De grootste uitdaging voor Suriname ligt volgens Pertjajah Luhur-fractievoorzitter Bronto Somohardjo niet alleen in de economische problemen, maar vooral in het risico dat burgers hun hoop verliezen. Dat zei hij tijdens zijn bijdrage aan de begrotingsbehandeling 2026 in De Nationale Assemblee.
Somohardjo stelde dat het Surinaamse volk al vijftig jaar geduld heeft getoond en meer verdient dan alleen politieke discussies over schulden, leningen, tekorten en koopkracht. Volgens hem moet de begroting niet uitsluitend worden gezien als een financieel document, maar ook als een richtingwijzer voor het land dat Suriname wil opbouwen.
“De grootste vijand van Suriname is het moment waarop een volk zijn hoop verliest. Het moment waarop een moeder niet langer gelooft dat haar kinderen het beter zullen hebben dan zijzelf. Het moment waarop een jongere niet langer gelooft dat zijn toekomst hier ligt. Het moment waarop een burger niet langer gelooft dat rechtvaardigheid bestaat,” aldus Somohardjo.
De PL-fractievoorzitter erkende dat thema’s als schulden, leningen, koopkracht en begrotingstekorten belangrijk zijn, maar waarschuwde dat de politiek zich niet alleen daarop mag blindstaren. “Wanneer deze begroting is uitgevoerd, wanneer deze schulden zijn betaald en wanneer deze discussies voorbij zijn, welk Suriname zijn wij dan aan het bouwen? Iedere begroting gaat over prioriteiten, maar prioriteiten zonder bestemming zijn slechts uitgaven,” zei hij.
Somohardjo benadrukte dat de huidige generatie bestuurders een bijzondere verantwoordelijkheid draagt. Volgens hem moet deze generatie ervoor zorgen dat Suriname sterker, rechtvaardiger en welvarender wordt achtergelaten voor de volgende generaties.
“Onze voorouders kregen de opdracht te overleven. Onze ouders kregen de opdracht een onafhankelijk Suriname op te bouwen. Onze generatie heeft de opdracht ervoor te zorgen dat Suriname eindelijk wordt wat het altijd had kunnen zijn,” stelde hij.
Volgens Somohardjo zal de geschiedenis de huidige generatie niet beoordelen op wat zij heeft geërfd, maar op wat zij nalaat. Hij riep daarom op om bij het maken van beleid verder te kijken dan cijfers en begrotingsposten, en vooral te werken aan herstel van vertrouwen, perspectief en rechtvaardigheid in de samenleving.












