Het Openbaar Ministerie (OM) heeft verduidelijkt waarom procureur-generaal (PG) heeft besloten voorlopig geen gevolg te geven aan een informatieverzoek. Volgens het OM is bij deze beslissing onder meer rekening gehouden met het lopende strafrechtelijke onderzoek tegen de verzoeker, een voormalige minister van Binnenlandse Zaken, Bronto Somohardjo. Het OM bereidt inmiddels een vordering voor om een gerechtelijk vooronderzoek te laten instellen.
In een verklaring van dinsdag 3 november 2026 reageert het OM op de recente berichtgeving en publieke discussie over het informatieverzoek aan de procureur-generaal. De PG heeft het verzoek beoordeeld en op 28 oktober schriftelijk meegedeeld daaraan op dat moment geen gevolg te geven.
Volgens het OM speelt het lopende strafrechtelijke onderzoek tegen de verzoeker een rol bij deze beslissing. De voormalige minister van Binnenlandse Zaken werd op 4 juni 2026 door De Nationale Assemblée (DNA) in staat van beschuldiging gesteld. Dit gebeurde op basis van een vordering van de procureur-generaal, overeenkomstig de Wet In Staat van Beschuldigingstelling en Vervolging Politieke Ambtsdragers (WIPA).
Onderzoek naar financiële onregelmatigheden
Het strafrechtelijke onderzoek richt zich op vermoedelijke financiële onregelmatigheden bij het ministerie van Binnenlandse Zaken gedurende de ambtsperiode van de voormalige bewindsman. Aan het onderzoek liggen onder meer bevindingen uit een rapport van de Centrale Landsaccountantsdienst (CLAD) ten grondslag.
Het OM laat weten dat inmiddels een conceptvordering voor het instellen van een gerechtelijk vooronderzoek (GVO) is opgesteld. Deze wordt momenteel verder uitgewerkt en zal volgens het OM binnenkort bij de rechter-commissaris worden ingediend.
Een gerechtelijk vooronderzoek biedt de mogelijkheid om onder leiding van een rechter-commissaris nader strafrechtelijk onderzoek te verrichten.
Recht op informatie kent grenzen
Het OM benadrukt het belang van transparantie, publieke verantwoording en de controlerende taak van De Nationale Assemblée. Tegelijkertijd stelt het vervolgingsorgaan dat het recht om informatie op te vragen niet automatisch betekent dat alle gevraagde gegevens moeten worden verstrekt.
Bij de beoordeling van een informatieverzoek moet volgens het OM rekening worden gehouden met de aard en beschikbaarheid van de informatie, de omstandigheden waaronder het verzoek wordt gedaan en de toepasselijke wettelijke bepalingen.
Het OM onderstreept dat de beslissing van de procureur-generaal uitsluitend betrekking heeft op het betreffende verzoek. Er is volgens de instantie geen sprake van een algemene weigering om informatie over het vervolgingsbeleid openbaar te maken.
Het vervolgingsorgaan wijst erop dat het onder meer via zijn jaarverslagen informatie verstrekt over zijn werkzaamheden en de afhandeling van strafzaken.
Tot slot benadrukt het OM dat het zijn wettelijke taken onafhankelijk, onpartijdig en zorgvuldig uitvoert. De instantie vindt het belangrijk dat de publieke discussie over haar functioneren plaatsvindt op basis van juiste en volledige informatie.
















