In het kader van 153 jaar Hindostaanse Immigratie is op vrijdag 5 juni 2026 een bloemenhulde gebracht bij het monument van Baba en Mai aan de Kleine Combéweg. Tijdens de plechtigheid riepen verschillende sprekers op tot eenheid, wederzijds respect en verdere natievorming.
President Jennifer Simons stond in haar toespraak stil bij de aankomst van het schip Lalla Rookh op 5 juni 1873 en de offers die de eerste contractarbeiders uit Brits-Indië hebben gebracht. Volgens het staatshoofd leeft deze geschiedenis voort in Surinaamse families, cultuur en waarden.
“Hun verhaal is geen verhaal van slachtofferschap, maar een verhaal van kracht”, zei de president. Zij benadrukte dat de contractarbeiders, ondanks de zware omstandigheden waaronder zij leefden en werkten, hun waardigheid wisten te behouden.
Samen verder bouwen
Volgens president Simons is Suriname niet slechts een divers land, maar is diversiteit een wezenlijk onderdeel van de Surinaamse identiteit. Zij stelde dat de offers van Baba en Mai en van alle immigranten niet mogen worden vergeten.
“Hun nalatenschap moet ons blijven inspireren. En daarom, om bewust stil te staan bij wat al onze voorouders hebben doorstaan en overwonnen om ons vandaag hier te laten zijn met elkaar, is het belangrijk dat we naar de toekomst kijken, naar degenen die nog niet geboren zijn, naar degenen die nog moeten komen”, aldus Simons.
Het staatshoofd verwees ook naar de culturele bijdragen van de Hindostaanse gemeenschap, waaronder gerechten als roti en bara, die inmiddels onderdeel zijn geworden van de brede Surinaamse samenleving. Volgens haar moet de herdenking niet alleen gaan over het verleden, maar vooral ook over de gezamenlijke toekomst.
“En daarom eindigt het voor mij niet bij hoe wij hier tezamen kwamen, maar dat is het begin van hoe we samen verder gaan. Hoe we hier tezamen kwamen, weten we intussen. Waarvoor we moeten zorgen, is hoe we samen verder gaan. Daarom gaan we elkaar beter leren kennen. We gaan steeds meer respect krijgen voor elkaar”, zei de president.
Gedeelde geschiedenis als fundament
Ramon Jawalapersad, voorzitter van de Stichting Hindostaanse Immigratie, wees erop dat de immigranten onder valse voorwendselen naar Suriname kwamen. Volgens hem betekende dit een zwaar offer. Hij trok daarbij parallellen met het leed van de tot slaaf gemaakten en stelde dat deze gedeelde geschiedenis een fundament moet vormen voor nationale eenheid.
Jawalapersad zei dat Surinamers in 2026 hard moeten blijven werken aan natievorming, gebaseerd op respect en onderlinge verbondenheid. Verdeeldheid noemde hij destructief voor de samenleving.
De ambassadeur van India, Subhash Gupta, benadrukte de arbeidsethos en levensfilosofie die de voorouders hebben meegebracht. Hij verwees daarbij naar Vasudhaiva Kutumbakam, wat betekent dat de wereld één familie is. De diplomaat legde ook een verband met Wereldmilieudag en prees Suriname voor zijn hoge bosbedekking van ongeveer 93 procent.
Gupta sprak daarnaast zijn waardering uit voor de culturele verbondenheid tussen India en Suriname en de unieke wijze waarop verschillende culturen in Suriname samenleven.
Identiteit behouden
Parlementsvoorzitter Ashwin Adhin verwees in zijn toespraak naar de Ramayan en stelde dat de voorouders overal waar zij kwamen, voorspoed wisten te creëren. Volgens hem hebben zij van Suriname hun thuis gemaakt.
Adhin gaf aan dat Suriname volgens hem geen etnische groepen kent, maar cultuurgroepen die samen hebben bijgedragen aan de vorming van een beschaafd volk. De verscheidenheid aan culturen ziet hij als een kracht binnen de Surinaamse samenleving.
Nazaat Sharmila Ramadhin sprak haar persoonlijke trots uit over het behoud van de Hindostaanse identiteit. Zij riep vooral de jonge generatie op om de eigen roots te blijven koesteren, respect te tonen voor anderen en werkelijk als Surinamer te leven.
De herdenking bij Baba en Mai stond daarmee niet alleen in het teken van terugblikken op het verleden, maar ook van de oproep om als samenleving met meer begrip, respect en eenheid verder te gaan.












