Suriname dreigt niet op tijd klaar te zijn voor de verwachte inkomsten uit de olie- en gassector. Professor Marten Schalkwijk waarschuwt dat de komende jaren cruciaal zijn om onder meer de wetgeving, belastinginning, begrotingsregels en het investeringsbeleid op orde te brengen.
Schalkwijk, lid van de strategische groep voor het olie- en gasbeleid, zei in een interview met Radio ABC dat het rapport Suriname 2050 een beleidskader biedt voor de voorbereiding op de toekomstige olie-inkomsten. Het rapport werd in maart aangeboden aan president Jennifer Simons en minister van Olie, Gas en Milieu Patrick Brunings.
Volgens Schalkwijk moeten tussen 2026 en 2028 tientallen maatregelen worden uitgevoerd. Het gaat onder meer om wetgeving voor local content, versterking van de Belastingdienst, de instelling van een spaar- en kredietfonds en de invoering van duidelijke begrotingsregels.
Tientallen wetten nodig
Schalkwijk maakt zich vooral zorgen over het tempo waarin noodzakelijke wetten worden aangenomen. In het rapport worden volgens hem ongeveer vijftig tot zestig wetten genoemd die moeten worden opgesteld of aangepast.
“Als een van de Assembleeleden mij vertelt dat afgelopen jaar maar drie wetten zijn aangenomen, dan ben ik bang dat we het op dit tempo niet gaan halen”, aldus Schalkwijk.
De voorbereidingen zijn volgens hem dringend, omdat de investeringen in de olie- en gassector ondertussen doorgaan. Zonder tijdige hervormingen bestaat het risico dat Suriname straks wel over aanzienlijke inkomsten beschikt, maar niet over voldoende instrumenten om het geld verantwoord te beheren.
Bestemming oliegelden vooraf bepalen
Volgens Schalkwijk moet de regering nu al vaststellen in welke sectoren de toekomstige olie-inkomsten worden geïnvesteerd. Hij noemt onderwijs, gezondheidszorg, infrastructuur en de productiesector als belangrijke aandachtsgebieden.
De discussie moet volgens hem daarom niet alleen gaan over de verdeling van de oliegelden. Het belangrijkste vraagstuk is hoe de inkomsten kunnen worden ingezet om de economie structureel te versterken en de leefomstandigheden van de bevolking te verbeteren.
“Het gaat erom hoe we voor de hele bevolking een goede toekomst met elkaar zorgen”, zegt Schalkwijk.









