Het Openbaar Ministerie (OM) heeft een gevangenisstraf van tien jaar geëist tegen een verdachte die terechtstaat voor verkrachting, wederrechtelijke vrijheidsberoving, mishandeling en een poging tot opzettelijke HIV-besmetting. Het OM heeft de kantonrechter tevens gevraagd de gevangenhouding van de verdachte te bevelen.
De strafzaak draait om een sekswerker die tegen betaling met de verdachte meeging naar zijn woning. Volgens het OM was er aanvankelijk sprake van vrijwillig seksueel contact, waarbij een condoom werd gebruikt. Toen de vrouw later aangaf te willen vertrekken, zou de verdachte haar echter hebben verhinderd de woning te verlaten.
De verdachte zou het slachtoffer vervolgens hebben mishandeld. Volgens het OM werd zij onder meer geslagen, gebeten en gewurgd en werd haar kleding gescheurd. Daarna zou de man haar hebben gedwongen tot onbeschermde geslachtsgemeenschap.
Het OM stelt dat de verklaringen van het slachtoffer vanaf het moment van de aangifte tot aan de behandeling van de zaak ter terechtzitting consistent en geloofwaardig zijn gebleven. Haar verklaring zou volgens de vervolgingsinstantie worden ondersteund door foto’s van het opgelopen letsel en andere bewijsmiddelen in het dossier.
Toen de politie bij de woning arriveerde, zou de verdachte hebben geweigerd de deur te openen. Uiteindelijk moest de brandweer assistentie verlenen om toegang tot de woning te krijgen, waarna de politie het slachtoffer kon bevrijden.
Een zwaarwegend onderdeel van de zaak is volgens het OM dat de verdachte wist dat hij HIV-positief was, maar het slachtoffer hierover niet zou hebben geïnformeerd. De vrouw hanteerde volgens het OM bij haar werkzaamheden veilige seks en had daarom aanvankelijk een condoom gebruikt.
Door haar vervolgens tegen haar wil tot onbeschermde seks te dwingen, heeft de verdachte haar volgens het OM bewust blootgesteld aan een gezondheidsrisico waarvan zij niet op de hoogte was.
Het Openbaar Ministerie benadrukte tijdens de behandeling van de zaak dat het beroep van het slachtoffer als sekswerker op geen enkele wijze een rechtvaardiging vormt voor het handelen waarvan de verdachte wordt beschuldigd.
Vanwege de ernst van de feiten, de gevolgen voor het slachtoffer en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte heeft het OM een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van tien jaar geëist, met aftrek van de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht.






