Het ministerie van Sociale Zaken en Volkshuisvesting (Sozavo) werkt aan de opzet van een doorgangs- en crisisopvang voor kinderen die in noodsituaties verkeren. Volgens minister Diana Pokie is er inmiddels een locatie geïdentificeerd voor de opvangvoorziening en is ook president Jenny Simons op de hoogte gebracht van de plannen.
De volgende stap is het veiligstellen van de financiering voor de bouw van de opvang. Met de behandeling van de begroting in zicht wordt bekeken op welke wijze het geld beschikbaar kan worden gesteld.
In afwachting van de realisatie van de nieuwe opvangvoorziening voert Sozavo gesprekken met bestaande tehuizen en instellingen die tijdelijk een rol kunnen spelen in de opvang van kinderen. Volgens de bewindsvrouw zijn hierover al samenwerkingsafspraken gemaakt. Wel benadrukt zij dat deze instellingen eerst moeten worden opgewaardeerd.
Pokie stelt dat momenteel geen enkel opvangtehuis volledig voldoet aan de wettelijke eisen. Desondanks worden kinderen bij meldingen voorlopig wel ondergebracht bij bestaande voorzieningen, omdat de noodzaak tot opvang blijft bestaan.
Een groot knelpunt binnen het beleid is volgens Pokie het tekort aan gekwalificeerd personeel voor toezicht en controle. Zij gaf aan dat het ministerie in het verleden is gebruikt om partijloyalisten te plaatsen, waardoor er nu een gebrek is aan deskundige krachten. Hierdoor ontbreekt het volgens haar aan voldoende capaciteit en expertise om het beleid effectief uit te voeren.
Om dit tekort deels op te vangen, zoekt Sozavo samenwerking met actieve niet-gouvernementele organisaties. Pogingen om personeel binnen de ambtenarij aan te trekken hebben volgens Pokie tot nu toe weinig resultaat opgeleverd. Het gaat daarbij vaak om kandidaten zonder relevante werkervaring, waardoor extra begeleiding en inspanning nodig zijn om hen inzetbaar te maken.
Met de beoogde doorgangs- en crisisopvang wil het ministerie structureel inspelen op noodsituaties waarbij kinderen direct bescherming en onderdak nodig hebben. Het welslagen van het project hangt volgens de minister echter sterk af van de beschikbaarheid van financiële middelen en de versterking van de personele capaciteit.



