De eerste resultaten van laboratoriumonderzoek naar de massale vissterfte in de Saramaccarivier wijzen op een mogelijke chemische verontreiniging. Minister Patrick Brunings van Olie, Gas en Milieu verwacht binnen twee weken meer duidelijkheid over de vermoedelijke veroorzaker. De definitieve resultaten van het onderzoek naar de vismonsters worden op 10 augustus verwacht.
Brunings zei maandag in een interview met de Communicatie Dienst Suriname dat de definitieve conclusies nog moeten worden afgewacht. Volgens de minister bestaat echter het vermoeden dat een opslagplaats of bassin met een chemisch product door de zware regenval is overstroomd.
De chemische stof zou vervolgens in de Moeroekreek zijn terechtgekomen, waar vrijwel direct een grote hoeveelheid vissen stierf. De dode vissen zouden daarna door de stroming in de Saramaccarivier zijn beland en richting de monding van de rivier zijn meegevoerd.
Volgens Brunings lijkt het om een eenmalig incident te gaan. Na de eerste golf zijn vooralsnog geen nieuwe gevallen van massale vissterfte waargenomen.
Bewoners gewaarschuwd
De veiligheid van bewoners van de gemeenschappen langs de rivier stond volgens de minister vanaf het begin centraal. De bevolking werd geadviseerd voorlopig geen water uit de rivier te gebruiken en geen vis uit het gebied te consumeren.
De Nationale Milieu Autoriteit verspreidde waarschuwingen, terwijl het Nationaal Coördinatiecentrum voor Rampenbeheersing drinkwater en voedsel distribueerde onder de getroffen gemeenschappen.
Tegelijkertijd werden water- en vismonsters genomen. Een deel van het onderzoek kon in Suriname worden uitgevoerd, maar lokale laboratoria bleken niet over alle benodigde analysemogelijkheden te beschikken.
In samenwerking met de Pan-Amerikaanse Gezondheidsorganisatie, het Bureau voor Openbare Gezondheidszorg en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Arbeid zijn op 15 juli monsters naar Frans-Guyana gestuurd. Ook is een gespecialiseerd instituut in Frankrijk ingeschakeld voor aanvullend onderzoek.
Politie onderzoekt mogelijke bron
Naast het laboratoriumonderzoek is een forensisch milieuonderzoek gestart om de bron van de vermoedelijke vervuiling vast te stellen. De Environmental Crime Unit van het Korps Politie Suriname onderzoekt verschillende locaties waar mogelijk chemische stoffen in het milieu zijn terechtgekomen.
Volgens Brunings moet nog één locatie worden bezocht voordat dit deel van het onderzoek kan worden afgerond. Na het samenbrengen van de onderzoeksgegevens uit Suriname, Frans-Guyana en Frankrijk moet duidelijk worden wie of wat verantwoordelijk is voor de vervuiling en wanneer het gebied weer volledig veilig kan worden verklaard.
Laboratoriumcapaciteit moet worden versterkt
De vissterfte heeft volgens de minister duidelijk gemaakt dat Suriname bij milieucalamiteiten sneller over betrouwbare laboratoriumresultaten moet kunnen beschikken. Samen met de PAHO wordt daarom een beoordeling uitgevoerd van de nationale laboratoriumcapaciteit.
Brunings wees ook op een recent ondertekend memorandum of understanding met TotalEnergies en Petronas. Investeringen in laboratoriumfaciliteiten maken volgens hem deel uit van die samenwerking.
De minister noemt het incident daarnaast een signaal dat strengere controle op mijnbouwactiviteiten noodzakelijk is. Suriname moet volgens hem overstappen op duurzamere vormen van goudwinning, waarbij chemische stoffen veilig worden opgeslagen en niet in het milieu terechtkomen.








