Er bestaan momenten in de geschiedenis van kleine landen waarop partijpolitiek even moet zwijgen en het grotere nationale belang het woord moet nemen. Dit is zo’n moment voor Suriname. Laat ik daarom beginnen met een duidelijke bekentenis: ik was en ben geen onvoorwaardelijke bewonderaar van Albert Ramdin als Surinaamse politicus. Als minister van Buitenlandse Zaken onder de regering van president Chan Santokhi waren er keuzes, beleidspunten en politieke ontwikkelingen waar ik als burger kritiek op had en waarover het debat in Suriname terecht gevoerd mag worden.
Maar mijn kritiek op de politicus Ramdin mag mij niet blind maken voor de historische betekenis van de diplomaat Ramdin. En juist daarin schuilt vandaag een gevaarlijke vergissing die wij als Surinamers niet mogen maken.
De aanval die vanuit Amerikaanse hoek, met name door OAS-ambassadeur Lee Rizzuto, op Albert Ramdin wordt ingezet, moet niet uitsluitend bekeken worden als een conflict tussen twee mannen. Het gaat om een veel diepere en oudere strijd die door de geschiedenis van het Amerikaanse continent heen loopt: de voortdurende spanning tussen de macht van grote landen en de soevereiniteit van kleinere staten.
De Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) is opgericht op het nobele principe dat de staten van het westelijk halfrond – groot en klein – rond dezelfde tafel zitten. De Verenigde Staten, met meer dan 300 miljoen inwoners en enorme economische en militaire macht, hebben binnen de organisatie formeel dezelfde stem als een klein land als Suriname met nog geen miljoen inwoners. Maar de geschiedenis leert ons dat gelijkheid op papier niet altijd gelijkheid in de praktijk betekent.
Sinds de oprichting van de OAS in 1948 heeft de organisatie voortdurend geworsteld met de schaduw van de Amerikaanse invloed. Dit is geen anti-Amerikaanse stelling; het is een historische realiteit die door talloze academici, diplomaten en voormalige functionarissen is beschreven.
De Verenigde Staten hebben decennialang een dominante rol gespeeld binnen de OAS, niet alleen omdat zij een groot deel van het budget financieren, maar ook omdat Washington traditioneel de grootste geopolitieke speler is op het westelijk halfrond. Dat heeft soms positieve resultaten opgeleverd. Amerikaanse steun heeft geholpen bij democratiseringsprocessen, verkiezingswaarnemingen en de verdediging van mensenrechten. Maar er is ook een andere kant van de geschiedenis.
De OAS heeft in het verleden regelmatig de kritiek gekregen dat zij te sterk in de Amerikaanse invloedssfeer opereerde. De rol van de organisatie tijdens de Koude Oorlog, de uitsluiting van Cuba in 1962 en de vaak selectieve houding tegenover bepaalde regimes hebben tot op de dag van vandaag vragen opgeroepen over de werkelijke onafhankelijkheid van de instelling.
Precies daarom is de komst van Albert Ramdin als eerste Surinamer en eerste vertegenwoordiger uit de Caricom die de hoogste functie binnen de OAS bereikt, historisch. Voor de eerste keer staat een man uit een klein Caribisch land aan het roer van een organisatie die bestaat uit 35 onafhankelijke staten van Noord-, Midden- en Zuid-Amerika en het Caribisch gebied. Dat is niet alleen een persoonlijke overwinning van Ramdin. Het is een symbolische overwinning voor alle kleine staten die vaak aan de internationale tafel zitten, terwijl de grote machten bepalen wat er op het menu staat.
En juist daarom moeten wij uiterst voorzichtig zijn wanneer een vertegenwoordiger van de machtigste lidstaat probeert een nieuwe machtsverhouding af te dwingen. Als de berichten kloppen dat Lee Rizzuto bijzondere toegang, uitzonderlijke invloed en een positie verlangt die verder gaat dan de gebruikelijke diplomatieke verhoudingen, dan moeten alle OAS-lidstaten zich een fundamentele vraag stellen: Is de OAS een gemeenschap van gelijke landen, of is het een organisatie waar degene die het meeste geld op tafel legt uiteindelijk de meeste macht koopt? Dat is de kern van deze discussie.
Niemand ontkent dat de Verenigde Staten een enorme financiële bijdrage leveren aan de OAS. Dat geeft Washington vanzelfsprekend een belangrijke stem in de gesprekken over efficiëntie, hervormingen en prioriteiten. Maar financiële kracht mag nooit veranderen in een vergunning om de onafhankelijkheid van een internationale organisatie te ondermijnen. Als dat principe wordt geaccepteerd, dan heeft een klein land als Suriname niets meer te zoeken in een multilaterale organisatie. Dan verandert diplomatie in een marktplaats waar invloed wordt geveild aan de hoogste bieder. Dat zou een gevaarlijk precedent zijn.
