweld door politiefunctionarissen, zonder de complexiteit en risico’s van het optreden buiten beschouwing te laten.











