NDP-parlementariër Raymond Sapoen begrijpt niet dat de president-directeur van Grassalco N.V., Wesley Rozenhout, niet op non-actief is gesteld na de verdwijning van ruim vier kilo ruw goud uit de kluis van het staatsmijnbouwbedrijf. Volgens Sapoen draagt de directie politieke en bestuurlijke verantwoordelijkheid, ongeacht of schuld in strafrechtelijke zin al is bewezen.
“Je kunt niet zeggen: ‘het is niet jouw schuld… je hebt er niets van gemerkt…’ Je bent als directeur daar en je bent ermee geconfronteerd. Dat ding is onder jouw neus gebeurd en jij bent de hoofdverantwoordelijke,” zei Sapoen in een interview op TBN. In een “normaal geciviliseerd land” zou de aandeelhouder, aldus de politicus, de directeur al lang op non-actief hebben gezet als die niet zelf was teruggetreden.
Sapoen, tevens politieke leider van de Hervormings- en Vernieuwingsbeweging (HVB), stelt dat het uitblijven van maatregelen te maken heeft met coalitiebelangen. “Maar dit gaat ons opbreken,” waarschuwde hij. De volksvertegenwoordiger vindt dat de zes partijen tellende coalitie juist moet laten zien te kunnen breken met wat hij omschrijft als een overduidelijk corruptiesignaal.
Volgens Sapoen hoeft het niet per se vast te staan dat de directeur persoonlijk schuldig is, omdat dat door het Openbaar Ministerie moet worden vastgesteld. Wel vindt hij dat er sprake is van politieke verantwoordelijkheid. Hij gebruikte daarbij een voorbeeld in het Sranantongo: als er in je huis wordt gestolen, blijft de verantwoordelijkheid bij jou als bewoner. Non-actiefstelling ziet hij daarom als een stap om het onderzoek niet te beïnvloeden, niet als een schuldbekentenis.
De politicus pleitte daarnaast voor een strenger benoemingsbeleid binnen de regering. Ministeries zijn volgens hem geen “partijeigendom”, maar instellingen van het volk waarvoor de volledige coalitie aanspreekbaar is. Bij het benoemen van functionarissen moet, dwars door partijpolitieke lijnen heen, beter worden gekeken naar de staat van dienst van personen. Gebeurt dat niet, dan tast dat volgens Sapoen het vertrouwen van burgers in de politiek verder aan.
Sapoen verwees ook naar eerdere gevallen waarbij quickscanteams op ministeries misstanden hebben vastgesteld en waarbij functionarissen strafrechtelijk zijn aangepakt. Juist daarom, stelt hij, moet bij elk teken van vermoedelijke corruptie direct worden ingegrepen.