En hier wil ik ook een boodschap richten aan de Surinaamse regering, ongeacht welke politieke kleur zij heeft. Laat Albert Ramdin niet vallen. Niet omdat hij onfeilbaar is. Niet omdat hij boven kritiek verheven is. Niet omdat iedereen in Suriname zijn beleid als minister moet toejuichen. Maar omdat hij op dit moment meer vertegenwoordigt dan zichzelf. Hij vertegenwoordigt het vermogen van een klein land om op basis van kennis, diplomatie en internationale reputatie een positie te bereiken die normaal gesproken wordt gedomineerd door grootmachten. Vandaag gaat het om Ramdin. Morgen kan het een andere Surinamer zijn die een belangrijke positie bekleedt binnen de Verenigde Naties, de Wereldbank of een andere internationale instelling.
Wat voor signaal geven wij af als wij onze eigen mensen laten vallen zodra de eerste buitenlandse storm opsteekt? Dat zou een tragische vorm van klein denken zijn. De geschiedenis van kleine staten leert juist het tegenovergestelde. Landen die internationaal invloed hebben opgebouwd beschermen hun strategische vertegenwoordigers. Niet omdat zij perfecte mensen zijn, maar omdat zij begrijpen dat internationale macht vaak wordt opgebouwd door decennialang netwerken, vertrouwen en geloofwaardigheid te creëren.
Albert Ramdin heeft meer dan dertig jaar gewerkt binnen de diplomatieke wereld. Hij was niet toevallig op die positie terechtgekomen. Hij werd gekozen omdat tientallen landen in de regio vertrouwen in hem stelden. Dat betekent niet dat hij immuun is voor controle. Als er concrete beschuldigingen zijn over financieel beheer of belangenverstrengeling, dan moeten die transparant onderzocht worden via de juiste institutionele kanalen. Dat is hoe rechtsstatelijke organisaties functioneren.
Maar een publieke aanval die de indruk wekt dat de leider van een multilaterale organisatie zich moet schikken naar de wensen van de machtigste financier raakt aan een veel groter principe. De vraag is uiteindelijk niet of men voor of tegen Albert Ramdin is. De vraag is of men gelooft in een internationale orde waarin kleine staten daadwerkelijk een stem hebben.
Suriname heeft door zijn geschiedenis heen gevoeld wat het betekent om klein te zijn tussen grotere machten. Van koloniale overheersing tot de moderne economische afhankelijkheden van internationale markten en geopolitieke spelers: kleine landen moeten voortdurend vechten om hun eigen stem te behouden. Daarom moeten wij in deze kwestie volwassen zijn.
Wij moeten in staat zijn om twee gedachten tegelijkertijd vast te houden: dat wij kritisch kunnen zijn op de politieke keuzes van Albert Ramdin in Suriname én dat wij hem als Surinamer en als vertegenwoordiger van de waardigheid van kleine staten moeten verdedigen wanneer het fundamentele principe van gelijkwaardigheid binnen internationale organisaties onder druk staat.
Patriottisme betekent niet dat men blind applaudisseert voor alles wat een landgenoot doet. Echt patriottisme betekent dat men begrijpt wanneer de belangen van het individu overstijgen en het belang van de natie begint. Albert Ramdin is vandaag niet alleen Albert Ramdin. Hij is een test voor de vraag of een kleine republiek aan de noordkust van Zuid-Amerika bereid is haar plaats in de wereld met zelfvertrouwen op te eisen. De Surinaamse overheid moet daarom één duidelijke boodschap uitdragen naar de internationale gemeenschap: Wij steunen de onafhankelijkheid van de OAS. Wij steunen een eerlijk onderzoek naar iedere beschuldiging. Maar wij zullen niet toestaan dat de positie van een Surinamer wordt verzwakt enkel omdat een grootmacht gewend is geweest dat de Kamer stil wordt zodra zij haar stem verheft. De ware kracht van een kleine natie ligt niet in haar omvang. Zij ligt in haar ruggengraat.
Dit is een ingezonden bijdrage
Dit artikel is een ingezonden bijdrage. De inhoud is geschreven op persoonlijke titel en valt onder de verantwoordelijkheid van de auteur. De redactie van Key News Suriname onderschrijft de standpunten in deze bijdrage niet per definitie.
Wilt u ook een opiniestuk of ingezonden bijdrage insturen? Bekijk hier de voorwaarden en werkwijze.








