De overheid werkt aan de verdere institutionalisering van een duurzaam gendernetwerk binnen de verschillende ministeries. Tijdens een bestuurlijke bijeenkomst op donderdag 6 augustus in de SIAS-vergaderzaal van het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) stonden gendergelijkheid, interdepartementale samenwerking en de structurele integratie van gender in het overheidsbeleid centraal.
Namens het ministerie van Binnenlandse Zaken (Biza) waren minister Marinus Bee en onderminister Kelvin Koniki aanwezig. Koniki benadrukte dat gendergelijkheid niet uitsluitend als een vrouwenkwestie moet worden beschouwd, maar als een verantwoordelijkheid van de gehele samenleving. “Gendergelijkheid is niet het domein van de vrouw alleen, maar een maatschappelijke opdracht die ons allen aangaat en een permanente dialoog vereist, ook wanneer deze confronterend is”, stelde de onderminister.
Volgens Koniki laten vrouwen binnen uiteenlopende sectoren dagelijks zien dat zij een belangrijke leiderschapsrol kunnen vervullen. Hij riep de ministeries daarom op om niet alleen over gendergelijkheid te spreken, maar concrete beleidsmaatregelen te nemen om bestaande belemmeringen weg te nemen.
Shiefania Jahangier, hoofd van het Bureau Genderaangelegenheden (BGA), ging tijdens haar presentatie in op de uitgangspunten van gender en gendergelijkheid. Zij wees erop dat gender een thema is dat vrijwel alle beleidsterreinen raakt, waaronder veiligheid, volksgezondheid en sociaal beleid.
Volgens Jahangier moeten gelijke kansen structureel worden meegenomen bij zowel de ontwikkeling als de uitvoering van beleid. Ook stond zij stil bij de positie van de zogenoemde gender focal points binnen de ministeries. Deze functionarissen moeten genderbeleid binnen hun departement helpen bevorderen, maar hun mandaat en beslissingsbevoegdheid worden volgens haar in de praktijk nog onvoldoende erkend.
BGA-onderhoofd Mireille Ngadimin presenteerde vervolgens plannen voor de verdere ontwikkeling van het gendernetwerk. Het is de bedoeling dat ieder ministerie een eigen intern gendernetwerk opzet. De departementen moeten daardoor zelfstandig kunnen werken aan gendergelijkheid en de integratie daarvan binnen hun organisatie en beleid.
Daarnaast wordt gewerkt aan een gezamenlijk digitaal platform voor de leden van het gendernetwerk. Via dit platform moeten kennis, informatie en ervaringen tussen de verschillende ministeries gemakkelijker kunnen worden uitgewisseld. Het Bureau Genderaangelegenheden zal daarbij vooral een faciliterende en begeleidende rol vervullen.
Tijdens de bijeenkomst werd verder gesproken over betere samenwerking tussen ministeries, versterking van de positie en het mandaat van gender focal points en de praktische uitvoering van genderbeleid binnen de verschillende departementen.
De bijeenkomst werd afgesloten met presentaties van de bevindingen van verschillende werkgroepen. Deze resultaten moeten als basis dienen voor verdere afstemming en de verdere uitbouw van een duurzaam gendernetwerk binnen de overheid.









