VHP-parlementariër Dew Sharman heeft tijdens de behandeling van de vorderingen tot in staat van beschuldigingstelling van politieke ambtsdragers en gewezen politieke ambtsdragers betoogd dat De Nationale Assemblee de verzoeken van de procureur-generaal moet honoreren. Volgens Sharman zijn de procedures zoals voorgeschreven in de Wet In Staat van Beschuldigingstelling Politieke Ambtsdragers (WIPA) correct gevolgd.
De vorderingen kwamen op 11 maart 2026 binnen bij De Nationale Assemblee. Op 24 maart werd tijdens een huishoudelijke vergadering een Commissie van Onderzoek benoemd. Deze commissie kwam op 30 maart voor het eerst bijeen. Sharman, die lid is van de commissie, stelde dat van alle betrokken ambtsdragers mag worden verwacht dat zij hun handelen richten naar de Grondwet, de wet en de afgelegde ambtseed.
“Het al dan niet bewust frustreren van een wettelijk voorgeschreven proces raakt aan de kern van het legaliteitsbeginsel en tast de constitutionele verhoudingen aan,” zei Sharman. Volgens hem behoort in een democratische rechtsstaat het recht leidend te zijn en niet politieke opportuniteit.
Geen commune delicten
In zijn technische analyse stelde Sharman dat de strafbare feiten, zoals opgenomen in de vorderingen van het Openbaar Ministerie, zouden hebben plaatsgevonden in de hoedanigheid van minister. Volgens hem gaat het daarom niet om gewone commune delicten, maar om zaken die vallen onder artikel 140 van de Grondwet en artikel 12 lid 1 van de WIPA.
Sharman gaf aan dat de procureur-generaal de vorderingen daarom terecht naar De Nationale Assemblee heeft gestuurd. Ook stelde hij dat de vorderingen op deugdelijke wijze zijn ingediend, omdat daarin een korte feitelijke omschrijving is opgenomen van de vermeende misdrijven, met verwijzing naar de relevante wetsartikelen.
“We moeten niet verwachten dat de procureur-generaal een compleet dossier meestuurt,” zei Sharman. Volgens hem is voldaan aan de eisen die de WIPA op dit punt stelt.
Geen inhoudelijke toetsing door DNA
Volgens Sharman heeft de voorzitter van De Nationale Assemblee de betrokken gewezen politieke ambtsdragers tijdig in kennis gesteld van de vorderingen. Daarnaast zijn zij gehoord door de Commissie van Onderzoek, conform de wettelijke voorschriften.
Hij benadrukte dat De Nationale Assemblee geen inhoudelijke beoordeling van de strafzaken mag maken. Volgens Sharman bepaalt artikel 5 van de WIPA dat het parlement uitsluitend moet beoordelen of de vordering in politiek-bestuurlijk opzicht in het algemeen belang wordt geacht.
“DNA doet geen inhoudelijke toetsing,” stelde Sharman. Volgens hem zijn de vorderingen wel degelijk in het algemeen belang, omdat zij raken aan transparantie, goed bestuur, vertrouwen in het rechtssysteem en het beginsel dat niemand boven de wet staat.
Commissie genoegzaam geïnformeerd
Sharman stelde verder dat de hoorzittingen van de Commissie van Onderzoek voldoende informatie hebben opgeleverd om de vorderingen te beoordelen. Volgens hem moet de term “genoegzaam geïnformeerd” worden gezien in relatie tot de feitelijke omschrijving van de vermeende misdrijven en de informatie die tijdens de hoorzittingen is verkregen.
“De vordering is conform de WIPA goed bevonden. De commissie heeft conform de WIPA de belanghebbenden gehoord. De commissie is genoegzaam geïnformeerd. De vervolging is politiek-bestuurlijk in het algemeen belang,” vatte hij samen.
Geen rancune of politieke inmenging
In zijn conclusie stelde Sharman dat hij aan de technische en procedurele zijde van de vorderingen geen rancune of politieke inmenging heeft waargenomen. Hij benadrukte opnieuw dat zowel de Commissie van Onderzoek als De Nationale Assemblee zich niet mag bezighouden met een inhoudelijke beoordeling van de zaken.
Volgens hem moeten de betrokken gewezen politieke ambtsdragers, indien zij het geheel of gedeeltelijk oneens zijn met de vorderingen, de gelegenheid krijgen om zich bij de onafhankelijke rechter te verdedigen.
VHP steunt honorering vorderingen
Sharman gaf aan dat hij als lid van de Commissie van Onderzoek afkomstig is uit de gelederen van de Vooruitstrevende Hervormings Partij, waar volgens hem rechtstatelijkheid en de rule of law centraal staan. Op basis daarvan adviseert hij De Nationale Assemblee om de vorderingen te honoreren.
“Dit is overigens in het verleden steeds de lijn van de partij geweest,” aldus Sharman.
Tot slot merkte hij op dat de Commissie van Onderzoek op 8 april heeft besloten om het Openbaar Ministerie niet als stakeholder te horen. Volgens Sharman beschikt de commissie over een eigen mandaat en verantwoordelijkheid en neemt zij haar besluiten zelfstandig bij meerderheid van stemmen.













